HvJ 08-07-1986 Kerrutt 73/85

ARREST VAN HET HOF (VIJFDE KAMER) VAN 8 JULI 1986. – HANS-DIETER EN UTE KERRUTT TEGEN FINANZAMT MOENCHENGLADBACH – MITTE. – VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET FINANZGERICHT TE DUESSELDORF. – OMZETBELASTING – ” BAUHERRENMODELL “. – ZAAK 75/83.

Trefwoorden


1 . FISCALE BEPALINGEN – HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN – OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER TOEGEVOEGDE WAARDE – VRIJSTELLINGEN , VOORZIEN IN ZESDE RICHTLIJN – VRIJSTELLING VAN LEVERING VAN GEBOUWEN EN ERBIJ BEHOREND TERREIN – BIJKOMENDE DIENSTVERRICHTINGEN – BELASTBAARHEID

( RICHTLIJN NR . 77/388 VAN DE RAAD , ARTIKELEN 2 , PUNT 1 , 13 B , SUB G EN 28 , LID 3 , SUB B )

2 . FISCALE BEPALINGEN – HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN – OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER TOEGEVOEGDE WAARDE – HEFFING VAN ANDERE NATIONALE BELASTINGEN OVER AAN BELASTING OVER TOEGEVOEGDE WAARDE ONDERWORPEN HANDELINGEN – TOELAATBAARHEID – VOORWAARDEN

( RICHTLIJN NR . 77/388 VAN DE RAAD , ARTIKEL 33 )

Samenvatting


1 . INGEVOLGE ARTIKEL 2 , PUNT 1 , VAN DE ZESDE RICHTLIJN ( 77/388 ) BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING , ZIJN DE LEVERINGEN VAN GOEDEREN EN DE DIENSTVERRICHTINGEN – NIET ZIJNDE DE LEVERING VAN HET BOUWTERREIN – IN HET KADER VAN EEN ‘ ‘ PAKKET ‘ ‘ OVEREENKOMSTEN TOT AANNEMING VAN WERK EN HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN MET HET OOG OP DE OPRICHTING VAN EEN GEBOUW , ONDERWORPEN AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE , DAAR ZIJ NIET ONDER EEN VAN DE IN DE RICHTLIJN VOORZIENE VRIJSTELLINGEN VOOR DE LEVERING VAN GEBOUWEN EN HET ERBIJ BEHOREND TERREIN VALLEN .

2 . GEEN ENKELE BEPALING VAN GEMEENSCHAPSRECHT VERZET ZICH ERTEGEN , DAT EEN LID-STAAT OVER EEN KRACHTENS RICHTLIJN NR . 77/388 AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ONDERWORPEN HANDELING EVENEENS ANDERE OVERDRACHTS- EN VERKEERSBELASTINGEN HEFT , MITS DEZE BELASTINGEN NIET HET KARAKTER VAN EEN OMZETBELASTING HEBBEN .

Partijen


IN ZAAK 73/85 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN HET FINANZGERICHT DUSSELDORF , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

H.-D . EN U . KERRUTT , TE MARKGRONINGEN ,

EN

FINANZAMT MONCHENGLADBACH-MITTE ,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN VERSCHEIDENE BEPALINGEN VAN DE ZESDE RICHTLIJN ( NR . 77/388/EEG ) VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ( PB 1977 , L 145 , BLZ . 1 ),

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING VAN 17 DECEMBER 1984 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 19 MAART 1985 , HEEFT HET FINANZGERICHT DUSSELDORF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG TWEE PREJUDICIELE VRAGEN GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN VERSCHILLENDE BEPALINGEN VAN DE ZESDE RICHTLIJN ( NR . 77/388 ) VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ( PB 1977 , L 145 , BLZ . 1 ).

