HvJ 03-10-1985 Profant 249/84

ARREST VAN HET HOF (VIERDE KAMER) VAN 3 OKTOBER 1985. – MINISTERE PUBLIC EN MINISTERE DES FINANCES TEGEN PROFANT. – VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET COUR D’APPEL DE BRUXELLES (BRUSSEL). – BTW BIJINVOER – TOEPASSING OP PARTICULIERE MOTORRIJTUIGEN. – ZAAK 249/84.

Trefwoorden


1 . FISCALE BEPALINGEN – HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN – OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER TOEGEVOEGDE WAARDE – BELASTING GEHEVEN BIJ INVOER VAN MOTORRIJTUIGEN – BINNENLANDSE BELASTING – BEPALINGEN BETREFFENDE DOUANERECHTEN EN HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING – NIET-TOEPASSELIJKHEID

( EEG-VERDRAG , ARTIKELEN 12 , 13 EN 95 )

2 . FISCALE BEPALINGEN – HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN – OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER TOEGEVOEGDE WAARDE – VRIJSTELLINGEN VOORZIEN IN ZESDE RICHTLIJN – VRIJSTELLING BIJ TIJDELIJKE INVOER VAN GOEDEREN – TIJDELIJKE INVOER VAN MOTORRIJTUIGEN DOOR IN ANDERE LID-STATEN WONENDE STUDENTEN – HEFFING VAN BELASTING – ONTOELAATBAARHEID

( RICHTLIJN NR . 77/388 VAN DE RAAD , ARTIKEL 14 )

Samenvatting


1 . DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE DIE EEN LID-STAAT TER ZAKE VAN DE INVOER VAN EEN MOTORRIJTUIG UIT EEN ANDERE LID-STAAT HEFT , IS GEEN INVOERRECHT OF HEFFING VAN GELIJKE WERKING ALS EEN INVOERRECHT IN DE ZIN VAN DE ARTIKELEN 12 EN 13 VAN HET VERDRAG , MAAR MOET WORDEN BESCHOUWD ALS EEN ONDERDEEL VAN EEN ALGEMEEN STELSEL VAN BINNENLANDSE BELASTINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 95 VAN HET VERDRAG , EN DE VERENIGBAARHEID ERVAN MET HET GEMEENSCHAPSRECHT DIENT DUS TE WORDEN BEOORDEELD AAN DE HAND VAN DAT ARTIKEL .

2 . DE AUTORITEITEN VAN DE LID-STATEN HEBBEN GEEN VOLLEDIGE BEOORDELINGSVRIJHEID MET BETREKKING TOT DE WIJZE WAAROP ZIJ DE IN ARTIKEL 14 VAN DE ZESDE RICHTLIJN BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING VOORZIENE VRIJSTELLINGEN BIJ INVOER HANTEREN . ZIJ MOETEN REKENING HOUDEN MET DE HARMONISATIE-INSPANNING OP DIT GEBIED , ZOALS MET NAME HET VRIJE VERKEER VAN PERSONEN EN GOEDEREN EN HET VOORKOMEN VAN DUBBELE BELASTINGHEFFING . ZIJ ZIJN BIJGEVOLG VERPLICHT , IN HET GEVAL VAN DOOR STUDENTEN UIT EEN ANDERE LID-STAAT GEBRUIKTE MOTORRIJTUIGEN HET BEGRIP TIJDELIJKE INVOER DERWIJZE TOE TE PASSEN , DAT ZIJ DE VRIJHEID VAN DE ONDERDANEN VAN DE LID-STATEN OM TE STUDEREN IN DE LID-STAAT VAN HUN KEUZE , NIET DOOR EEN DUBBELE BELASTING VAN DE BETROKKEN MOTORRIJTUIGEN BEPERKEN . BIJGEVOLG VERZETTEN DE REGELS VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT , EN MET NAME DIE VAN DE ZESDE RICHTLIJN , ZICH TEGEN DE HEFFING DOOR EEN LID-STAAT VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE BIJ INVOER OVER EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT MET BETALING VAN DE BELASTING GEKOCHT EN ALDAAR GEREGISTREERD MOTORRIJTUIG , WANNEER DIT WORDT GEBRUIKT DOOR EEN ONDERDAAN VAN DIE ANDERE STAAT , DIE ALDAAR WOONPLAATS HEEFT , MAAR STUDEERT IN DE EERSTE STAAT WAAR HIJ , VOOR DE DUUR VAN DIE STUDIE , IN HET VREEMDELINGENREGISTER IS INGESCHREVEN . DAARBIJ IS NIET VAN BELANG OF DE BETROKKENE GEHUWD IS OF NIET .

