HvJ 10-07-1985 Commissie-Ierland 17/84

ARREST VAN HET HOF VAN 10 JULI 1985. – COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN IERLAND. – BTW – MAATSTAF VAN HEFFING BIJ INRUIL VAN EEN ROEREND GOED ALS GEDEELTELIJKE BETALING. – ZAAK 17/84.

Trefwoorden


FISCALE BEPALINGEN – HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN – OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE – MAATSTAF VAN HEFFING – INRUIL VAN GEBRUIKT GOED BIJ WIJZE VAN GEDEELTELIJKE BETALING – NATIONALE REGELING VOLGENS WELKE WAARDE VAN INGERUILD GOED NIET IN MAATSTAF VAN HEFFING IS BEGREPEN – TOELAATBAARHEID – VOORWAARDEN

( RICHTLIJN NR . 77/388 VAN DE RAAD , ARTIKELEN 11 A , LID 1 , SUB A , EN 32 )

Samenvatting


EEN NATIONAAL STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE – DAT REEDS BESTOND BIJ DE INWERKINGTREDING VAN DE ZESDE RICHTLIJN BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – WAARIN TEN AANZIEN VAN DE MAATSTAF VAN HEFFING BIJ DE LEVERING VAN EEN ROEREND GOED MET INRUIL VAN EEN GEBRUIKT GOED , WORDT BEPAALD DAT DE WAARDE VAN HET INGERUILDE GOED NIET IS BEGREPEN IN DE DOOR DE KOPER TE BETALEN TEGENPRESTATIE , IS NIET IN STRIJD MET ARTIKEL 11 A , LID 1 , SUB A , VAN DE RICHTLIJN . EEN DERGELIJKE REGELING WORDT IN BEGINSEL GEDEKT DOOR ARTIKEL 32 VAN DIE RICHTLIJN VOLGENS HETWELK DE NATIONALE REGELINGEN DIE HETZELFDE DOEL NASTREVEN , MOGEN WORDEN GEHANDHAAFD IN AFWACHTING VAN DE TOTSTANDKOMING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE BELASTINGREGELING VOOR GEBRUIKTE GOEDEREN WAARDOOR DE NEUTRALITEIT TEN AANZIEN VAN DE MEDEDINGING TUSSEN DE RECHTSTREEKSE VERKOPEN TUSSEN VERBRUIKERS EN DE TRANSACTIES VIA HET HANDELSCIRCUIT ZAL WORDEN HERSTELD . DOEL EN GEVOLG VAN EEN DERGELIJKE REGELING IS IMMERS , DAT HET RESTANT VAN DE OVER HET GEBRUIKTE GOED REEDS GEHEVEN BTW WORDT GECOMPENSEERD TENEINDE BIJ WEDERVERKOOP HET ALGEMENE BTW-STELSEL EROP TE KUNNEN TOEPASSEN , EN NIET DAT EEN GEDEELTE VAN DE DOOR DE BELASTINGPLICHTIGE WEDERVERKOPER ONTVANGEN TEGENPRESTATIE VOOR DE LEVERING VAN EEN NIEUW GOED AAN DE BELASTING WORDT ONTTROKKEN .

Partijen


IN ZAAK 17/84 ,

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR JURIDISCH ADVISEUR D . GILMOUR ALS GEMACHTIGDE , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ G . KREMLIS , LID VAN HAAR JURIDISCHE DIENST , BATIMENT JEAN MONNET , KIRCHBERG ,

VERZOEKSTER ,

TEGEN

IERLAND , VERTEGENWOORDIGD DOOR L . J . DOCKERY , CHIEF STATE SOLICITOR , ALS GEMACHTIGDE , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG TER IERSE AMBASSADE , ROUTE D ‘ ARLON 28 ,