2 DEZE VRAGEN ZIJN GEREZEN IN EEN GEDING TUSSEN DE ECHTGENOTEN HANS-DIETER EN UTE KERRUTT ( HIERNA : VERZOEKERS IN HET HOOFDGEDING ) EN HET FINANZAMT MONCHENGLADBACH-MITTE . DIT GEDING HEEFT BETREKKING OP BELASTINGAANSLAGEN , WAARBIJ DE FISCUS VAN VERZOEKERS IN HET HOOFDGEDING OVERDRACHTSBELASTING HIEF TER ZAKE VAN DE OPRICHTING VAN EEN GEBOUW IN HET KADER VAN EEN ZOGENOEMD ‘ ‘ BAUHERRENMODELL ‘ ‘ .

3 BLIJKENS DE VERWIJZINGSBESCHIKKING EN DE IN DE LOOP VAN HET GEDING VERSTREKTE GEGEVENS WERD HIERBIJ ALS VOLGT TE WERK GEGAAN : VERZOEKERS IN HET HOOFDGEDING GAVEN TE ZAMEN MET ANDERE ASPIRANT-BOUWHEREN AAN EEN FINANCIERINGSMAATSCHAPPIJ OPDRACHT , VOOR HEN EEN BOUWTERREIN AAN TE KOPEN EN DAAROP WONINGEN OP TE RICHTEN . INGEVOLGE DEZE OVEREENKOMST VERKREGEN ZIJ IEDER EEN AANDEEL IN DE ONVERDEELDE EIGENDOM VAN EEN ONBEBOUWD TERREIN ; DE VERDELING ALS BEDOELD IN HET WOHNUNGSEIGENTUMSGESETZ WERD BIJ OVEREENKOMST REGELMATIG VASTGESTELD EN VERVOLGENS IN HET GRUNDBUCH INGESCHREVEN . VOORTS SLOTEN DE GEZAMENLIJKE MEDE-EIGENAREN , DIE EEN ‘ ‘ BAUHERRENGEMEINSCHAFT ‘ ‘ ( EEN SAMENWERKINGSVERBAND VAN BOUWHEREN ) IN DE VORM VAN EEN VENNOOTSCHAP NAAR BURGERLIJK RECHT HADDEN OPGERICHT , MET EEN BOUWONDERNEMING EEN AANNEMINGSOVEREENKOMST TOT HET OPRICHTEN VAN HET GEBOUW . DAARNAAST SLOTEN VERZOEKERS IN HET HOOFDGEDING NOG EEN AANTAL OVEREENKOMSTEN VOOR ZICHZELF , TE WETEN EEN ‘ ‘ BAUBETREUUNGS ‘ ‘ -OVEREENKOMST , EEN OVEREENKOMST BETREFFENDE VERHUURBEMIDDELING , EEN OVEREENKOMST BETREFFENDE DE BEZORGING VAN FISCALE BESCHEIDEN , EEN OVEREENKOMST VAN BORGTOCHT EN EEN OVEREENKOMST BETREFFENDE KREDIETBEMIDDELING .

4 VERZOEKERS IN HET HOOFDGEDING KWAMEN TEGEN DE BETROKKEN BELASTINGAANSLAGEN OP , OMDAT OVEREENKOMSTIG DE RECENTE RECHTSPRAAK VAN HET BUNDESFINANZHOF DE TEGENPRESTATIES VOOR AL DEZE HANDELINGEN IN DE BEREKENINGSGRONDSLAG VAN DE OVERDRACHTSBELASTING WAREN BETROKKEN . VOLGENS DEZE RECHTSPRAAK ZIJN DE OVEREENKOMST TOT AANKOOP VAN EEN TERREIN EN DE AANNEMINGSOVEREENKOMST TOT HET OPRICHTEN VAN EEN GEBOUW VOOR DE OVERDRACHTSBELASTING TE BESCHOUWEN ALS EEN HANDELING , DAAR ELK VAN BEIDE DEELOVEREENKOMSTEN ZONDER DE ANDERE NIET KAN BESTAAN . VERZOEKERS IN HET HOOFDGEDING BESTRIJDEN DEZE OPVATTING . VOLGENS HEN KAN DE OVERDRACHTSBELASTING ENKEL WORDEN GEHEVEN TER ZAKE VAN DE VERKRIJGING VAN HET TERREIN , DOCH NIET TER ZAKE VAN DE OPRICHTING VAN HET GEBOUW .

