HvJ 14-02-1984 Commissie-Duitsland 325/82

ARREST VAN HET HOF VAN 14 FEBRUARI 1984. – COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN BONDSREPUBLIEK DUITSLAND. – (” NIET – NAKOMING – VRIJSTELLING VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN VOOR GOEDEREN DIE DEEL UITMAKEN VAN DE PERSOONLIJKE BAGAGE VAN REIZIGERS -‘BUTTERFAHRTEN'”). – ZAAK NO. 325/82.

Trefwoorden


1 . BEROEP WEGENS NIET-NAKOMING – PRECONTENTIEUZE FASE – INGEBREKESTELLING – MET REDENEN OMKLEED ADVIES – DOEL – MOTIVERING VAN ADVIES – CRITERIA

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 169 )

2 . LID-STATEN – VERPLICHTINGEN – NIET-NAKOMING – RECHTVAARDIGING ONTLEEND AAN EVENTUELE NIET-NAKOMING DOOR ANDERE LID-STAAT – ONTOELAATBAARHEID

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 169 )

3 . FISCALE BEPALINGEN – HARMONISATIE VAN WETGEVING – VRIJSTELLINGEN VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN – GOEDEREN DIE DEEL UITMAKEN VAN PERSOONLIJKE BAGAGE VAN REIZIGERS – VOLLEDIGE GEMEENSCHAPSREGELING – DRAAGWIJDTE

( RICHTLIJN NR . 69/169 VAN DE RAAD )

4 . FISCALE BEPALINGEN – HARMONISATIE VAN WETGEVING – VRIJSTELLINGEN VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN – GOEDEREN DIE DEEL UITMAKEN VAN PERSOONLIJKE BAGAGE VAN REIZIGERS EN ZIJN GEKOCHT AAN BOORD VAN CRUISE-SCHEPEN – VERLENING VAN VRIJSTELLING – ONTOELAATBAARHEID

( RICHTLIJN NR . 69/169 VAN DE RAAD )

Samenvatting


1 . IN HET KADER VAN EEN DOOR DE COMMISSIE KRACHTENS ARTIKEL 169 EEG-VERDRAG INGELEIDE PROCEDURE WEGENS NIET-NAKOMING MOETEN DE SCHRIFTELIJKE INGEBREKESTELLING VAN DE LID-STAAT DOOR DE COMMISSIE EN HET DAAROP VOL GENDE MET REDENEN OMKLEED ADVIES DE BETROKKEN STAAT DE MOGELIJKHEID BIEDEN , OPMERKINGEN TE MAKEN ; ZIJ VORMEN EEN DOOR HET VERDRAG GEWILDE WEZENLIJKE WAARBORG , WAARVAN DE EERBIEDIGING EEN WEZENLIJK VORMVEREISTE IS VOOR DE REGELMATIGHEID VAN DE PROCEDURE TOT VASTSTELLING VAN DE NIET-NAKOMING DOOR EEN LID-STAAT VAN DE OP HEM RUSTENDE VERPLICHTINGEN . HET IN ARTIKEL 169 EEG-VERDRAG BEDOELDE ADVIES MOET WORDEN GEACHT VOLDOENDE MET REDENEN TE ZIJN OMKLEED , INDIEN HET EEN DUIDELIJKE UITEENZETTING BEVAT VAN DE GRONDEN DIE DE COMMISSIE TOT DE OVERTUIGING HEBBEN GEBRACHT , DAT DE BETROKKEN STAAT EEN DE KRACHTENS HET VERDRAG OP HEM RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN .

2.EEN LID-STAAT KAN ZICH NIET OP HET WEDERKERIGHEIDSBEGINSEL BEROEPEN EN GEEN EVENTUELE VERDRAGSSCHENDING DOOR EEN ANDERE LID-STAAT AANVOEREN TER RECHTVAARDIGING VAN HET FEIT DAT HIJZELF ZIJN VERDRAGSVERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN . EEN LID-STAAT KAN DERHALVE OOK NIET MET EEN BEROEP OP HET WEDERKERIGHEIDSBEGINSEL DE ONTVANKELIJKHEID VAN EEN TEGEN HEM INGESTELD BEROEP WEGENS NIET-NAKOMING VAN ZIJN VERDRAGSVERPLICHTINGEN BETWISTEN .