VERWEERDER ,

Onderwerp


BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF OM VAST TE STELLEN DAT IERLAND , DOOR VOORT TE GAAN MET DE TOEPASSING VAN SECTION 10 , LID 2 , VAN DE VALUE ADDED TAX ACT 1972 WAARBIJ , IN STRIJD MET ARTIKEL 11 VAN RICHTLIJN NR . 77/388/EEG VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ( PB 1977 , L 145 , BLZ . 1 ), DE MAATSTAF VAN HEFFING BIJ DE VERKOOP VAN GOEDEREN MET INRUIL WORDT VERMINDERD , ZIJN VERPLICHTINGEN KRACHTENS GENOEMDE RICHTLIJN NIET IS NAGEKOMEN ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ VERZOEKSCHRIFT , NEERGELEGD TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 18 JANUARI 1984 , HEEFT DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN KRACHTENS ARTIKEL 169 EEG-VERDRAG HET HOF VERZOCHT VAST TE STELLEN DAT IERLAND , DOOR VOORT TE GAAN MET DE TOEPASSING VAN SECTION 10 , LID 2 , VAN DE VALUE ADDED TAX ACT 1972 , WAARBIJ , IN STRIJD MET ARTIKEL 11 VAN DE ZESDE RICHTLIJN ( NR . 77/388 ) VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ( PB 1977 , L 145 , BLZ . 1 ; HIERNA : DE ZESDE RICHTLIJN ), DE MAATSTAF VAN HEFFING BIJ DE VERKOOP VAN GOEDEREN MET INRUIL WORDT VERMINDERD , ZIJN VERPLICHTINGEN KRACHTENS GENOEMDE RICHTLIJN NIET IS NAGEKOMEN .

2 VOLGENS ARTIKEL 11 A , LID 1 , SUB A , VAN DE ZESDE RICHTLIJN WORDT DE MAATSTAF VAN HEFFING GEVORMD DOOR ALLES WAT DE LEVERANCIER ALS TEGENPRESTATIE VOOR DE BETROKKEN LEVERING VERKRIJGT OF MOET VERKRIJGEN VAN DE KOPER OF VAN EEN DERDE . DAARENTEGEN BEPAALT SECTION 10 , LID 2 , VAN DE VALUE ADDED TAX ACT 1972 , DAT BIJ DE BEREKENING VAN DE MAATSTAF VAN HEFFING DE WAARDE VAN GEBRUIKTE ROERENDE GOEDEREN DIE , ALS GEHELE OF GEDEELTELIJKE TEGENPRESTATIE , TEGEN DE GELEVERDE GOEDEREN WORDEN INGERUILD , IN MINDERING KAN WORDEN GEBRACHT .

3 OPGEMERKT ZIJ , DAT HET OPNIEUW IN HET HANDELSCIRCUIT BRENGEN VAN EEN GEBRUIKT GOED REEDS HERHAALDELIJK ONDERWERP IS GEWEEST VAN VOORSTELLEN OP COMMUNAUTAIR NIVEAU . ZO BEVATTE HET VOORSTEL VOOR EEN ZESDE RICHTLIJN ( PB 1973 , C 80 , BLZ . 1 ) EEN BEPALING OM DE BELASTING OP GEBRUIKTE GOEDEREN TE VERLICHTEN , TEN EINDE BEPAALDE TAKKEN VAN DE HANDEL TE ONTZIEN . DAAR DEZE BEPALING DOOR DE RAAD NIET WERD AANVAARD , IS IN ARTIKEL 32 VAN DE ZESDE RICHTLIJN BEPAALD , DAT DE RAAD VOOR 31 DECEMBER 1977 , OP VOORSTEL VAN DE COMMISSIE , MET EENPARIGHEID VAN STEMMEN , DE COMMUNAUTAIRE BELASTINGREGELING ZAL VASTSTELLEN DIE VAN TOEPASSING IS OP , ONDER MEER , HET GEBIED VAN GEBRUIKTE GOEDEREN , EN DAT DE LID-STATEN DIE BIJ DE INWERKINGTREDING VAN DE ZESDE RICHTLIJN EEN BIJZONDERE REGELING OP DAT GEBIED TOEPASTEN , DEZE REGELING KUNNEN HANDHAVEN TOTDAT DE COMMUNAUTAIRE REGELING VAN KRACHT WORDT . OP 11 JANUARI 1978 HEEFT DE COMMISSIE BIJ DE RAAD EEN VOORSTEL VOOR EEN ZEVENDE RICHTLIJN ( PB 1978 , C 26 , BLZ . 2 ) INGEDIEND , DAT VOORZIET IN GEMEENSCHAPPELIJKE BTW-REGELINGEN VOOR HET ONDERHAVIGE GEBIED . DIT VOORSTEL IS EVENWEL NOG NIET GOEDGEKEURD .