5 NAAR HET OORDEEL VAN DE NATIONALE RECHTER HANGT DE OPLOSSING VAN DIT GESCHIL AF VAN DE UITLEGGING VAN VERSCHILLENDE BEPALINGEN VAN DE ZESDE RICHTLIJN . INGEVOLGE EEN NATIONALE BEPALING , PAR 4 , NR . 9 , SUB A , UMSATZSTEUERGESETZ , ZOUDEN DE HANDELINGEN DIE ONDER HET GRUNDERWERBSTEUERGESETZ VALLEN , VAN DE OMZETBELASTING ZIJN VRIJGESTELD . DE HEFFING VAN OVERDRACHTSBELASTING OVER ALLE HANDELINGEN , TE WETEN DE AANKOOP VAN HET TERREIN EN DE OPRICHTING VAN HET GEBOUW , ZOU DERHALVE TOT GEVOLG KUNNEN HEBBEN , DAT OVER DE LEVERINGEN EN DIENSTVERRICHTINGEN VAN AANNEMERS , BOUWVAKKERS EN BEHEERSMAATSCHAPPIJEN GEEN OMZETBELASTING KAN WORDEN GEHEVEN ; DIT ZOU STRIJDIG KUNNEN ZIJN MET DE VERPLICHTINGEN UIT DE ZESDE RICHTLIJN .

6 IN DIT VERBAND HEEFT HET FINANZGERICHT DUSSELDORF DE BEHANDELING VAN DE ZAAK GESCHORST EN HET HOF DE VOLGENDE PREJUDICIELE VRAGEN GESTELD :

‘ ‘ 1 ) VORMEN DE LEVERINGEN VAN GOEDEREN EN DE DIENSTVERRICHTINGEN IN HET KADER VAN EEN DOOR EEN INITIATIEFNEMER AANGEBODEN , OP DE OPRICHTING VAN EEN GEBOUW BETREKKING HEBBEND , PAKKET ‘ VAN OVEREENKOMSTEN (, BAUHERRENMODELL ‘ ), BESTAANDE UIT OVEREENKOMSTEN TOT AANNEMING VAN WERK EN HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN EN EEN OVEREENKOMST BETREFFENDE DE KOOP VAN EEN TERREIN , TE ZAMEN MET DE DOOR EEN ANDERE ONDERNEMER VERRICHTE LEVERING VAN HET TERREIN EEN , LEVERING VAN EEN GEBOUW , EEN GEDEELTE VAN EEN GEBOUW EN HET ERBIJ BEHOREND TERREIN ‘ IN DE ZIN VAN DE ARTIKELEN 13 B , SUB G , 28 , LID 3 , SUB B , JUNCTO BIJLAGE F , PUNT 16 , BIJ DE ZESDE RICHTLIJN ( NR . 77/388/EEG ) VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE OMZETBELASTING , OF ZIJN DIE LEVERINGEN EN DIENSTVERRICHTINGEN , MET UITZONDERING VAN DE LEVERING VAN HET TERREIN , ONDERWORPEN AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE INGEVOLGE ARTIKEL 2 , PUNT 1 , VAN DE ZESDE RICHTLIJN ?

2 ) IN ZOVER INGEVOLGE ARTIKEL 2 , PUNT 1 , VAN DE ZESDE RICHTLIJN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE MOET WORDEN GEHEVEN :

BEVAT HET GEMEENSCHAPSRECHT EEN VERBOD VAN DUBBELE BELASTINGHEFFING IN DIER VOEGE , DAT OVER DEZELFDE LEVERING VAN GOEDEREN EN OVER DEZELFDE DIENSTVERRICHTING NIET TEVENS EEN ANDERE OVERDRACHTS- EN VERKEERSBELASTING ( IN CASU DE DUITSE GRUNDERWERBSTEUER ) MAG WORDEN GEHEVEN ?