Partijen


IN ZAAK 249/84 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

OPENBAAR MINISTERIE EN MINISTERIE VAN FINANCIEN

EN

VENCESLAS PROFANT ,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN DE BEPALINGEN VAN HET EEG-VERDRAG BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN EN DIENSTEN , TENEINDE DE VERWIJZENDE RECHTER IN STAAT TE STELLEN TOT EEN UITSPRAAK OVER DE VERENIGBAARHEID MET DIE BEPALINGEN VAN DE BELGISCHE WETGEVING INZAKE DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ ARREST VAN 26 SEPTEMBER 1984 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 16 OKTOBER DAARAANVOLGEND , HEEFT HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG EEN PREJUDICIELE VRAAG GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN DE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN , TENEINDE TE KUNNEN BEOORDELEN OF DE BELGISCHE WETGEVING INZAKE DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ( HIERNA : BTW ) VERENIGBAAR IS MET HET VERDRAG .

2 DEZE VRAAG IS GEREZEN IN HET KADER VAN EEN STRAFVERVOLGING TEGEN V . PROFANT , TER ZAKE VAN DIENS WEIGERING OM BTW BIJ INVOER TE BETALEN OVER TWEE IN HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG GEKOCHTE EN GEREGISTREERDE , MAAR OP BELGISCH GRONDGEBIED GEBRUIKTE MOTORRIJTUIGEN .

3 PROFANT , VAN LUXEMBURGSE NATIONALITEIT , WOONDE BIJ ZIJN MOEDER TE DIEKIRCH IN HET GROOTHERTOGDOM , TOEN HIJ IN 1976 DIERKUNDE GING STUDEREN AAN DE UNIVERSITEIT TE LUIK . TIJDENS DEZE – IN 1981 BEEINDIGDE – STUDIE HAD HIJ EEN ADRES TE LUIK , DAT AAN DE VREEMDELINGENPOLITIE WAS MEEGEDEELD , MAAR BLEEF HIJ TEVENS INGESCHREVEN IN DE GEMEENTE DIEKIRCH TEN HUIZE VAN ZIJN MOEDER , WAARHEEN HIJ REGELMATIG TERUGKEERDE . NA ZIJN STUDIE VESTIGDE HIJ ZICH IN HET GROOTHERTOGDOM . VAN 1976 TOT 1981 GEBRUIKTE PROFANT ACHTEREENVOLGENS DE TWEE BETROKKEN MOTORRIJTUIGEN : EEN ALFA ROMEO , DIE HIJ REEDS IN 1976 BEZAT EN IN 1979 VERKOCHT , EN EEN VOLKSWAGEN . BEIDE WAREN MET BETALING VAN DE LUXEMBURGSE BTW IN HET GROOTHERTOGDOM GEKOCHT EN ALDAAR GEREGISTREERD . TUSSEN 1976 EN 1981 WERDEN ZIJ MET NAME GEBRUIKT OP HET TRAJECT LUIK-DIEKIRCH EN IN HET STADSVERKEER TE LUIK . DE ALFA ROMEO WERD VERKOCHT AAN EEN LUXEMBURGSE KOPER IN HET GROOTHERTOGDOM ; PROFANT BEHIELD DE VOLKSWAGEN TOEN HIJ ZICH NA ZIJN STUDIE IN HET GROOTHERTOGDOM VESTIGDE .

4 IN 1980 DEELDE DE BELGISCHE BELASTINGDIENST AAN PROFANT MEE , DAT HIJ SINDS ZIJN HUWELIJK IN 1978 ZIJN GEWONE VERBLIJFPLAATS TE LUIK HAD GEHAD EN DUS VERPLICHT WAS OVER ELK VAN BEIDE MOTORRIJTUIGEN DE BTW BIJ INVOER TE BETALEN . OP 15 SEPTEMBER 1978 WAS PROFANT IMMERS IN HET GROOTHERTOGDOM GEHUWD MET C . KAISER , EEN TOT LUXEMBURGSE GENATURALISEERDE FRANCAISE , DIE SINDS JANUARI 1978 TE LUIK HET BEROEP VAN VERPLEEGSTER UITOEFENDE . TOT HUN TERUGKEER NAAR HET GROOTHERTOGDOM BEWOONDEN DE ECHTGENOTEN SAMEN EEN STUDENTENKAMER TE LUIK ; HUN ADRES WAS INGESCHREVEN IN HET VREEMDELINGENREGISTER VAN DE STAD LUIK .