4 DE COMMISSIE BETOOGT , DAT DE WAARDE VAN EEN GEBRUIKT ROEREND GOED DAT DOOR DE LEVERANCIER VAN EEN NIEUW GOED IN RUIL WORDT GENOMEN , DEEL UITMAAKT VAN DE TEGENPRESTATIE DIE HIJ VAN DE KOPER ONTVANGT TER ZAKE VAN DE LEVERING VAN HET NIEUWE GOED . OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 11 VAN DE ZESDE RICHTLIJN ZOU DEZE WAARDE DUS DEEL UITMAKEN VAN DE MAATSTAF VAN HEFFING VOOR HET GELEVERDE GOED . ARTIKEL 32 ZOU ENKEL BIJZONDERE REGELINGEN VOOR GEBRUIKTE GOEDEREN TOELATEN , DOCH GEENSZINS AFWIJKINGEN VAN DE REGELS BETREFFENDE DE MAATSTAF VAN HEFFING VOOR EEN NIEUW GOED . EEN DERGELIJKE AFWIJKING ZOU EVENMIN WORDEN TOEGELATEN DOOR DE VOORSTELLEN DIE DE COMMISSIE HEEFT GEDAAN OM TE KOMEN TOT GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN VOOR DE BELASTING OP GEBRUIKTE GOEDEREN . IN TEGENSTELLING TOT DEZE VOORSTELLEN , ZOU DE IERSE REGELING NIET ZOZEER DE UITEINDELIJKE KOPER VAN HET GEBRUIKTE GOED BEVOORDELEN , ALS WEL DE KOPER VAN HET NIEUWE GOED , DIE IN DEZE REGELING EEN DIRECTE VERMINDERING VAN BTW KRIJGT .

5 HET BETROKKEN IERSE VOORSCHRIFT KAN VOLGENS DE COMMISSIE IN GEEN GEVAL WORDEN BESCHOUWD ALS EEN BIJZONDERE REGELING DIE , OVEREENKOMSTIG DE DOELSTELLINGEN VAN ARTIKEL 32 VAN DE ZESDE RICHTLIJN , DUBBELE BELASTINGHEFFING OP GEBRUIKTE GOEDEREN VOORKOMT . HET ZOU NIET VOOR DE GEHELE GEBRUIKTE-GOEDERENMARKT GELDEN , DOCH UITSLUITEND VOOR GEVALLEN WAARIN GEBRUIKTE GOEDEREN IN RUIL WORDEN GEGEVEN BIJ AANKOOP VAN EEN ANDER GOED . DEZE FIGUUR ZOU ZIJN GEREGELD IN ARTIKEL 11 VAN DE ZESDE RICHTLIJN EN NIET TEGELIJKERTIJD ONDER EEN BIJZONDERE REGELING IN DE ZIN VAN ARTIKEL 32 KUNNEN VALLEN .

6 TEN SLOTTE VESTIGT DE COMMISSIE ER DE AANDACHT OP , DAT DE IERSE REGELING LEIDT TOT EEN INKOMSTENDALING VOOR DE FISCUS EN BIJGEVOLG TOT EEN VERMINDERING VAN DE EIGEN MIDDELEN VAN DE GEMEENSCHAPPEN , INDIEN HET GEBRUIKTE GOED WORDT DOORVERKOCHT VOOR EEN LAGERE PRIJS DAN DE INRUILPRIJS .