3.RICHTLIJN NR . 69/169 BEVAT EEN VOLLEDIGE REGELING VAN DE VRIJSTELLINGEN VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN VOOR GOEDEREN DIE DEEL UITMAKEN VAN DE PERSOONLIJKE BAGAGE VAN REIZIGERS DIE DE GRENZEN VAN DE LID-STATEN OVERSCHRIJDEN . DE BEPALINGEN ERVAN GELDEN DUS VOOR ALLE VRIJSTELLINGEN VAN DERGELIJKE BELASTINGEN IN HET GRENSOVERSCHRIJDEND REIZIGERSVERKEER , ONVERSCHILLIG VANWAAR DE REIZIGERS KOMEN .

4.EEN LID-STAAT HANDELT IN STRIJD MET DE BEPALINGEN VAN RICHTLIJN NR . 69/169 , ZOALS GEWIJZIGD , WANNEER HIJ VRIJSTELLING VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN TOESTAAT BIJ DE INVOER VAN GOEDEREN DIE DEEL UITMAKEN VAN DE PERSOONLIJKE BAGAGE VAN REIZIGERS EN VRIJ VAN BELASTING ZIJN VERWORVEN AAN BOORD VAN CRUISE-SCHEPEN DIE VIA DE ZEEGRENS HET DOUANEGEBIED BINNENKOMEN ZONDER DAT DE PASSAGIERS EERST DAADWERKELIJK IN EEN ANDERE LID-STAAT OF IN EEN DERDE LAND AAN WAL ZIJN GEGAAN .

Partijen


IN ZAAK 325/82 ,

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR JURIDISCH ADVISEUR E . ZIMMERMANN , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ O . MONTALTO , LID VAN DE JURIDISCHE DIENST VAN DE COMMISSIE , BATIMENT JEAN MONNET , KIRCHBERG ,

VERZOEKSTER ,

TEGEN

BONDSREPUBLIEK DUITSLAND , VERTEGENWOORDIGD DOOR A . DERINGER EN J . SEDEMUND , ADVOCATEN TE KEULEN , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG TER AMBASSADE VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND , AVENUE EMILE-REUTER 20-22 ,

VERWEERSTER ,

Onderwerp


BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF OM VAST TE STELLEN DAT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND , DOOR TOE TE STAAN DAT TIJDENS MINI-CRUISES OP DE NOORD- EN OOSTZEE GOEDEREN VRIJ VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN WORDEN VERKOCHT AAN REIZIGERS DIE ZE VERVOLGENS BIJ HUN TERUGKEER VRIJ VAN BELASTING IN DE BONDSREPUBLIEK INVOEREN , DE KRACHTENS HET COMMUNAUTAIRE BELASTINGRECHT OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ VERZOEKSCHRIFT , INGEKOMEN TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 20 DECEMBER 1982 , HEEFT DE COMMISSIE KRACHTENS ARTIKEL 169 EEG-VERDRAG HET HOF VERZOCHT VAST TE STELLEN , DAT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND DE KRACHTENS HET EEG-VERDRAG OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN EN MET NAME DE FISCALE BEPALINGEN BETREFFENDE VRIJSTELLINGEN IN HET REIZIGERSVERKEER NIET NAKOMT DOOR REIZIGERS DIE TIJDENS MINI-CRUISES OP DE NOORD- EN OOOSTZEE NIET AAN BELASTING ONDERWORPEN GOEDEREN VIA DE MARITIEME DOUANEGRENS INVOEREN , IN STRIJD MET RICHTLIJN NR . 69/169 VAN DE RAAD VAN 28 MEI 1969 ( PB L 133 VAN 1969 , BLZ . 6 ) VRIJSTELLING VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN TOE TE STAAN .

2 DE OMSTANDIGHEDEN , RECHTENS EN FEITELIJK , DIE DE COMMISSIE AANLEIDING HEBBEN GEGEVEN OM HET ONDERHAVIGE BEROEP WEGENS NIET-NAKOMING IN TE STELLEN , VERTONEN VEEL GELIJKENIS MET DIE WELKE HEBBEN GELEID TOT HET ARREST VAN HET HOF VAN 7 JULI 1981 ( ZAAK 158/80 , REWE-HANDELSGESELLSCHAFT NORD MBH EN REWE-MARKT STEFFEN , JURISPR . 1981 , BLZ . 1805 ) EN TOT HET ARREST DAT HET HOF HEDEN HEEFT GEWEZEN IN ZAAK 278/82 ( REWE-HANDELSGESELLSCHAFT NORD MBH EN REWE-MARKT HERBERT KUREIT , JURISPR . 1984 , BLZ . 721 ).

