HvJ 11-12-1984 Abbink 134/83

SamenvattingArrest

Het HvJ heeft in het Abbink arrest voor recht verklaard dat het onder strafbedreiging verbieden gebruik te maken van tijdelijk ingevoerde motorvoertuigen (die daarom zijn vrijgesteld van btw-heffing) toegestaan is. Ook als deze strafbepaling geen uitzondering maakt voor gevallen waarin dit gebruik niet plaats vindt met de bedoeling btw te ontduiken.

ARREST VAN HET HOF (VIJFDE KAMER) VAN 11 DECEMBER 1984. – STRAFZAAK TEGEN J. G. ABBINK. – VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ARNHEM. – ” TIJDELIJKE INVOER VAN MOTORVOERTUIGEN – VRIJSTELLING VAN INVOERRECHT “. – ZAAK 134/83.

Trefwoorden


VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN – NATIONALE REGELING DIE INGEZETENEN VERBIEDT , GEBRUIK TE MAKEN VAN ONDER REGELING INZAKE TIJDELIJKE INVOER VALLENDE MOTORVOERTUIGEN – GEEN UITZONDERING VOOR GEBRUIK ZONDER FRAUDULEUZE BEDOELING – VERENIGBAARHEID MET VERDRAG – BETROKKEN TIJDVAK

( RICHTLIJN NR . 83/182 VAN DE RAAD )

Samenvatting


DE BEPALINGEN VAN HET EEG-VERDRAG INZAKE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN BELETTEN NIET , DAT BIJ NATIONALE REGELING AAN DE INGEZETENEN VAN EEN LID-STAAT ONDER STRAFBEDREIGING WORDT VERBODEN , GEBRUIK TE MAKEN VAN MOTORVOERTUIGEN DIE ONDER EEN REGELING INZAKE TIJDELIJKE INVOER ZIJN GEIMPORTEERD EN DERHALVE ZIJN VRIJGESTELD VAN BETALING VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE , OOK INDIEN DEZE RE GELING GEEN UITZONDERING MAAKT VOOR HET GEVAL HET GEBRUIK VAN DIE MOTORVOERTUIGEN NIET GEBEURT MET DE BEDOELING BELASTING TE ONTDUIKEN .

DEZE VASTSTELLING HEEFT BETREKKING OP DE TIJD VOOR DE INWERKINGTREDING VAN RICHTLIJN NR . 83/182 DIE SINDSDIEN DE ONDERHAVIGE MATERIE BEHEERST .

Partijen


IN ZAAK 134/83 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ARNHEM , IN DE ALDAAR DIENENDE STRAFZAAK TEGEN

J . G . ABBINK , TE RIJNSBURG ,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN DE BEPALINGEN VAN HET EEG-VERDRAG INZAKE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN , TENEINDE TE KUNNEN BEOORDELEN OF MET DIE BEPALINGEN VERENIGBAAR IS EEN NATIONALE REGELING WAARBIJ HET DE INGEZETENEN VAN EEN LID-STAAT ONDER STRAFBEDREIGING IS VERBODEN GEBRUIK TE MAKEN VAN MOTORVOERTUIGEN DIE ONDER EEN REGELING INZAKE TIJDELIJKE INVOER VALLEN EN DERHALVE ZIJN VRIJGESTELD VAN BETALING VAN INVOERRECHT , ZELFS INDIEN DIT TIJDELIJK GEBRUIK NIET GEBEURT MET DE BEDOELING BELASTING TE ONTDUIKEN ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING VAN 30 MEI 1983 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 11 JULI DAARAANVOLGEND , HEEFT DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ARNHEM KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG EEN PREJUDICIELE VRAAG GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN DE VERDRAGSBEPALINGEN BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN .

2 DEZE VRAAG IS GEREZEN IN EEN STRAFZAAK TEGEN VERDACHTE IN HET HOOFDGEDING , DIE TERECHTSTAAT WEGENS OVERTREDING VAN DE NEDERLANDSE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN EN REGELINGEN BETREFFENDE DE TIJDELIJKE INVOER VAN BEPAALDE VERVOERMIDDELEN BINNEN DE GEMEENSCHAP .