7 DE IERSE REGERING BETOOGT , DAT DE VERKOOP VAN EEN NIEUW GOED MET INRUIL VAN EEN GEBRUIKT GOED VERREWEG DE MEEST VOORKOMENDE MANIER IS WAAROP BEPAALDE SOORTEN GEBRUIKTE GOEDEREN , IN HET BIJZONDER AUTO ‘ S , IN IERLAND WEER IN HET HANDELSCIRCUIT KOMEN . DE IERSE REGELING ZOU DUS VOOR HET GROOTSTE DEEL VAN DE HANDEL IN GEBRUIKTE GOEDEREN GELDEN EN IN ZOVERRE DE DUBBELE BELASTINGHEFFING WAARAAN GEBRUIKTE GOEDEREN WEGENS DE VERSCHULDIGDHEID VAN BTW BIJ WEDERVERKOOP ANDERS ZOUDEN ZIJN ONDERWORPEN , VOORKOMEN . ER ZOU DUS STELLIG SPRAKE ZIJN VAN EEN BIJZONDERE REGELING IN DE ZIN VAN ARTIKEL 32 VAN DE ZESDE RICHTLIJN . WELISWAAR STREKT DE REGELING ZICH UIT TOT LEVERINGEN DIE ONDER ARTIKEL 11 VAN DEZE RICHTLIJN VALLEN , DOCH DIT ZOU EEN UITVLOEISEL ZIJN VAN HET FEIT DAT DEZE LEVERING DOOR DE BELASTINGPLICHTIGE NIET IS LOS TE DENKEN VAN DE GELIJKTIJDIGE VERKRIJGING DOOR HEM VAN HET INGERUILDE GOED . WARE DE AFTREKMOGELIJKHEID WAARIN DE BESTREDEN REGELING VOOR DIT GEVAL VOORZIET , NAAR GEMEENSCHAPSRECHT ONGEOORLOOFD , DAN ZOU EEN BELASTINGPLICHTIG LEVERANCIER GEBRUIKTE AUTO ‘ S VAN NIET-BELASTINGPLICHTIGEN ALLEEN MET VERLIES KUNNEN VERHANDELEN .

8 VOLGENS DE IERSE REGERING STROOKT DE DOOR DE COMMISSIE BEPLEITE UITLEGGING VAN ARTIKEL 32 VAN DE ZESDE RICHTLIJN NOCH MET DE DOELEN NOCH MET DE LETTER VAN DIE BEPALING , EN IS ZIJ ZO STRIKT , DAT HET KLAARBLIJKELIJKE DOEL VAN DE IN DIT ARTIKEL VERVATTE MACHTIGING ONBEREIKBAAR WORDT . DIE UITLEGGING ZOU EVENMIN TE VERENIGEN ZIJN MET DE DOOR DE COMMISSIE ZELF VOORGESTELDE REGELINGEN BETREKKELIJK GEBRUIKTE GOEDEREN IN DE VOORSTELLEN VOOR EEN ZESDE EN ZEVENDE BTW-RICHTLIJN . IN DIT VERBAND TRACHT DE IERSE REGERING AAN DE HAND VAN CIJFERVOORBEELDEN AAN TE TONEN , DAT DE THANS IN IERLAND GELDENDE REGELING OP HETZELFDE NEERKOMT ALS DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN IN HET VOORSTEL VOOR EEN ZEVENDE RICHTLIJN , BEHALVE WAT BETREFT HET TIJDSTIP WAAROP HET GEBRUIKTE GOED VAN HET RESTANT-BTW WORDT ONTLAST , WELK PUNT IN ARTIKEL 32 VAN DE ZESDE RICHTLIJN NIET ZOU ZIJN GEREGELD .

9 DE IERSE REGERING ERKENT NOCHTANS DAT DE BETROKKEN REGELING , VERGELEKEN MET DE REGELINGEN DIE DE COMMISSIE HEEFT VOORGESTELD , LEIDT TOT EEN INKOMSTENDALING VOOR DE FISCUS INDIEN HET GEBRUIKTE GOED WORDT DOORVERKOCHT TEGEN EEN LAGERE PRIJS DAN DE INRUILPRIJS . HETZELFDE ZOU ZICH ECHTER VOORDOEN BIJ EEN OORSPRONKELIJK DOOR DE BELASTINGPLICHTIGE VERLEENDE PRIJSKORTING , DIE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 11 A , LID 3 , SUB B , VAN DE ZESDE RICHTLIJN IN AFTREK MAG WORDEN GEBRACHT , OF BIJ EEN TOEGESTANE AFTREK VAN DE VOORBELASTING OP GOEDEREN DIE DE BELASTINGPLICHTIGE VOOR ZIJN EIGEN BEDRIJF KOOPT .