5 ARTIKEL 40 VAN HET BELGISCHE WETBOEK VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE VOORZIET IN DE MOGELIJKHEID DE TIJDELIJKE INVOER VAN BEPAALDE GOEDEREN VAN DE BTW VRIJ TE STELLEN . OP GROND VAN DAT ARTIKEL BEPAALT HET KONINKLIJK BESLUIT NR . 7 VAN 27 DECEMBER 1977 MET BETREKKING TOT DE TOEPASSING VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ( BELGISCH STAATSBLAD VAN 31.12.1977 ), DAT VRIJSTELLING VAN DE BTW WORDT VERLEEND VOOR DE TIJDELIJKE INVOER VAN , ONDER MEER , ‘ ‘ VERVOERMIDDELEN ‘ ‘ , ONDER DE VOORWAARDEN NEERGELEGD IN DE BEPALINGEN TOT REGELING VAN DE VRIJSTELLING INZAKE HET INVOERRECHT . VOLGENS DEZE LAATSTE BEPALINGEN , VASTGESTELD BIJ MINISTERIEEL BESLUIT VAN 17 FEBRUARI 1960 , GELDT DE VRIJSTELLING SLECHTS VOOR VERVOERMIDDELEN ‘ ‘ WELKE WORDEN INGEVOERD DOOR NATUURLIJKE PERSONEN DIE HUN NORMALE VERBLIJFPLAATS IN HET BUITENLAND HEBBEN EN DIE DE VERVOERMIDDELEN BEZIGEN VOOR HUN PERSOONLIJK GEBRUIK . ‘ ‘ VOOR DE TOEPASSING VAN DEZE BEPALINGEN WORDEN ONDER MEER GEACHT HUN NORMALE VERBLIJFPLAATS IN HET BUITENLAND TE HEBBEN DE PERSONEN DIE HUN BEROEP IN BELGIE , LUXEMBURG OF NEDERLAND UITOEFENEN , MAAR TENMINSTE EENS PER MAAND NAAR HET BUITENLAND TERUGKEREN , WANNEER ZIJ ER HUN HAARDSTEDE HEBBEN OF , WANNEER ZIJ GEEN HAARDSTEDE HEBBEN , ER ZIJN INGESCHREVEN IN DE BEVOLKINGSREGISTERS . LUIDENS ARTIKEL 25 , LID 3 QUATER , SUB A , VAN DAT MINISTERIEEL BESLUIT MOET WORDEN VERSTAAN ONDER HAARDSTEDE , VOOR EEN GEHUWD PERSOON , DE PLAATS WAAR HET GEZIN IS GEVESTIGD WAARTOE HIJ BEHOORT .

6 UIT HET DOSSIER KAN WORDEN OPGEMAAKT , DAT DE BELGISCHE BELASTINGDIENST IN DE REGEL TIJDELIJKE VRIJSTELLING VOOR IN HET GROOTHERTOGDOM INGESCHREVEN MOTORRIJTUIGEN VERLEENT AAN LUXEMBURGSE STUDENTEN DIE HUN HOOFDVERBLIJF IN HET GROOTHERTOGDOM HEBBEN EN AAN EEN ONDERWIJSINSTELLING IN BELGIE STUDEREN , MAAR NIET AAN GEHUWDE STUDENTEN , DIE GEACHT WORDEN HUN HAARDSTEDE IN BELGIE TE HEBBEN . TIJDENS DE SCHRIFTELIJKE BEHANDELING VOOR HET HOF HEEFT DE BELGISCHE REGERING AANVANKELIJK DEZE PRAKTIJK BEVESTIGD EN UITGELEGD DAT PROFANT TOT DE DAG VAN ZIJN HUWELIJK AAN DE VOORWAARDEN VOOR VRIJSTELLING VOLDEED . TER TERECHTZITTING HEEFT ZIJ ECHTER BEKLEMTOOND , DAT DE BELGISCHE AUTORITEITEN DE VRIJSTELLING SLECHTS AAN BUITENLANDSE STUDENTEN ONTHOUDEN INDIEN BLIJKT DAT ZIJ ‘ ‘ DE HAARDSTEDE VAN HET DOOR HET HUWELIJK GECREEERDE NIEUWE GEZIN ‘ ‘ OP BELGISCH GRONDGEBIED HEBBEN GEVESTIGD .

7 DAAR PROFANT WEIGERDE DE GEVORDERDE BTW VOOR DE TWEE MOTORRIJTUIGEN TE BETALEN , WERD TEGEN HEM VOOR DE CORRECTIONELE RECHTBANK TE LUIK VERVOLGING INGESTELD , PRIMAIR STREKKENDE TOT VERBEURDVERKLARING VAN BEIDE MOTORRIJTUIGEN , EN SUBSIDIAIR TOT BETALING VAN HUN TEGENWAARDE , RESPECTIEVELIJK BF 61 565 EN 168 950 . DE RECHTBANK WEES DE VORDERING TOE EN HAAR VONNIS WERD BEKRACHTIGD DOOR HET HOF VAN BEROEP TE LUIK . HET HOF VAN CASSATIE VERNIETIGDE EVENWEL HET ARREST VAN HET HOF VAN BEROEP , OP GROND DAT DIT HAD NAGELATEN DE RELEVANTE WETSBEPALINGEN TE VERMELDEN . DE ZAAK WERD VERWEZEN NAAR HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL , DAT IN JULI 1984 UITSPRAAK DEED BIJ VERSTEK MET INACHTNEMING VAN HET CASSATIEARREST . OP HET VERZET VAN VERDACHTE TEGEN DEZE UITSPRAAK IS HET ONDERHAVIGE VERWIJZINGSARREST GEWEZEN .