3 BLIJKENS DE VERWIJZINGSBESCHIKKING EN HET PROCESDOSSIER WORDT AAN VERDACHTE IN HET HOOFDGEDING TELASTGELEGD DAT HIJ , TERWIJL HIJ ZIJN NORMALE WOONPLAATS IN NEDERLAND HEEFT , ALDAAR EEN AAN ZIJN WERKGEVER , EEN TE SAARBRUCKEN GEVESTIGDE BLOEMENGROOTHANDEL , TOEBEHORENDE EN IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND GEREGISTREERDE PERSONENAUTO HEEFT BESTUURD , WAAROVER IN STRIJD MET ARTIKEL 25 VAN DE BESCHIKKING VRIJSTELLINGEN TARIEFBESLUIT 1960 GEEN INVOERRECHTEN WAREN BETAALD . DE AUTO WERD GEBRUIKT IN VERBAND MET DE INKOOP IN NEDERLAND VAN BLOEMEN DIE BESTEMD WAREN VOOR AFLEVERING IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND .

4 VOOR DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ARNHEM HEEFT VERDACHTE IN HET HOOFDGEDING EEN BEROEP GEDAAN OP DE BEPALINGEN VAN HET EEG-VERDRAG EN GESTELD , DAT DE BETROKKEN NATIONALE REGELING , WAARBIJ HET NEDERLANDSE INGEZETENEN ONDER STRAFBEDREIGING IS VERBODEN GEBRUIK TE MAKEN VAN EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT GEREGISTREERD MOTORVOERTUIG – ZONDER DAT DAARBIJ EEN UITZONDERING WORDT GEMAAKT VOOR HET GEVAL DAT GEBRUIK VERBAND HOUDT MET DE DIENSTBETREKKING VAN DE BESTUURDER EN NIET GEBEURT MET DE BEDOELING BELASTING TE ONTDUIKEN – , ONVERENIGBAAR IS MET HET GEMEENSCHAPSRECHT .

5 DE NATIONALE RECHTER HEEFT IN DE EERSTE PLAATS GEREFEREERD AAN RICHTLIJN NR . 83/182 VAN DE RAAD VAN 28 MAART 1983 BETREFFENDE DE BELASTINGVRIJSTELLINGEN BIJ DE TIJDELIJKE INVOER VAN BEPAALDE VERVOERMIDDELEN BINNEN DE GEMEENSCHAP ( PB L 105 VAN 1983 , BLZ . 59 ). HIJ IS ECHTER VAN OORDEEL , DAT VERDACHTE NIET OP GROND VAN DEZE RICHTLIJN AANSPRAAK KAN MAKEN OP VRIJSTELLING VAN INVOERRECHTEN , TE MEER NU DE RICHTLIJN DATEERT VAN NA DE HEM TELASTGELEGDE FEITEN .

6 VOORTS HEEFT DE NATIONALE RECHTER VERWEZEN NAAR HET ARREST VAN 9 OKTOBER 1980 ( ZAAK 823/79 , CARCIATI , JURISPR . 1980 , BLZ . 2773 ), WAARIN HET HOF BESLISTE , DAT DE BEPALINGEN VAN HET EEG-VERDRAG INZAKE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN NIET BELETTEN DAT BIJ NATIONALE REGELING AAN DE INGEZETENEN VAN EEN LID-STAAT ONDER STRAFBEDREIGING WORDT VERBODEN , GEBRUIK TE MAKEN VAN MOTORVOERTUIGEN DIE ONDER EEN TIJDELIJKE INVOERREGELING ZIJN GEIMPORTEERD EN DERHALVE ZIJN VRIJGESTELD VAN BETALING VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE .

7 TENSLOTTE HEEFT DE NATIONALE RECHTER NOG IN AANMERKING GENOMEN HET ANTWOORD VAN DE COMMISSIE OP SCHRIFTELIJKE VRAAG NR . 22/82 VAN 17 MAART 1982 VAN EEN LID VAN HET EUROPEES PARLEMENT ( PB C 262 VAN 1982 , BLZ . 1 ). ONDER VERWIJZING NAAR VOORNOEMD ARREST VAN HET HOF VERKLAARDE DE COMMISSIE BIJ DIE GELEGENHEID , DAT HET TIJDELIJK GEBRUIK VAN EEN BUITENLANDS MOTORRIJTUIG DOOR EEN INGEZETENE VAN EEN BEPAALD LAND NIET KAN WORDEN VERBODEN , VOOR ZOVER DIT NIET GEBEURT MET DE BEDOELING BELASTING TE ONTDUIKEN .