‘ ‘

DE EERSTE VRAAG

7 MET DE EERSTE VRAAG WENST DE NATIONALE RECHTER IN WEZEN TE VERNEMEN , OF DE LEVERINGEN VAN GOEDEREN EN DE DIENSTENVERRICHTINGEN , NIET ZIJNDE DE LEVERING VAN HET BOUWTERREIN , IN HET KADER VAN EEN ‘ ‘ PAKKET ‘ ‘ OVEREENKOMSTEN TOT AANNEMING VAN WERK EN HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN MET HET OOG OP DE OPRICHTING VAN EEN GEBOUW , VAN HET TYPE ‘ ‘ BAUHERRENMODELL ‘ ‘ , INGEVOLGE ARTIKEL 2 , PUNT 1 , VAN DE ZESDE RICHTLIJN ZIJN ONDERWORPEN AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE , DAN WEL OF ZIJ ONDER DE IN DE ARTIKELEN 13 B , SUB G , EN 28 , LID 3 , SUB B , JUNCTO BIJLAGE F , PUNT 16 , BIJ DE ZESDE RICHTLIJN VOORZIENE VRIJSTELLINGEN TER ZAKE VAN DE ‘ ‘ LEVERING VAN EEN GEBOUW , EEN GEDEELTE VAN EEN GEBOUW EN HET ERBIJ BEHOREND TERREIN ‘ ‘ VALLEN .

8 VERZOEKERS IN HET HOOFDGEDING BETOGEN , DAT DE LEVERINGEN VAN GOEDEREN EN DE DIENSTVERRICHTINGEN VAN HET IN DE PREJUDICIELE VRAAG BEDOELDE TYPE INGEVOLGE DE ZESDE RICHTLIJN AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ZIJN ONDERWORPEN . DE LEVERING VAN HET TERREIN DAARENTEGEN ZOU VAN DEZE BELASTING ZIJN VRIJGESTELD , ZOWEL OP GROND VAN DE ZESDE RICHTLIJN DIE DE VRIJSTELLINGEN ZOU BEOGEN TE HARMONISEREN , ALS OP GROND VAN EEN NATIONALE WETSBEPALING DIE DE DUBBELE BELASTING VAN DEZELFDE TRANSACTIE TEN GEVOLGE VAN DE HEFFING VAN OVERDRACHTSBELASTING EN VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ZOU VERBIEDEN .

9 DE DUITSE REGERING EN DE COMMISSIE ZIJN BEIDEN VAN MENING , DAT DE LEVERING VAN GOEDEREN EN DE DIENSTVERRICHTINGEN VAN HET BETROKKEN TYPE INGEVOLGE ARTIKEL 2 , PUNT 1 , VAN DE ZESDE RICHTLIJN ALS ZODANIG AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ZIJN ONDERWORPEN EN NIET KUNNEN WORDEN GEACHT DEEL UIT TE MAKEN VAN DE ‘ ‘ LEVERING VAN EEN GEBOUW , EEN GEDEELTE VAN EEN GEBOUW EN HET ERBIJ BEHORENDE TERREIN ‘ ‘ IN DE ZIN VAN DE ARTIKELEN 13 B , SUB G , EN 28 , LID 3 , SUB B , JUNCTO BIJLAGE F , PUNT 16 , BIJ DE ZESDE RICHTLIJN . BOVENDIEN ZOU ARTIKEL 13 B , SUB G , NIET GELDEN VOOR LEVERINGEN VAN GEBOUWEN MET HET ERBIJ BEHORENDE TERREIN VOOR EERSTE INGEBRUIKNEMING , DUS VOOR NIEUWE GEBOUWEN ALS WAAROP HET ‘ ‘ BAUHERRENMODELL ‘ ‘ BETREKKING HEEFT . DE COMMISSIE WIJST ER VERDER NOG OP , DAT DE OVERGANGSREGELING VAN ARTIKEL 28 , LID 3 , NIET TOELAAT , DAT DE LID-STATEN DE NATIONALE PRAKTIJK INZAKE DE VERLENING VAN VRIJSTELLING NA DE VASTSTELLING VAN DE RICHTLIJN EENZIJDIG TE VERRUIMEN .