8 IN DIT ARREST HEEFT HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL DE VORDERING VAN DE BELASTINGDIENST NIET ONTVANKELIJK VERKLAARD VOOR ZOVER ZIJ BETREKKING HAD OP HET GEBRUIK IN BELGIE VAN DE ALFA ROMEO , DAAR DE STRAFVORDERING OP DIT PUNT IN TUSSENTIJD WAS VERJAARD . IN VERBAND MET HET GEBRUIK VAN DE VOLKSWAGEN KWAM HET HOF VAN BEROEP TOT OVERWEGINGEN DIE HET AANLEIDING GAVEN HET HOF EEN PREJUDICIELE VRAAG TE STELLEN .

9 DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE SPRAK EERST HAAR TWIJFEL UIT OVER DE – HAARS INZIENS IMMORELE – UITLEGGING VAN DE WET , VOLGENS WELKE , NAAR HET MINISTERIE VAN FINANCIEN TER TERECHTZITTING HAD ERKEND , ER GEEN MISDRIJF ZOU ZIJN GEWEEST INDIEN DE VERDACHTE NIET GEHUWD WAS , MAAR IN CONCUBINAAT HAD GELEEFD . VERVOLGENS OVERWOOG ZIJ , DAT VOOR EEN UITSPRAAK OVER DE PROBLEMEN VAN DE WOONPLAATS EN DE VRIJSTELLING BIJ TIJDELIJKE INVOER MOEST WORDEN VASTGESTELD DAT HET BETROKKEN VOERTUIG IN LUXEMBURG WAS GEKOCHT MET BETALING VAN DE – EVENALS IN BELGIE BTW GEHETEN EN NIET VOOR TERUGGAAF IN AANMERKING KOMENDE – ALGEMENE VERBRUIKSBELASTING . IN DEZE OMSTANDIGHEDEN REES DE VRAAG , OF DEZE DUBBELE BELASTING , OPGELEGD AAN EEN LUXEMBURGER DIE ZIJN MOTORRIJTUIG IN ZIJN EIGEN LAND KOOPT , MAAR HET TIJDELIJK DOCH HOOFDZAKELIJK IN BELGIE GEBRUIKT , NIET IN STRIJD IS MET DE BEGINSELEN DIE DE INTERNATIONALE VERDRAGEN HEBBEN WILLEN INVOEREN .

10 HIERVAN UITGAANDE , HEEFT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE ZICH AFGEVRAAGD , OF ER IN DE OMSTANDIGHEDEN VAN HET GEVAL GEEN SPRAKE WAS VAN EEN BELEMMERING VAN HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN , DAAR DE BELGISCHE BTW IN CASU ERG VEEL LIJKT OP EEN VERKAPT DOUANERECHT , AANGEZIEN HET BELASTBAAR FEIT BESTOND IN DE INVOER IN BELGIE VAN EEN GOED UIT HET GROOTHERTOGDOM . TUSSEN BEIDE LANDEN ZOU ECHTER GEEN DOUANEGRENS MEER BESTAAN .

11 VAN OORDEEL DAT HET GEDING VRAAGSTUKKEN VAN UITLEGGING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT DEED RIJZEN , HEEFT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE DERHALVE BESLOTEN DE BEHANDELING VAN DE ZAAK TE SCHORSEN TOTDAT HET HOF ZICH ZAL HEBBEN UITGESPROKEN OVER DE VOLGENDE PREJUDICIELE VRAAG :

‘ ‘ ZIJN DE BEPALINGEN VAN DE BELGISCHE WET VAN 3 JULI 1969 HOUDENDE INVOERING VAN HET WETBOEK VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE , ZOALS ZIJ DOOR HET MINISTERIE VAN FINANCIEN WORDEN UITGELEGD , IN CASU NIET IN STRIJD MET DE GEMEENSCHAPSREGELING INZAKE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN EN DIENSTEN , WAAR DIE BEPALINGEN , INZONDERHEID DE ARTIKELEN 23 EN 24 , ONDER DE BENAMING BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE EEN ECHT DOUANERECHT HEBBEN INGEVOERD ?

‘ ‘

12 HET STAAT NIET AAN HET HOF OM IN HET KADER VAN ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG DE VERENIGBAARHEID MET HET VERDRAG TE ONDERZOEKEN VAN DE UITLEGGING DIE DE BELASTINGAUTORITEITEN VAN EEN LID-STAAT AAN HUN NATIONALE WETGEVING GEVEN . HET KAN UIT DE BEWOORDINGEN VAN DE DOOR DE NATIONALE RECHTER GESTELDE VRAAG EN GELET OP DE DOOR HEM VERMELDE GEGEVENS , ECHTER WEL DE ELEMENTEN AFLEIDEN DIE DE UITLEGGING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT BETREFFEN .