8 VAN OORDEEL DAT IN HET ONDERHAVIGE GEVAL DE VERDACHTE IN HET HOOFDGEDING NIET DE BEDOELING HAD BELASTING TE ONTDUIKEN , HEEFT DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK DE BEHANDELING VAN DE ZAAK GESCHORST EN HET HOF DE VRAAG GESTELD

‘ ‘ OF IN HET LICHT VAN VOORMELD ANTWOORD VAN DE COMMISSIE EEN NATIONALE REGELING WAARBIJ AAN INGEZETENEN VAN EEN LID-STAAT WORDT VERBODEN GEBRUIK TE MAKEN VAN MOTORVOERTUIGEN , DIE VALLEN ONDER EEN REGELING INZAKE TIJDELIJKE INVOER EN DERHALVE ZIJN VRIJGESTELD VAN BETALING VAN INVOERRECHT EN DIE STRAFSANCTIES STELT OP OVERTREDING VAN DIT VERBOD , VERENIGBAAR IS MET DE EEG-BEPALINGEN INZAKE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN , INDIEN DIT TIJDELIJK GEBRUIK NIET GEBEURT MET DE BEDOELING BELASTING TE ONTDUIKEN . ‘ ‘

9 DE NEDERLANDSE REGERING GEEFT IN OVERWEGING , DE BIJ VOORNOEMD ARREST VAN 9 OKTOBER 1980 GEGEVEN BESLISSING TE BEVESTIGEN EN IN DE ONDERHAVIGE PREJUDICIELE ZAAK DIENOVEREENKOMSTIG TE ANTWOORDEN , DUS ZONDER REKENING TE HOUDEN MET SUBJECTIEVE ELEMENTEN , ZOALS HET AL DAN NIET BESTAAN VAN DE BEDOELING BELASTING TE ONTDUIKEN . NIET ALLEEN ZOU HET HOF IN BEDOELD ARREST GEEN VOORBEHOUD DIENAANGAANDE HEBBEN GEMAAKT , MAAR OOK ZOU EEN DERGELIJKE UITZONDERING OP GROTE SCHAAL TOT ONTDUIKING LEIDEN , OMDAT HET VOOR DE AUTORITEITEN VAN DE LID-STAAT VAN INVOER NAGENOEG ONDOENLIJK IS VAST TE STELLEN OF ER EEN BEDOELING TOT BELASTINGONTDUIKING BESTAAT . EEN ALGEMEEN VERBOD VOOR DE INGEZETENEN VAN DE LID-STAAT VAN INVOER OM MET BELASTINGVRIJSTELLING INGEVOERDE MOTORVOERTUIGEN TE GEBRUIKEN , IS VOLGENS DE NEDERLANDSE REGERING DERHALVE EEN NOODZAKELIJK , WANT OP ZICH DOELTREFFEND MIDDEL OM FRAUDE TE VOORKOMEN .

10 TER TERECHTZITTING HEEFT OOK DE DEENSE REGERING ALS HAAR MENING TE KENNEN GEGEVEN , DAT HET IN DE PRAKTIJK BIJZONDER MOEILIJK ZOU ZIJN OM VAST TE STELLEN OF HET GEBRUIK VAN EEN BUITENLANDS VOERTUIG IN DE LID-STAAT VAN INVOER AL DAN NIET GEBEURT MET DE BEDOELING BELASTING TE ONTDUIKEN , EN DAT ZULK EEN BEDOELING BOVENDIEN MOEILIJK NAUWKEURIG TE DEFINIEREN IS . ZIJ GEEFT DERHALVE IN OVERWEGING , DE BESLISSING VAN HET ARREST-CARCIATI TE BEVESTIGEN IN DIE ZIN , DAT EEN NATIONALE WETTELIJKE REGELING WAARBIJ HET INGEZETENEN ZONDER MEER IS VERBODEN OM EEN IN EEN ANDERE STAAT GEREGISTREERD VOERTUIG TE GEBRUIKEN , IN OVEREENSTEMMING IS MET HET EVENREDIGHEIDSBEGINSEL , ZOALS HET HOF IN BOVENGENOEMD ARREST HEEFT VERKLAARD , EN BIJGEVOLG VERENIGBAAR MET HET GEMEENSCHAPSRECHT . VOLGENS DE DEENSE REGERING VINDT DEZE UITLEGGING STEUN IN DE LATERE RICHTLIJN NR . 83/182 VAN DE RAAD VAN 28 MAART 1983 , WAARIN VOOR DE VERLENING VAN BELASTINGVRIJSTELLINGEN BIJ TIJDELIJKE INVOER DE VOORWAARDE WORDT GESTELD , DAT HET MOTORVOERTUIG IN DE LID-STAAT WAARIN HET TIJDELIJK IS INGEVOERD , NIET WORDT OVERGEDRAGEN , VERHUURD OF UITGELEEND .