10 OM DIT GESCHIL TE KUNNEN OPLOSSEN , MOET NADER WORDEN INGEGAAN OP DE MOEILIJKHEDEN DIE HET BTW-STELSEL , ALS NEERGELEGD IN DE ALGEMENE VOORSCHRIFTEN VAN DE GEMEENSCHAPSRICHTLIJNEN , MEEBRENGT VOOR DE HANDEL IN GEBRUIKTE GOEDEREN , EN OP DE VERSCHILLENDE MAATREGELEN DIE ZIJN VOORGESTELD OF REEDS WORDEN TOEGEPAST OM DEZE MOEILIJKHEDEN OP TE LOSSEN .

11 VOLGENS ARTIKEL 2 VAN DE EERSTE RICHTLIJN NR . 67/227 VAN DE RAAD VAN 11 APRIL 1967 ( PB 1967 , 71 , BLZ . 1301 ) BERUST HET GEMEENSCHAPPELIJK BTW-STELSEL OP HET BEGINSEL DAT VAN GOEDEREN EN DIENSTEN TOT EN MET DE KLEINHANDELSFASE EEN ALGEMENE VERBRUIKSBELASTING WORDT GEHEVEN WELKE STRIKT EVENREDIG IS AAN DE PRIJS VAN DIE GOEDEREN EN DIENSTEN , ZULKS ONGEACHT HET AANTAL TRANSACTIES WELKE TIJDENS HET PRODUKTIE- EN DISTRIBUTIEPROCES VOOR DE FASE VAN HEFFING PLAATSVINDEN . BIJ ELKE TRANSACTIE IS DE BTW EVENWEL SLECHTS VERSCHULDIGD ONDER AFTREK VAN HET BEDRAG VAN DE BTW WAARMEE DE ONDERSCHEIDEN ELEMENTEN VAN DE PRIJS RECHTSTREEKS ZIJN BELAST . BIJ GOEDEREN WORDT HET BELASTBAAR FEIT GEVORMD DOOR DE LEVERING VAN EEN GOED ONDER BEZWARENDE TITEL DOOR EEN ALS ZODANIG HANDELENDE BELASTINGPLICHTIGE , EN ALLEEN BELASTINGPLICHTIGEN MOGEN DE REEDS VOORDIEN OP DE GOEDEREN GEHEVEN BTW IN MINDERING BRENGEN OP DE DOOR HEN VERSCHULDIGDE BTW .

12 IN ELKE FASE VAN HET PRODUKTIE- EN DISTRIBUTIEPROCES WORDT DUS IN FEITE SLECHTS DE IN DIE FASE TOEGEVOEGDE WAARDE BELAST . NADAT HET GOED DE NIET-BELASTINGPLICHTIGE EINDVERBRUIKER HEEFT BEREIKT , BLIJFT ER BTW OP RUSTEN NAAR EVENREDIGHEID VAN DE PRIJS DIE DEZE VERBRUIKER AAN ZIJN LEVERANCIER HEEFT BETAALD .

13 INDIEN DE VERBRUIKER HET GOED VERVOLGENS LEVERT AAN EEN ANDERE NIET-BELASTINGPLICHTIGE VERBRUIKER , GEEFT DEZE TRANSACTIE GEEN AANLEIDING TOT BELASTINGHEFFING NOCH TOT BELASTINGAFTREK . LEVERT DE VERBRUIKER HET GOED AAN EEN BELASTINGPLICHTIGE ONDERNEMER , DAN VINDT EVENMIN BELASTINGHEFFING PLAATS , DOCH BIJ WEDERVERKOOP DOOR DE BELASTINGPLICHTIGE WORDT BTW GEHEVEN NAAR EVENREDIGHEID VAN DE WEDERVERKOOPPRIJS , ZONDER DAT DE REEDS VOORDIEN OP HET GOED GEHEVEN BTW VOOR DE BELASTINGPLICHTIGE AFTREKBAAR IS .