13 UIT DE BEWOORDINGEN VAN DE GESTELDE VRAAG , IN SAMENHANG MET DE OVERWEGINGEN VAN DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE EN DE DOOR HAAR VASTGESTELDE FEITELIJKE OMSTANDIGHEDEN , VOLGT DAT DE VRAAG ERTOE STREKT TE VERNEMEN , OF DE COMMUNAUTAIRE REGELS INZAKE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN EN INZONDERHEID DIE BETREFFENDE DE OPHEFFING VAN DE DOUANERECHTEN BINNEN DE GEMEENSCHAP , ZICH VERZETTEN TEGEN DE HEFFING DOOR EEN LID-STAAT VAN BTW BIJ INVOER OVER EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT MET BETALING VAN BTW GEKOCHT EN ALDAAR GEREGISTREERD MOTORRIJTUIG , WANNEER DIT WORDT GEBRUIKT DOOR EEN ONDERDAAN VAN DIE ANDERE STAAT , DIE ALDAAR WOONPLAATS HEEFT , MAAR STUDEERT OP HET GRONDGEBIED VAN DE EERSTE STAAT WAAR HIJ , VOOR DE DUUR VAN DIE STUDIE , IN HET VREEMDELINGENREGISTER IS INGESCHREVEN .

14 VOLGENS VERDACHTE IN HET HOOFDGEDING HEEFT DE VAN HEM GEVORDERDE BELASTING ALS ENIG DOEL DE INVOER VAN EEN GOED TE BELASTEN EN MOET ZIJ BIJGEVOLG ALS EEN VERKAPT DOUANERECHT WORDEN AANGEMERKT . DE BELGISCHE REGERING EN DE COMMISSIE STELLEN DAARTEGENOVER , DAT DE HEFFING VAN BTW BIJ INVOER NIET MET EEN DOUANERECHT OF HEFFING VAN GELIJKE WERKING IN DE ZIN VAN DE ARTIKELEN 9 , 11 EN 13 EEG-VERDRAG KAN WORDEN GELIJKGESTELD .

15 TE DEZEN ZIJ ERAAN HERINNERD , DAT VOLGENS ‘ S HOFS RECHTSPRAAK , EN MET NAME HET ARREST VAN 5 MEI 1982 ( ZAAK 15/81 , SCHUL , JURISPR . 1982 , BLZ . 1409 ), DE BTW DIE EEN LID-STAAT HEFT TER ZAKE VAN DE INVOER VAN GOEDEREN UIT EEN ANDERE LID-STAAT , DEEL UITMAAKT VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK BTW-STELSEL WAARVAN DE OPZET EN DE GRONDTREKKEN ZIJN VASTGESTELD IN HARMONISATIERICHTLIJNEN VAN DE RAAD . MET DEZE RICHTLIJNEN IS EEN UNIFORM BELASTINGSTELSEL INGEVOERD , WAARDOOR ZOWEL BINNEN DE LID-STATEN VERRICHTE HANDELINGEN ALS DE INVOER STELSELMATIG EN VOLGENS OBJECTIEVE CRITERIA WORDEN GETROFFEN . EEN DERGELIJKE BELASTING MOET DUS WORDEN BESCHOUWD ALS EEN ONDERDEEL VAN EEN ALGEMEEN STELSEL VAN BINNENLANDSE BELASTINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 95 VAN HET VERDRAG , EN DE VERENIGBAARHEID ERVAN MET HET GEMEENSCHAPSRECHT DIENT TE WORDEN BEOORDEELD AAN DE HAND VAN DAT ARTIKEL , EN NIET VAN DE ARTIKELEN 12 EN VOLGENDE VAN HET VERDRAG .

16 BIJGEVOLG IS DE BTW DIE EEN LID-STAAT TER ZAKE VAN DE INVOER VAN EEN MOTORRIJTUIG UIT EEN ANDERE LID-STAAT HEFT , GEEN INVOERRECHT OF HEFFING VAN GELIJKE WERKING ALS EEN INVOERRECHT IN DE ZIN VAN DE ARTIKELEN 12 EN 13 VAN HET VERDRAG .

17 IN HET STELSEL VAN HET VERDRAG IS VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN BINNEN DE GEMEENSCHAP ONDER NORMALE CONCURRENTIEVERHOUDINGEN HET OOGMERK VAN DE BEPALINGEN BETREFFENDE DE AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN EN HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING , IN SAMENHANG MET DIE BETREFFENDE DE BINNENLANDSE BELASTINGEN , WAARONDER MET NAME ARTIKEL 95 . TEGEN DEZE ACHTERGROND HEEFT HET HOF IN VOORNOEMD ARREST VAN 5 MEI 1982 DE INVLOED OP HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN ONDERZOCHT VAN DE CUMULATIE VAN BELASTINGEN , DIE ZICH VOORDOET WANNEER BIJ INVOER BTW WORDT GEHEVEN OVER EEN GOED DAT IN DE LID-STAAT VAN UITVOER AL MET BTW IS BELAST ZONDER DAT DEZE BTW BIJ DE UITVOER IS TERUGGEGEVEN .