10 VASTSTAAT , DAT DE LEVERINGEN VAN GOEDEREN EN DE DIENSTVERRICHTINGEN IN HET KADER VAN EEN OVEREENKOMST VAN HET TYPE ‘ ‘ BAUHERRENMODELL ‘ ‘ BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN ARTIKEL 2 , PUNT 1 , VAN DE RICHTLIJN VALLEN , ZOALS DIT DOOR DE DEFINITIE VAN DE TERMEN ‘ ‘ BELASTINGPLICHTIGE ‘ ‘ EN ‘ ‘ BELASTBARE HANDELING ‘ ‘ IN DE ARTIKELEN 4 , 5 EN 6 VAN DE RICHTLIJN IS AFGEBAKEND . ZIJ ZIJN DERHALVE INGEVOLGE ARTIKEL 2 , PUNT 1 , ONDERWORPEN AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE , TENZIJ ZIJ ONDER EEN VAN DE IN DE RICHTLIJN VOORZIENE VRIJSTELLINGEN ZOUDEN VALLEN . IN DE ONDERHAVIGE ZAAK MOET WORDEN ONDERZOCHT , OF DE VRIJSTELLINGEN VAN DE ARTIKELEN 13 B , SUB G , OF 28 , LID 3 , SUB B , JUNCTO BIJLAGE F , PUNT 16 , BIJ DE RICHTLIJN TOEPASSING KUNNEN VINDEN .

11 VOLGENS ARTIKEL 13 B , SUB G , VAN DE RICHTLIJN VERLENEN DE LID-STATEN ONDER DE VOORWAARDEN DIE ZIJ VASTSTELLEN , VRIJSTELLING VOOR DE ‘ ‘ LEVERING VAN EEN GEBOUW , EEN GE DEELTE VAN EEN GEBOUW EN HET ERBIJ BEHOREND TERREIN , ANDERE DAN BEDOELD IN ARTIKEL 4 , LID 3 , SUB A ‘ ‘ , DIT WIL ZEGGEN DE LEVERING VAN EEN GEBOUW VOOR DE EERSTE INGEBRUIKNEMING . VOLGENS ARTIKEL 28 , LID 3 , SUB B , KUNNEN DE LID-STATEN ‘ ‘ DE HANDELINGEN , GENOEMD IN BIJLAGE F BLIJVEN VRIJSTELLEN ONDER DE IN DE LID-STAAT VIGERENDE VOORWAARDEN ‘ ‘ ; PUNT 16 VAN GENOEMDE BIJLAGE BETREFT DE ‘ ‘ LEVERINGEN VAN DE IN ARTIKEL 4 , LID 3 , BEDOELDE GEBOUWEN EN TERREINEN ‘ ‘

12 VOORAF ZIJ EROP GEWEZEN , DAT DEZE TWEE VRIJSTELLINGSBEPALINGEN BEIDE UITGAAN VAN HET BEGRIP ‘ ‘ LEVERING VAN EEN GEBOUW , EEN GEDEELTE VAN EEN GEBOUW EN HET ERBIJ BEHORENDE TERREIN ‘ ‘ . OF DEZE BEPALINGEN TOEPASSING KUNNEN VINDEN IN EEN GEVAL ALS IN HET HOOFDGEDING AAN DE ORDE IS , HANGT DERHALVE ERVAN AF , OF LEVERINGEN EN DIENSTEN ALS DE ONDERHAVIGE , DIE MET HET OOG OP DE OPRICHTING VAN EEN GEBOUW WORDEN VERRICHT , TE ZAMEN MET DE LEVERING VAN HET TERREIN EEN ONROEREND-GOEDTRANSACTIE VORMEN DIE WEGENS HET ECONOMISCHE VERBAND TUSSEN ELK VAN DE BETROKKEN HANDELINGEN AFZONDERLIJK EN HUN GEMEENSCHAPPELIJK DOEL , DE OPRICHTING VAN EEN GEBOUW OP HET VERKREGEN TERREIN , KAN WORDEN AANGEMERKT ALS LEVERING VAN EEN GEBOUW EN HET ERBIJ BEHOREND TERREIN .