14 OVER GEBRUIKTE GOEDEREN DIE OPNIEUW IN HET HANDELSCIRCUIT WORDEN GEBRACHT , WORDT DUS ANDERMAAL BELASTING GEHEVEN , TERWIJL OP GEBRUIKTE GOEDEREN DIE RECHTSTREEKS VAN DE ENE VERBRUIKER NAAR EEN ANDERE OVERGAAN , ENKEL DE BELASTING BLIJFT DRUKKEN DIE BIJ DE EERSTE VERKOOP AAN EEN NIET-BELASTINGPLICHTIGE VERBRUIKER IS GEHEVEN . MET NAME BIJ EEN HOOG BTW-TARIEF LEIDT DIT VERSCHIL IN BEHANDELING TOT EEN VERVALSING VAN DE MEDEDINGING TUSSEN ENERZIJDS RECHTSTREEKSE VERKOPEN TUSSEN VERBRUIKERS EN ANDERZIJDS TRANSACTIES VIA DE NORMALE HANDELSKANALEN ; DAARDOOR WORDEN DE SECTOREN VAN DE HANDEL , WAARIN VEEL TRANSACTIES IN GEBRUIKTE GOEDEREN PLAATSVINDEN , ZOALS MET NAME DE AUTOHANDEL , BENADEELD .

15 ARTIKEL 32 VAN DE ZESDE RICHTLIJN BEPAALT DAT DE RAAD LATER EEN COMMUNAUTAIRE REGELING ZAL VASTSTELLEN DIE DEZE CONCURRENTIEDISTORSIE MOET VOORKOMEN , EN DAT , IN AFWACHTING VAN DE TOTSTANDKOMING VAN DIE REGELING , BESTAANDE NATIONALE REGELINGEN DIE HETZELFDE DOEL NASTREVEN , MOGEN WORDEN GEHANDHAAFD .

16 HARERZIJDS HEEFT DE COMMISSIE GEVOLG GEGEVEN AAN ARTIKEL 32 VAN DE ZESDE RICHTLIJN DOOR EEN VOORSTEL VOOR EEN ZEVENDE RICHTLIJN BIJ DE RAAD IN TE DIENEN . IN DIT VOORSTEL WORDEN TWEE METHODEN GENOEMD OM HET BEOOGDE DOEL TE BEREIKEN . VOOR GEBRUIKTE GOEDEREN IN HET ALGEMEEN WORDT VOORGESTELD , DE MAATSTAF VAN HEFFING BIJ LEVERING DOOR EEN BELASTINGPLICHTIGE WEDERVERKOPER VAN EEN GOED DAT HIJ VAN EEN NIET-BELASTINGPLICHTIGE HEEFT VERKREGEN , TE BEPALEN OP EEN FORFAITAIR PERCENTAGE VAN DE WEDERVERKOOPPRIJS , WELK PERCENTAGE WORDT GEACHT OVEREEN TE KOMEN MET DE DOOR DE BELASTINGPLICHTIGE WEDERVERKOPER TOEGEVOEGDE WAARDE . VOOR BEPAALDE GEBRUIKTE GOEDEREN DIE EEN BELANGRIJKE ROL SPELEN IN DE HANDEL , MET NAME AUTO ‘ S , BEHELST HET VOORSTEL EEN REGELING DIE TOT NAUWKEURIGER RESULTATEN LEIDT . VOLGENS DEZE REGELING HEEFT DE BELASTINGPLICHTIGE WEDERVERKOPER BIJ WEDERVERKOOP RECHT OP EEN BELASTINGAFTREK , BEREKEND OP BASIS VAN DE AAN DE NIET-BELASTINGPLICHTIGE BETAALDE AANKOOPPRIJS . BEIDE VOORGESTELDE REGELINGEN HEBBEN DERHALVE GEMEEN , DAT OP HET MOMENT VAN DE WEDERVERKOOP REKENING WORDT GEHOUDEN MET HET RESTANT VAN DE OVER HET GEBRUIKTE GOED REEDS GEHEVEN BTW .