3 BIJ BRIEF VAN 7 APRIL 1982 MAAKTE DE COMMISSIE DE AUTORITEITEN VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND ATTENT OP DE CONSEQUENTIES VAN VOORNOEMD ARREST VAN HET HOF VAN 7 JULI 1981 , ZOWEL VOOR DE DOUANERECHTEN EN ANDERE HEFFINGEN OP LANDBOUWPRODUKTEN ALS VOOR DE OMZETBELASTINGEN EN ACCIJNZEN . OMDAT DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND DIE BRIEF NIET BINNEN DE GESTELDE TERMIJN BEANTWOORDDE , RICHTTE DE COMMISSIE OP 11 JUNI 1982 TOT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND EEN MET REDENEN OMKLEED ADVIES WAARIN IN DE EERSTE PLAATS WERD VASTGESTELD , DAT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND DE KRACHTENS HET EEG-VERDRAG OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET NAKWAM DOOR REIZIGERS DIE GOEDEREN VIA DE MARITIEME DOUANEGRENS INVOERDEN ZONDER EERST IN EEN ANDER LAND AAN WAL TE ZIJN GEGAAN , OP ONGEOORLOOFDE WIJZE VRIJ TE STELLEN VAN DOUANERECHTEN , LANDBOUWHEFFINGEN EN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN .

4 BIJ TELEXBERICHT VAN 30 AUGUSTUS 1982 LIET DE PERMANENTE VERTEGENWOORDIGING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND DE COMMISSIE WETEN , DAT WAS BESLOTEN TOT AFSCHAFFING PER 1 JANUARI 1983 VAN DE VRIJSTELLING VAN DOUANERECHTEN EN LANDBOUWHEFFINGEN VOOR ZICH NIET IN HET VRIJE VERKEER BEVINDENDE GOEDEREN DIE IN HET INTRACOMMUNAUTAIRE REIZIGERSVERKEER MET VLIEGTUIGEN EN SCHEPEN OF TIJDENS MINI-CRUISES WAREN VERWORVEN . DE VERORDENING BETREFFENDE DE VRIJSTELLING VAN INVOERHEFFINGEN VOOR GOEDEREN IN DE PERSOONLIJKE BAGAGE VAN REIZIGERS VAN 3 DECEMBER 1974 ( BGBL . 1974 , I , BLZ . 3377 ) WERD DIENOVEREENKOMSTIG GEWIJZIGD BIJ VERORDENING VAN 28 SEPTEMBER 1982 ( BGBL . 1982 , I , BLZ . 1378 ).

5 WAT DAARENTEGEN DE AFSCHAFFING VAN DE VRIJSTELLINGEN VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN VOOR TIJDENS MINI-CRUISES VERWORVEN GOEDEREN BETREFT , BLEEF DE BONDSREGERING BIJ HAAR STANDPUNT , DAT DE COMMISSIE GEEN RECHT DEED AAN HET ARREST VAN HET HOF VAN 7 JULI 1981 DOOR ENKEL VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND AFSCHAFFING VAN DIE VRIJSTELLINGEN TE VERLANGEN . VOLGENS DE BONDSREGERING MOEST DIT VRAAGSTUK VOOR ALLE LID-STATEN EN VOOR ALLE SOORTEN REIZIGERSVERKEER PER SCHIP WORDEN ONDERZOCHT .

6 DAAROP HEEFT DE COMMISSIE OP 17 DECEMBER 1982 BIJ HET HOF BEROEP WEGENS NIET-NAKOMING INGESTELD . DIT BEROEP BETREFT UITSLUITEND DE VRIJSTELLINGEN VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN , DIE IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND BIJ DE TERUGKEER VAN MINI-CRUISES VOOR VRIJ VAN BELASTING VERWORVEN GOEDEREN WORDEN TOEGESTAAN .

DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEROEP

7 DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND VOERT IN DE EERSTE PLAATS AAN , DAT HET TOT HAAR GERICHTE MET REDENEN OMKLEED ADVIES ONDUIDELIJK IS GEFORMULEERD EN VERSCHEIDENE TEGENSTRIJDIGHEDEN EN ONJUISTHEDEN BEVAT .