13 UIT DE BEWOORDINGEN ‘ ‘ LEVERING VAN EEN GEBOUW … EN HET ERBIJ BEHOREND TERREIN ‘ ‘ BLIJKT REEDS , DAT VAN EEN DERGELIJKE HOMOGENE TRANSACTIE SLECHTS KAN WORDEN GESPROKEN , WANNEER DE TWEE CATEGORIEEN VAN GOEDEREN – HET GEBOUW EN HET TERREIN – VOLGENS HET RECHT INZAKE KOOP EN VERKOOP HET VOORWERP UITMAKEN VAN EEN EN DEZELFDE LEVERING , ZOALS BIJ DE LEVERING VAN EEN BEBOUWD TERREIN .

14 DEZE BENADERING IS IN OVEREENSTEMMING MET HET DOEL VAN DE ZESDE RICHTLIJN . ZOALS DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND HEEFT BEKLEMTOOND , MOETEN VOLGENS DEZE RICHTLIJN , TEN EINDE EEN TEN OPZICHTE VAN DE MEDEDINGING NEUTRALE BELASTINGHEFFING TE WAARBORGEN , DE VERSCHILLENDE BELASTBARE HANDELINGEN DIE NIET TOT EEN ENKELE HANDELING KUNNEN WORDEN SAMENGEVOEGD , IEDER AFZONDERLIJK AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE WORDEN ONDERWORPEN .

15 WAAR HET BIJ DE LEVERINGEN VAN GOEDEREN EN DE DIENSTEN VAN AANNEMERS EN BOUWVAKKERS IN HET KADER VAN EEN OVEREENKOMST VAN HET TYPE ‘ ‘ BAUHERRENMODELL ‘ ‘ HANDELINGEN BETREFT DIE JURIDISCH LOSSTAAN VAN DE MET EEN ANDERE ONDERNEMER OVEREENGEKOMEN LEVERING VAN HET TERREIN , KUNNEN ZIJ DERHALVE NIET WORDEN GEACHT MET LAATSTGENOEMDE TRANSACTIE EEN GEHEEL TE VORMEN , ZODAT VAN EEN ENKELE ‘ ‘ LEVERING VAN EEN GEBOUW , EEN GEDEELTE VAN EEN GEBOUW EN HET ERBIJ BEHOREND TERREIN ‘ ‘ KAN WORDEN GESPROKEN .

16 HIERBIJ KOMT , DAT DE IN ARTIKEL 13 B , SUB G , BEDOELDE VRIJSTELLING VOOR DE LEVERING VAN EEN GEBOUW MET HET ERBIJ BEHOREND TERREIN BLIJKENS DIT ARTIKEL JUNCTO ARTIKEL 4 , LID 3 , SUB A , WAARNAAR DE EERSTE BEPALING VERWIJST , AFHANGT VAN DE VOORWAARDE DAT DE LEVERING NIET PLAATSVINDT VOOR DE EERSTE INGEBRUIKNEMING , ZODAT NIEUWBOUW ER NIET ONDER VALT . AANGEZIEN HET BIJ EEN OVEREENKOMST VAN HET TYPE ‘ ‘ BAUHERRENMODELL ‘ ‘ PER DEFINITIE GAAT OM DE OPRICHTING VAN NIEUWE GEBOUWEN , IS EEN VRIJSTELLING KRACHTENS DEZE BEPALING REEDS OM DEZE REDEN UITGESLOTEN .