17 IN DE IERSE REGELING WORDT MET DEZE RESTBELASTING REEDS REKENING GEHOUDEN BIJ DE VERKRIJGING VIA INRUIL VAN HET GEBRUIKTE GOED DOOR DE BELASTINGPLICHTIGE . DEZE REGELING LEIDT SLECHTS SCHIJNBAAR TOT EEN VERMINDERING VAN DE MAATSTAF VAN HEFFING VOOR HET NIEUWE GOED . DE VERMINDERING IS VOLSTREKT EVENREDIG AAN DE PRIJS DIE DE BELASTINGPLICHTIGE HEEFT BETAALD BIJ DE AANKOOP VAN HET GEBRUIKTE GOED VAN DE NIET- BELASTINGPLICHTIGE , EN ZIJ COMPENSEERT IN FEITE HET RESTANT VAN DE OVER HET GEBRUIKTE GOED REEDS GEHEVEN BTW . AANGEZIEN DIT GOED ALDUS REEDS BIJ DE VERKRIJGING DOOR DE BELASTINGPLICHTIGE WEDERVERKOPER IS ONTLAST , KAN HET BIJ WEDERVERKOOP OP GEHEEL NORMALE WIJZE WORDEN BELAST ZONDER DAT DE MEDEDINGING TEN OPZICHTE VAN RECHTSTREEKSE VERKOPEN TUSSEN VERBRUIKERS DAARDOOR WORDT VERVALST .

18 DAARBIJ IS NIET VAN BELANG DAT DEZE COMPENSATIE , FORMEEL GEZIEN , RECHTSTREEKS TEN GOEDE KOMT AAN DE KOPER VAN HET NIEUWE GOED , DIE TEGELIJK DE VERKOPER VAN HET GEBRUIKTE GOED IS , TERWIJL IN DE DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE REGELINGEN DE NIET-BELASTINGPLICHTIGE KOPER VAN HET GEBRUIKTE GOED RECHTSTREEKS VOORDEEL HEEFT VAN DE BELASTINGVERMINDERING BIJ WEDERVERKOOP . DE CIJFERVOORBEELDEN VAN DE IERSE REGERING TONEN AAN , DAT DE PRIJZEN DIE TUSSEN DE PARTIJEN BIJ DE TWEE EERSTE TRANSACTIES BETREFFENDE DIT GOED ZIJN OVEREENGEKOMEN , DE NEIGING HEBBEN ZICH AAN DE TOEGEPASTE REGELING AAN TE PASSEN , ZODAT DE RESULTATEN ZOWEL VOOR DE DRIE BIJ DEZE TRANSACTIES BETROKKEN PARTIJEN ALS VOOR DE FISCUS IN HET ALGEMEEN DEZELFDE ZULLEN ZIJN ; DE VERSCHILLEN BETREFFEN ENKEL HET MOMENT WAAROP HET GEBRUIKTE GOED WORDT ONTLAST VAN HET RESTANT-BTW , EN DE OPBOUW VAN DE PRIJZEN . TEN AANZIEN VAN DE MEDEDINGING TUSSEN DE RECHTSTREEKSE VERKOPEN TUSSEN VERBRUIKERS EN DE TRANSACTIES VIA HET HANDELSCIRCUIT LEIDT VOORTS ELK VAN DE DRIE BESPROKEN REGELINGEN TOT HERSTEL VAN DE NEUTRALITEIT .