18 VOLGENS DE COMMISSIE ZOU HETZELFDE PROBLEEM ZICH IN CASU KUNNEN VOORDOEN , DAAR DE HEFFING VAN BTW BIJ INVOER SLECHTS VERENIGBAAR IS MET ARTIKEL 95 WANNEER HET RESTANT VAN DE REEDS IN DE LID-STAAT VAN UITVOER BETAALDE BTW IN AANMERKING WORDT GENOMEN . DIT PROBLEEM ZOU ZICH HAARS INZIENS ECHTER NIET VOORDOEN INDIEN HET TOEPASSELIJKE GEMEENSCHAPSRECHT HEFFING VAN DE BTW BIJ INVOER IN EEN GEVAL ALS HET ONDERHAVIGE VERBOOD . DE COMMISSIE IS IMMERS VAN MENING , DAT EEN DERGELIJK GEVAL VALT ONDER DE VRIJSTELLING VOOR TIJDELIJKE INVOER , BEDOELD IN ARTIKEL 14 , LID 1 , VAN DE ZESDE RICHTLIJN VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ( PB 1977 , L 145 , BLZ . 1 ).

19 TEN EINDE DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE ALLE GEGEVENS TE VERSCHAFFEN DIE HAAR IN STAAT KUNNEN STELLEN HET BIJ HAAR AANHANGIGE GESCHIL TE BESLECHTEN , DIENT EERST DEZE STELLING VAN DE COMMISSIE TE WORDEN ONDERZOCHT .

20 ARTIKEL 14 VAN DE ZESDE RICHTLIJN REGELT DE VRIJSTELLINGEN VAN BTW BIJ DE INVOER VAN GOEDEREN . HET MAAKT DAARBIJ ONDERSCHEID TUSSEN DEFINITIEVE EN TIJDELIJKE INVOER ; IN LID 1 , SUB C , WORDT MET NAME VRIJSTELLING VOORZIEN VOOR DE INVOER VAN GOEDEREN DIE WORDEN AANGEGEVEN IN HET KADER VAN EEN DOUANEREGELING VOOR TIJDELIJKE INVOER EN UIT DIEN HOOFDE IN AANMERKING KOMEN VOOR VRIJSTELLING VAN INVOERRECHTEN , OF DIE VOOR EEN DERGELIJKE VRIJSTELLING IN AANMERKING ZOUDEN KOMEN INDIEN ZIJ UIT EEN DERDE LAND ZOUDEN ZIJN INGEVOERD . INGEVOLGE LID 2 VAN ARTIKEL 14 MOETEN BIJ VERDERE RICHTLIJNEN COMMUNAUTAIRE BELASTINGREGELS WORDEN VASTGESTELD , WAARBIJ DE WERKINGSSFEER VAN DE IN LID 1 BEDOELDE VRIJSTELLINGEN NADER WORDT OMLIJND . TOTDAT DEZE REGELS IN WERKING TREDEN , KUNNEN DE LID-STATEN ‘ ‘ DE VIGERENDE NATIONALE VOORSCHRIFTEN IN HET KADER VAN DE BOVENSTAANDE BEPALINGEN BLIJVEN TOEPASSEN ‘ ‘ , ZIJ HET MET AANPASSINGEN TENEINDE HET DUBBEL HEFFEN VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE BINNEN DE GEMEENSCHAP TE BEPERKEN .

21 DE COMMISSIE LEIDT UIT HET SAMENSTEL VAN BEPALINGEN VAN ARTIKEL 14 VAN DE ZESDE RICHTLIJN AF , DAT HET BEGRIP TIJDELIJKE INVOER EEN COMMUNAUTAIRE INHOUD HEEFT , DIE DE LID-STATEN BIJ DE TOEPASSING VAN VRIJSTELLINGEN IN ACHT MOETEN NEMEN . OM VAST TE STELLEN WELKE DEZE COMMUNAUTAIRE INHOUD IS , ZOU MEN ZICH DIENEN TE REFEREREN AAN RICHTLIJN NR . 83/182 VAN DE RAAD VAN 28 MAART 1983 BETREFFENDE DE BELASTINGVRIJSTELLINGEN BIJ DE TIJDELIJKE INVOER VAN BEPAALDE VERVOERMIDDELEN BINNEN DE GEMEENSCHAP ( PB 1983 , L 105 , BLZ . 59 ). WELISWAAR DATEERT DEZE RICHTLIJN VAN NA DE FEITEN VAN DE ONDERHAVIGE ZAAK , MAAR ZIJ ZOU TOCH DE BEGRIPPEN KUNNEN VERHELDEREN DIE AAN HET STELSEL VAN VRIJSTELLINGEN VAN DE ZESDE RICHTLIJN TEN GRONDSLAG LIGGEN . UIT DE ARTIKELEN 5 EN 7 VAN RICHTLIJN NR . 83/182 NU ZOU VOLGEN , DAT EEN STUDENT DIE ZIJN LAND VAN OORSPRONG VERLAAT , ZIJN PERSOONLIJKE BINDINGEN MET DAT LAND NIET VERLIEST EN NIET KAN WORDEN GEACHT ZIJN GEWONE VERBLIJFPLAATS NIET MEER DAAR TE HEBBEN DOORDAT HIJ HET GROOTSTE DEEL VAN HET JAAR VOOR ZIJN STUDIE IN EEN ANDERE LID-STAAT VERBLIJFT , EN DAT DIT ZO BLIJFT WANNEER DE STUDENT IN HET HUWELIJK TREEDT .