17 ANDERZIJDS KUNNEN DE LID-STATEN KRACHTENS DE OVERGANGSREGELING VAN ARTIKEL 28 , LID 3 , SUB B , JUNCTO BIJLAGE F , PUNT 16 , NIEUWE GEBOUWEN ‘ ‘ ONDER DE IN DE LID-STAAT VIGERENDE VOORWAARDEN ( BLIJVEN VRIJSTELLEN ) ‘ ‘ . BLIJKENS HAAR FORMULERING VERZET DEZE BEPALING ZICH EVENWEL TEGEN DE VASTSTELLING VAN NIEUWE VRIJSTELLINGEN OF DE VERRUIMING VAN REEDS BESTAANDE VRIJSTELLINGEN NA DE INWERKINGTREDING VAN DE RICHTLIJN . EEN EVENTUELE UITBREIDING VAN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DE OVERDRACHTSBELASTING NA DE INWERKINGTREDING VAN DE RICHTLIJN KAN DERHALVE , ZELFS INDIEN DEZE WORDT AANGENOMEN DOOR DE RECHTSPRAAK , GEEN INVLOED HEBBEN OP DE OMVANG VAN DE VRIJSTELLING VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE .

18 OP GROND VAN AL DEZE OVERWEGINGEN MOET OP DE EERSTE VRAAG WORDEN GEANTWOORD , DAT DE LEVERINGEN VAN GOEDEREN EN DE DIENSTVERRICHTINGEN – NIET ZIJNDE DE LEVERING VAN EEN BOUWTERREIN – IN HET KADER VAN EEN ‘ ‘ PAKKET ‘ ‘ OVEREENKOMSTEN TOT AANNEMING VAN WERK EN HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN MET HET OOG OP DE OPRICHTING VAN EEN GEBOUW , VAN HET TYPE VAN HET IN DE VERWIJZINGSBESCHIKKING BEDOELDE ‘ ‘ BAUHERRENMODELL ‘ ‘ , INGEVOLGE ARTIKEL 2 , PUNT 1 , VAN DE ZESDE RICHTLIJN ( NR . 77/388/EEG ) VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 ZIJN ONDERWORPEN AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE .

DE TWEEDE VRAAG

19 MET DE TWEEDE VRAAG WENST DE NATIONALE RECHTER TE VERNEMEN , OF HET GEMEENSCHAPSRECHT ZICH ERTEGEN VERZET DAT EEN LID-STAAT OVER EEN KRACHTENS DE ZESDE RICHTLIJN AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ONDERWORPEN HANDELING NOG ANDERE OVERDRACHTS- EN VERKEERSBELASTINGEN , ZOALS DE DUITSE GRUNDERWERBSTEUER , HEFT .

20 VERZOEKERS IN HET HOOFDGEDING STELLEN , DAT HET NUTTIG EFFECT VAN DE ZESDE RICHTLIJN , DIE ONDER MEER DE VRIJSTELLINGEN VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE BEOOGT TE HARMONISEREN , IN DE WEG STAAT AAN EEN DUBBELE BELASTING VAN DEZELFDE ONROEREND-GOEDTRANSACTIE , WAARTOE DE HEFFING ZOWEL VAN DEZE BELASTING ALS VAN OVERDRACHTSBELASTING ZOU LEIDEN .

21 DE DUITSE REGERING EN DE COMMISSIE DAARENTEGEN STELLEN , DAT HET ANTWOORD REEDS BESLOTEN LIGT IN ARTIKEL 33 VAN DE ZESDE RICHTLIJN , WAARIN DE LID-STATEN UITDRUKKELIJK WORDEN GEMACHTIGD OM ALLE BELASTINGEN TE HANDHAVEN OF IN TE VOEREN DIE NIET HET KARAKTER VAN OMZETBELASTING BEZITTEN , EN INZONDERHEID REGISTRATIERECHTEN . DE DUITSE REGERING VOEGT HIER NOG AAN TOE , DAT DE RICHTLIJN MET DE ERIN VOORZIENE VRIJSTELLINGEN DE DUBBELE BELASTING VAN BEPAALDE HANDELINGEN WELISWAAR OP ZEKERE HOOGTE HEEFT UITGESLOTEN , MAAR VOOR HET OVERIGE EEN DERGELIJKE DUBBELE BELASTING NOCHTANS TOELAAT .