19 TEGEN DEZE ACHTERGROND MOET DUS WORDEN BEOORDEELD OF , ZOALS DE COMMISSIE STELT , DE IERSE REGELING EEN AFWIJKING VAN ARTIKEL 11 VAN DE ZESDE RICHTLIJN INHOUDT , DIE NIET DOOR ARTIKEL 32 VAN DEZE RICHTLIJN WORDT GEDEKT . BLIJKENS HET VOORGAANDE HEEFT DEZE REGELING NOCH TOT DOEL NOCH TOT GEVOLG , DAT EEN GEDEELTE VAN DE DOOR DE BELASTINGPLICHTIGE WEDERVERKOPER ONTVANGEN TEGENPRESTATIE VOOR DE LEVERING VAN EEN NIEUW GOED AAN DE BELASTING WORDT ONTTROKKEN . DOEL EN GEVOLG VAN DE IERSE REGELING IS JUIST , DAT HET RESTANT VAN DE OVER HET INGERUILDE GEBRUIKTE GOED REEDS GEHEVEN BTW WORDT GECOMPENSEERD , TEN EINDE BIJ WEDERVERKOOP HET ALGEMENE BTW-STELSEL EROP TE KUNNEN TOEPASSEN . HIERUIT VOLGT , DAT DE IERSE REGELING ZOWEL WAT HAAR DOEL ALS WAT HAAR GEVOLGEN BETREFT , IN BEGINSEL WORDT GEDEKT DOOR ARTIKEL 32 VAN DE ZESDE RICHTLIJN EN DAT ZIJ GEEN INBREUK MAAKT OP ARTIKEL 11 VAN DEZE RICHTLIJN .

20 HIERAAN DOET NIET AF , DAT DE IERSE REGELING ALLEEN GELDT VOOR GEVALLEN WAARIN DE BELASTINGPLICHTIGE WEDERVERKOPER HET GEBRUIKTE GOED VERKRIJGT DOOR HET BIJ LEVERING VAN EEN ANDER , NIEUW OF EVENEENS GEBRUIKT GOED IN RUIL TE NEMEN . HET GAAT HIERBIJ IMMERS OM DE MEEST VOORKOMENDE MANIER WAAROP GEBRUIKTE GOEDEREN WEER IN HET HANDELSCIRCUIT WORDEN GEBRACHT , EN ARTIKEL 32 VAN DE ZESDE RICHTLIJN VEREIST NIET , DAT DE NATIONALE REGELING DIE GEHANDHAAFD BLIJFT , VOOR ALLE TRANSACTIES IN GEBRUIKTE GOEDEREN GELDT .

21 EVENMIN IS VAN BELANG , DAT DE IERSE REGELING LEIDT TOT EEN INKOMSTENDALING VOOR DE FISCUS INDIEN DE WEDERVERKOOPPRIJS LAGER IS DAN DE INRUILPRIJS . WAAR VOLGENS DE ALGEMENE REGELS VAN DE RICHTLIJNEN LEVERINGEN DOOR EEN BELASTINGPLICHTIGE AAN BELASTING ZIJN ONDERWORPEN EN DE DOOR HEM BETAALDE VOORBELASTING KAN WORDEN AFGETROKKEN , LEIDEN DEZE REGELS ZELF OOK TOT EEN INKOMSTENDALING VOOR DE FISCUS INDIEN NIEUWE GOEDEREN MET VERLIES WORDEN VERKOCHT . OOK IN DIT OPZICHT IS DE IERSE REGELING BETREFFENDE DE INRUIL VAN GEBRUIKTE GOEDEREN DERHALVE NIET IN STRIJD MET DE ALGEMENE REGELS VAN DE GEMEENSCHAPSRICHTLIJNEN .

22 HIERUIT VOLGT DAT HET BEROEP VAN DE COMMISSIE IN ZIJN GEHEEL MOET WORDEN VERWORPEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

23 INGEVOLGE ARTIKEL 69 , PARAGRAAF 2 , VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING MOET DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDEN VERWEZEN . AANGEZIEN VERZOEKER IN HET ONGELIJK IS GESTELD , MOET ZIJ IN DE KOSTEN WORDEN VERWEZEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

RECHTDOENDE :

1 ) VERWERPT HET BEROEP .

2)VERWIJST DE COMMISSIE IN DE KOSTEN VAN DE PROCEDURE .

ECLI:EU:C:1985:310