22 DE BELGISCHE REGERING HERINNERT ER VOOREERST AAN , DAT VOLGENS ARTIKEL 10 VAN RICHTLIJN NR . 83/182 DE LID-STATEN DE NODIGE WETTELIJKE EN BESTUURSRECHTELIJKE BEPALINGEN OM AAN DE RICHTLIJN TE VOLDOEN , PAS OP 1 JANUARI 1984 IN WERKING MOESTEN DOEN TREDEN . DEZE RICHTLIJN ZOU BOVENDIEN VOORZIEN IN VRIJSTELLING BIJ TIJDELIJKE INVOER VAN EEN MOTORRIJTUIG DOOR EEN STUDENT , WANNEER DEZE UITSLUITEND VOOR STUDIE OP HET GRONDGEBIED VAN DE BETROKKEN LID-STAAT VERBLIJFT . IN EEN GEVAL ALS DAT VAN PROFANT ZOU HET ECHTER GAAN OM EEN ECHTPAAR DAT IN BELGIE WOONT , OFSCHOON HET OOK EEN WOONPLAATS IN HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG HEEFT . EEN DERGELIJK ECHTPAAR ZOU DOOR HET HUWELIJK ONAFHANKELIJK WORDEN VAN DE RESPECTIEVE OUDERS , EN DE ZELFSTANDIGHEID VAN DE NIEUWE GEZINSEENHEID ZOU DE OUDE BINDINGEN MET HET LUXEMBURGSE GEZIN DOEN VERDWIJNEN .

23 DIENAANGAANDE ZIJ IN DE EERSTE PLAATS OPGEMERKT , DAT ARTIKEL 14 VAN DE ZESDE RICHTLIJN , WAAR HET VOORZIET IN VRIJSTELLINGEN VAN DE BTW BIJ INVOER , GEBRUIK MAAKT VAN BEGRIPPEN , ZOALS ‘ ‘ TIJDELIJKE ‘ ‘ INVOER , DIE NADERE PRECISERING BEHOEVEN . DAAROM BEPAALT LID 2 VAN DAT ARTIKEL DAT NADERE COMMUNAUTAIRE REGELS ZULLEN WORDEN VASTGESTELD EN DAT , TOT DEZE IN WERKING TREDEN , DE NATIONALE VOORSCHRIFTEN VAN DE LID-STATEN VERDER WORDEN TOEGEPAST . HIERUIT VOLGT DAT DE GEHANDHAAFDE NATIONALE VOORSCHRIFTEN DE GRENZEN GETROKKEN DOOR DE GEMEENSCHAPSBEPALINGEN WAARVAN ZIJ DE UITVOERING VERZEKEREN , IN ACHT HEBBEN TE NEMEN .

24 IN DE TWEEDE PLAATS MOET WORDEN VASTGESTELD , DAT LUIDENS VOORNOEMD ARTIKEL 14 DE VERDERE TOEPASSING VAN DE BETROKKEN NATIONALE VOORSCHRIFTEN MOET GESCHIEDEN ‘ ‘ IN HET KADER ‘ ‘ VAN DE IN DE GEMEENSCHAPSBEPALINGEN VOORZIENE VRIJSTELLINGEN EN DAT DIE VOORSCHRIFTEN MOETEN WORDEN AANGEPAST TEN EINDE DE GEVALLEN VAN DUBBELE HEFFING VAN BTW BINNEN DE GEMEENSCHAP TE BEPERKEN . DEZE VEREISTEN LIGGEN OOK ZELF IN DE LIJN VAN EEN DER DOELSTELLINGEN VAN DE BTW-HARMONISATIE , TE WETEN – ZOALS IN EEN DER OVERWEGINGEN VAN DE CONSIDERANS VAN DE ZESDE RICHTLIJN WORDT GEZEGD – VOORTGANG TE MAKEN MET DE DAADWERKELIJKE VRIJMAKING VAN HET PERSONEN- EN GOEDERENVERKEER EN DE ONDERLINGE VERVLECHTING VAN DE ECONOMIEEN .