8 GELIJK HET HOF REEDS HERHAALDELIJK HEEFT VERKLAARD , MOETEN IN HET KADER VAN EEN DOOR DE COMMISSIE KRACHTENS ARTIKEL 169 INGELEIDE PROCEDURE WEGENS NIET-NAKOMING DE SCHRIFTELIJKE INGEBREKESTELLING VAN DE LID-STAAT DOOR DE COMMISSIE EN HET DAAROPVOLGENDE MET REDENEN OMKLEED ADVIES DE BETROKKEN STAAT DE MOGELIJKHEID BIEDEN , OPMERKINGEN TE MAKEN ; ZIJ VORMEN EEN DOOR HET VERDRAG GEWILDE WEZENLIJKE WAARBORG , WAARVAN DE EERBIEDIGING EEN WEZENLIJK VORMVEREISTE IS VOOR DE REGELMATIGHEID VAN DE PROCEDURE TOT VASTSTELLING VAN DE NIET-NAKOMING DOOR EEN LID-STAAT VAN DE OP HEM RUSTENDE VERPLICHTINGEN . HET IN ARTIKEL 169 EEG-VERDRAG BEDOELDE ADVIES MOET WORDEN GEACHT VOLDOENDE MET REDENEN TE ZIJN OMKLEED , INDIEN HET EEN DUIDELIJKE UITEENZETTING BEVAT VAN DE GRONDEN DIE DE COMMISSIE TOT DE OVERTUIGING HEBBEN GEBRACHT , DAT DE BETROKKEN STAAT EEN DER KRACHTENS HET VERDRAG OP HEM RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN .

9 TERECHT BETOOGT DE COMMISSIE , DAT DEZE EXCEPTIE VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID ONGEGROND IS . HET HOF MEENT , DAT HET VERWIJT VAN VERDRAGSSCHENDING , DAT DOOR DE COMMISSIE UITEINDELIJK IN HAAR VERZOEKSCHRIFT IS GEFORMULEERD , RECHTENS EN FEITELIJK VOLDOENDE DUIDELIJK IS OMSCHREVEN IN DE SCHRIFTELIJKE INGEBREKESTELLING VAN 7 APRIL 1982 EN IN HET MET REDENEN OMKLEED ADVIES NR . C.82/768 VAN 11 JUNI 1982 . VERWEERSTER WIST DUS WAT HAAR WERD VERWETEN , EN WAS MITSDIEN IN STAAT ZICH MET VOLLEDIGE KENNIS VAN ZAKEN TE VERDEDIGEN .

10 IN DE TWEEDE PLAATS ZEGT DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND , DAT DE COMMISSIE NIET KAN VERLANGEN , DAT ENKEL DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND – EN NIET ALLE LID-STATEN – DE BIJ DE TERUGKEER VAN MINI-CRUISES TOEGESTANE VRIJSTELLINGEN VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN AFSCHAFT .

11 OOK DIT ARGUMENT HOUDT GEEN STEEK . HET HOF HEEFT IMMERS REEDS BESLIST ( ARREST VAN 25 SEPTEMBER 1979 , ZAAK 232/78 , COMMISSIE T . FRANKRIJK , JURISPR . 1979 , BLZ . 2729 ), DAT EEN LID-STAAT ZICH NIET OP HET WEDERKERIGHEIDSBEGINSEL KAN BEROEPEN EN GEEN EVENTUELE VERDRAGSSCHENDING DOOR EEN ANDERE LID-STAAT KAN AANVOEREN TER RECHTVAARDIGING VAN HET FEIT DAT HIJZELF ZIJN VERDRAGSVERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN . EEN LID-STAAT KAN DERHALVE OOK NIET MET EEN BEROEP OP HET WEDERKERIGHEIDSBEGINSEL DE ONTVANKELIJKHEID VAN EEN TEGEN HEM INGESTELD BEROEP WEGENS NIET-NAKOMING VAN ZIJN VERDRAGSVERPLICHTINGEN BETWISTEN .