22 HET STANDPUNT VAN DE DUITSE REGERING EN VAN DE COMMISSIE MOET WORDEN AANVAARD . ARTIKEL 33 VAN DE ZESDE RICHTLIJN BEPAALT IMMERS ONDUBBELZINNIG : ‘ ‘ ONVERMINDERD ANDERE COMMUNAUTAIRE BEPALINGEN VORMEN DE BEPALINGEN VAN DEZE RICHTLIJN GEEN BELETSEL VOOR DE HANDHAVING OF INVOERING DOOR EEN LID-STAAT … VAN REGISTRATIERECHTEN EN , MEER IN HET ALGEMEEN , VAN ALLE BELASTINGEN , RECHTEN EN HEFFINGEN DIE NIET HET KARAKTER VAN OMZETBELASTING BEZITTEN ‘ ‘ . WAAR HET GEMEENSCHAPSRECHT IN ZIJN HUIDIGE STAND GEEN SPECIFIEKE BEPALING KENT WAARDOOR DE BEVOEGDHEID VAN DE LID-STATEN OM OVERDRACHTS- EN VERKEERSBELASTINGEN NIET ZIJNDE OMZETBELASTINGEN IN TE VOEREN , WORDT UITGESLOTEN OF BEPERKT , EN HET BESTAAN VAN CONCURRERENDE BELASTINGREGELINGEN BIJGEVOLG TOESTAAT , KUNNEN DERGELIJKE BELASTINGEN OOK WORDEN GEHEVEN WANNEER DIT , ZOALS IN CASU , LEIDT TOT CUMULATIE MET DE OVER DEZELFDE HANDELING GEHEVEN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE .

23 MITSDIEN MOET OP DE TWEEDE VRAAG WORDEN GEANTWOORD , DAT GEEN ENKELE BEPALING VAN GEMEENSCHAPSRECHT ZICH ERTEGEN VERZET , DAT EEN LID-STAAT OVER EEN KRACHTENS DE ZESDE RICHTLIJN AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ONDERWORPEN HANDELING EVENEENS ANDERE OVERDRACHTS- EN VERKEERSBELASTINGEN HEFT – ZOALS DE DUITSE ‘ ‘ GRUNDERWERBSTEUER ‘ ‘ – , MITS DEZE BELASTINGEN NIET HET KARAKTER VAN EEN OMZETBELASTING HEBBEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

24 DE KOSTEN DOOR DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ( VIJFDE KAMER ),

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR HET FINANZGERICHT DUSSELDORF BIJ BESCHIKKING VAN 17 DECEMBER 1984 GESTELDE VRAGEN , VERKLAART VOOR RECHT :

1 ) DE LEVERINGEN VAN GOEDEREN EN DE DIENSTVERRICHTINGEN – NIET ZIJNDE DE LEVERING VAN HET BOUWTERREIN – IN HET KADER VAN EEN ‘ ‘ PAKKET ‘ ‘ OVEREENKOMSTEN TOT AANNEMING VAN WERK EN HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN MET HET OOG OP DE OPRICHTING VAN EEN GEBOUW , VAN HET TYPE VAN HET IN DE VERWIJZINGSBESCHIKKING BEDOELDE ‘ ‘ BAUHERRENMODELL ‘ ‘ , ZIJN INGEVOLGE ARTIKEL 2 , PUNT 1 , VAN DE ZESDE RICHTLIJN ( NR . 77/388/EEG ) VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 ONDERWORPEN AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE .

2 ) GEEN ENKELE BEPALING VAN GEMEENSCHAPSRECHT VERZET ZICH ERTEGEN , DAT EEN LID-STAAT OVER EEN KRACHTENS DE ZESDE RICHTLIJN AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ONDERWORPEN HANDELING EVENEENS ANDERE OVERDRACHTS- EN VERKEERSBELASTINGEN HEFT – ZOALS DE DUITSE ‘ ‘ GRUNDERWERBSTEUER ‘ ‘ – , MITS DEZE BELASTINGEN NIET HET KARAKTER VAN EEN OMZETBELASTING HEBBEN .

ECLI:EU:C:1986:295