25 UIT EEN EN ANDER BLIJKT , DAT DE AUTORITEITEN VAN DE LID-STATEN GEEN VOLLEDIGE BEOORDELINGSVRIJHEID HEBBEN MET BETREKKING TOT DE WIJZE WAAROP ZIJ DE IN ARTIKEL 14 VAN DE ZESDE RICHTLIJN VOORZIENE VRIJSTELLINGEN HANTEREN , AANGEZIEN ZIJ REKENING MOETEN HOUDEN MET DE FUNDAMENTELE DOELSTELLINGEN VAN DE HARMONISATIE-INSPANNING OP HET GEBIED VAN DE BTW , ZOALS MET NAME HET VRIJE VERKEER VAN PERSONEN EN GOEDEREN EN HET VOORKOMEN VAN DUBBELE BELASTINGHEFFING .

26 BIJGEVOLG ZIJN DE BELASTINGAUTORITEITEN VAN EEN LID-STAAT VERPLICHT BIJ DE TOEPASSING VAN HUN NATIONALE WETGEVING INZAKE VRIJSTELLING VAN BTW OP DOOR STUDENTEN UIT EEN ANDERE LID-STAAT GEBRUIKTE MOTORRIJTUIGEN , HET BEGRIP TIJDELIJKE INVOER DERWIJZE TOE TE PASSEN , DAT ZIJ DE VRIJHEID VAN DE ONDERDANEN VAN DE LID-STATEN OM TE STUDEREN IN DE LID-STAAT VAN HUN KEUZE , NIET DOOR EEN DUBBELE BELASTING VAN DE BETROKKEN MOTORRIJTUIGEN BEPERKEN .

27 HET ENKELE FEIT DAT EEN STUDENT UIT EEN ANDERE LID-STAAT HUWT , BRENGT GEEN WIJZIGING IN DE CASUSPOSITIE . HET ZOU ANDERS ZIJN INDIEN HET BETROKKEN ECHTPAAR ZICH IN HET GASTLAND ZOU VESTIGEN MET DE KENNELIJKE BEDOELING NIET NAAR DE LID-STAAT VAN OORSPRONG TERUG TE KEREN . DIE SITUATIE HEEFT HET VERWIJZINGSARREST ECHTER NIET OP HET OOG EN OOK HET DOSSIER BEVAT GEEN ENKELE AANWIJZING DAT ZULKS IN CASU HET GEVAL WAS .

28 OP DE GESTELDE VRAAG MOET MITSDIEN WORDEN GEANTWOORD , DAT DE REGELS VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT , EN MET NAME DIE VAN DE ZESDE RICHTLIJN , ZICH VERZETTEN TEGEN DE HEFFING DOOR EEN LID-STAAT VAN DE BTW BIJ INVOER OVER EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT MET BETALING VAN BTW GEKOCHT EN ALDAAR GEREGISTREERD MOTORRIJTUIG , WANNEER DIT WORDT GEBRUIKT DOOR EEN ONDERDAAN VAN DIE ANDERE STAAT , DIE ALDAAR WOONPLAATS HEEFT , MAAR STUDEERT IN DE EERSTE STAAT WAAR HIJ , VOOR DE DUUR VAN DIE STUDIE , IN HET VREEMDELINGENREGISTER IS INGESCHREVEN . DAARBIJ IS NIET VAN BELANG OF DE BETROKKENE GEHUWD IS OF NIET .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

29 DE KOSTEN DOOR DE COMMISSIE EN DE BELGISCHE REGERING WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ( VIERDE KAMER ),

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL BIJ ARREST VAN 26 SEPTEMBER 1984 GESTELDE VRAAG , VERKLAART VOOR RECHT :

1 ) DE BTW DIE EEN LID-STAAT TER ZAKE VAN DE INVOER VAN EEN MOTORRIJTUIG UIT EEN ANDERE LID-STAAT HEFT , IS GEEN INVOERRECHT OF HEFFING VAN GELIJKE WERKING ALS EEN INVOERRECHT IN DE ZIN VAN DE ARTIKELEN 12 EN 13 VAN HET VERDRAG .

2)DE REGELS VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT , EN MET NAME DIE VAN DE ZESDE RICHTLIJN ( NR . 77/388 ) VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ( PB 1977 , L 145 , BLZ . 1 ), VERZETTEN ZICH TEGEN DE HEFFING DOOR EEN LID-STAAT VAN DE BTW BIJ INVOER OVER EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT MET BETALING VAN BTW GEKOCHT EN ALDAAR GEREGISTREERD MOTORRIJTUIG , WANNEER DIT WORDT GEBRUIKT DOOR EEN ONDERDAAN VAN DIE ANDERE STAAT , DIE ALDAAR WOONPLAATS HEEFT , MAAR STUDEERT IN DE EERSTE STAAT WAAR HIJ , VOOR DE DUUR VAN DIE STUDIE , IN HET VREEMDELINGENREGISTER IS INGESCHREVEN . DAARBIJ IS NIET VAN BELANG OF DE BETROKKENE GEHUWD IS OF NIET .

ECLI:EU:C:1985:393