11 NAAR DE OPVATTING VAN DE COMMISSIE KAN EEN NATIONALE WETTELIJKE REGELING ALS DOOR DE VERWIJZENDE RECHTER BEDOELD , EEN BELEMMERING VORMEN VOOR HET VRIJE GOEDERENVERKEER , HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS , DE UITOEFENING VAN HET RECHT VAN VESTIGING EN HET VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN . ZIJ IS VAN MENING , DAT DEZE BELEMMERING MOET WORDEN AANVAARD VOOR ZOVER DWINGENDE REDENEN , MET NAME VERBAND HOUDEND MET DE DOELTREFFENDHEID VAN DE FISCALE CONTROLE BIJ DE INVOER MET VRIJSTELLING VAN MOTORVOERTUIGEN , ZE NOODZAKELIJK MAKEN . EEN ABSOLUUT EN ONGENUANCEERD VERBOD VOOR DE INGEZETENEN VAN EEN LID-STAAT OM ALDAAR EEN IN EEN ANDERE STAAT GEREGISTREERD MOTORVOERTUIG TE BESTUREN , ZOU ECHTER EXCESSIEF ZIJN , OMDAT HET VERDER GAAT DAN NODIG IS EN ALS ZODANIG DUS NIET KAN PREVALEREN BOVEN DE IN HET VERDRAG VOORZIENE FUNDAMENTELE VRIJHEDEN .

12 IN DE EERSTE PLAATS MOET EROP WORDEN GEWEZEN , DAT DE VRAAG VAN DE NATIONALE RECHTER UITSLUITEND BETREKKING HEEFT OP DE PERIODE VOOR DE INWERKINGTREDING VAN VOORNOEMDE RICHTLIJN NR . 83/182 VAN DE RAAD VAN 28 MAART 1983 , DIE SEDERT DEZE DATUM DE ONDERHAVIGE MATERIE BEHEERST .

13 ZOALS HET HOF IN MEERGENOEMD ARREST VAN 9 OKTOBER 1980 HEEFT VERKLAARD , HEBBEN DE LID-STATEN – TOT AAN DE INWERKINGTREDING VAN DE NIEUWE RICHTLIJN – EEN GROTE VRIJHEID VAN HANDELEN INZAKE TIJDELIJKE INVOER BEHOUDEN , JUIST TEN EINDE BELASTINGFRAUDE TE VOORKOMEN , EN ZIJN DE DAARTOE GENOMEN MAATREGELEN , WANNEER ZIJ NIET EXCESSIEF ZIJN , VERENIGBAAR MET HET BEGINSEL VAN HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN . IN HETZELFDE ARREST ERKENDE HET HOF , DAT HET DOOR EEN LID-STAAT AAN INGEZETENEN OPGELEGDE VERBOD OM MET TIJDELIJKE VRIJSTELLING INGEVOERDE MOTORVOERTUIGEN TE GEBRUIKEN , EEN DOELTREFFEND MIDDEL VORMT OM BELASTINGFRAUDE TE VOORKOMEN EN TE WAARBORGEN DAT DE BELASTING WORDT BETAALD IN HET LAND VAN BESTEMMING DER GOEDEREN . TENSLOTTE CONSTATEERDE HET HOF , DAT ZODRA DE VERENIGBAARHEID VAN BEPALINGEN ALS DIE WELKE IN VOORMELDE ZAAK AAN DE ORDE WAREN , MET DE VOORSCHRIFTEN VAN DE COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE IS VASTGESTELD , ER GEEN ARGUMENTEN BESTAAN OP GROND WAARVAN DE BEVOEGDHEID VAN EEN LID-STAAT OM STRAFSANCTIES TE STELLEN OP NIET-NALEVING VAN DE NATIONALE REGELING , IN TWIJFEL KAN WORDEN GETROKKEN .

14 AAN DEZE VASTSTELLINGEN WORDT NIET AFGEDAAN DOOR HET FEIT DAT DE NATIONALE REGELING GEEN UITZONDERING MAAKT VOOR HET GEVAL HET GEBRUIK VAN HET MOTORVOERTUIG NIET GEBEURT MET DE BEDOELING BELASTING TE ONTDUIKEN . EEN REGELING DIE BELASTINGFRAUDE WIL VOORKOMEN , MOET IMMERS NOODZAKELIJKERWIJS GEBASEERD ZIJN OP OBJECTIEVE EN CONTROLEERBARE CRITERIA . DIT IS NIET HET GEVAL WANNEER DE BEDOELING VAN DE BETROKKENE ALS MAATSTAF WORDT GENOMEN .

15 EEN DERGELIJKE REGELING MAG EVENWEL NIET LEIDEN TOT DUBBELE BELASTINGHEFFING . GELIJK HET HOF BESLISTE IN ZIJN ARREST VAN 5 MEI 1982 ( ZAAK 15/81 , SCHUL , JURISPR . 1982 , BLZ . 1409 ), VORMT IMMERS ‘ ‘ DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE WELKE DOOR EEN LID-STAAT WORDT GEHEVEN BIJ INVOER VAN GOEDEREN UIT EEN ANDERE LID-STAAT DIE DOOR EEN PARTICULIER ZIJN GELEVERD , TERWIJL DEZE BELASTING NIET WORDT GEHEVEN TERZAKE VAN DE LEVERING DOOR EEN PARTICULIER VAN GELIJKSOORTIGE GOEDEREN BINNEN DE LID-STAAT VAN INVOER , (. . .) EEN HOGERE BINNENLANDSE BELASTING DAN DIE WELKE OP GELIJKSOORTIGE NATIONALE PRODUKTEN WORDT GEHEVEN , IN DE ZIN VAN ARTIKEL 95 VAN HET VERDRAG , VOOR ZOVER GEEN REKENING WORDT GEHOUDEN MET HET RESTANT VAN DE IN DE LID-STAAT VAN UITVOER BETAALDE BTW , DAT OP HET TIJDSTIP VAN INVOER NOG IN DE WAARDE VAN HET GOED IS BEGREPEN . ‘ ‘

16 OP DE VRAAG VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ARNHEM MOET MITSDIEN WORDEN GEANTWOORD , DAT DE BEPALINGEN VAN HET EEG-VERDRAG INZAKE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN NIET BELETTEN , DAT BIJ NATIONALE REGELING AAN DE INGEZETENEN VAN EEN LID-STAAT ONDER STRAFBEDREIGING WORDT VERBODEN , GEBRUIK TE MAKEN VAN MOTORVOERTUIGEN DIE ONDER EEN REGELING INZAKE TIJDELIJKE INVOER ZIJN GEIMPORTEERD EN DERHALVE ZIJN VRIJGESTELD VAN BETALING VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE , OOK INDIEN DEZE REGELING GEEN UITZONDERING MAAKT VOOR HET GEVAL HET GEBRUIK VAN DIE MOTORVOERTUIGEN NIET GEBEURT MET DE BEDOELING BELASTING TE ONTDUIKEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

17 DE KOSTEN DOOR DE NEDERLANDSE REGERING , DE DEENSE REGERING EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ( VIJFDE KAMER ),

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ARNHEM BIJ BESCHIKKING VAN 30 MEI 1983 GESTELDE VRAAG , VERKLAART VOOR RECHT :

DE BEPALINGEN VAN HET EEG-VERDRAG INZAKE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN BELETTEN NIET , DAT BIJ NATIONALE REGELING AAN DE INGEZETENEN VAN EEN LID-STAAT ONDER STRAFBEDREIGING WORDT VERBODEN , GEBRUIK TE MAKEN VAN MOTORVOERTUIGEN DIE ONDER EEN REGELING INZAKE TIJDELIJKE INVOER ZIJN GEIMPORTEERD EN DERHALVE ZIJN VRIJGESTELD VAN BETALING VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE , OOK INDIEN DEZE REGELING GEEN UITZONDERING MAAKT VOOR HET GEVAL HET GEBRUIK VAN DIE MOTORVOERTUIGEN NIET GEBEURT MET DE BEDOELING BELASTING TE ONTDUIKEN .

ECLI:EU:C:1984:384

Geplaatst in Arresten en getagd met , , , , , , , .