12 IN DE DERDE PLAATS KAN OOK HET ARGUMENT VAN DE BONDSREGERING , DAT DE COMMISSIE DOOR MINI-CRUISES ANDERS TE BEHANDELEN DAN OVERTOCHTEN MET LIJNSCHEPEN HET BEGINSEL VAN GELIJKE BEHANDELING VAN VERGELIJKBARE SITUATIES MISKENT , GEEN GROND OPLEVEREN VOOR NIET-ONTVANKELIJKVERKLARING VAN HET BEROEP . DIT ARGUMENT BETREFT IMMERS DE GROND VAN DE ZAAK EN IS IRRELEVANT VOOR DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEROEP . DE JUISTHEID ERVAN DIENT TE WORDEN BEOORDEELD BIJ HET ONDERZOEK NAAR DE GEGRONDHEID VAN HET BEROEP .

13 UIT HET VOORGAANDE VOLGT , DAT DE EXCEPTIE VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID MOET WORDEN VERWORPEN .

DE GEGRONDHEID VAN HET BEROEP

14 DE COMMISSIE HEEFT VERKLAARD , DAT HAAR BEROEP MEER IN HET BIJZONDER BETREKKING HEEFT OP PARAGRAAF 2 , LID 1 , SUB 2 , JUNCTO PARAGRAAF 3 , LID 5 , TWEEDE VOLZIN , VAN VOORNOEMDE VERORDENING VAN 3 DECEMBER 1974 , ZOALS NADIEN GEWIJZIGD .

15 PARAGRAAF 2 VAN DEZE VERORDENING STELT VOOR BEPAALDE GOEDEREN KWANTITATIEVE EN WAARDEGRENZEN VAST WAARBINNEN DIE GOEDEREN BIJ INVOER DOOR REIZIGERS ZIJN VRIJGESTELD VAN INVOERHEFFINGEN . DEZE BEPALING ONDERSCHEIDT TUSSEN ‘ ‘ IMPORTEN VAN GOEDEREN DIE ZICH IN EEN LID-STAAT VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN IN HET VRIJE VERKEER BEVINDEN ‘ ‘ ( LID 1 , SUB 1 ) EN ‘ ‘ ANDERE IMPORTEN ‘ ‘ ( LID 1 , SUB 2 ). DE ‘ ‘ ANDERE IMPORTEN ‘ ‘ OMVATTEN ZOWEL IMPORTEN UIT DERDE LANDEN ALS IMPORTEN NA MINI-CRUISES DIE IN EEN HAVEN VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND BEGINNEN EN EINDIGEN EN TIJDENS WELKE DE MARITIEME DOUANEGRENS WORDT OVERSCHREDEN .

16 MET BETREKKING TOT DEZE ‘ ‘ ANDERE IMPORTEN ‘ ‘ GELDT , VOLGENS PARAGRAAF 3 , LID 5 , TWEEDE VOLZIN , VAN DE VERORDENING , VOOR DE VRIJSTELLING VAN BEPAALDE GOEDEREN DIE HET LAND VIA DE MARITIEME DOUANEGRENS BINNENKOMEN , ALS ENIGE VOORWAARDE , DAT HET SCHIP UIT VOLLE ZEE KOMT EN TEN MINSTE ACHT UUR BUITEN HET DOUANEGEBIED HEEFT VERBLEVEN .

17 DE COMMISSIE KOMT DIENVOLGENS TOT DE CONCLUSIE , DAT DE DOOR VOORNOEMDE DUITSE BEPALINGEN TOEGESTANE INVOER MET VRIJSTELLING VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN BIJ DE TERUGKEER VAN EENVOUDIGE MINI-CRUISES NIET IS VOORZIEN DOOR RICHTLIJN NR . 69/169 , ZOALS GEWIJZIGD . AANGEZIEN DEZE RICHTLIJN VOLGENS ‘ S HOFS ARREST VAN 7 JULI 1981 EEN VOLLEDIGE REGELING BEVAT , ZOU DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND NIET BEVOEGD ZIJN GEWEEST OM EEN DERGELIJKE REGELING VAST TE STELLEN .

18 DE COMMISSIE PRECISEERT TENSLOTTE , DAT DE IN HAAR VERZOEKSCHRIFT GEFORMULEERDE KRITIEK ZICH ENKEL RICHT TEGEN HET FEIT DAT GOEDEREN DIE TIJDENS MINI-CRUISES ZIJN VERWORVEN , VRIJ VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN IN DE BONDSREPUBLIEK KUNNEN WORDEN INGEVOERD , EN IN BEGINSEL NIET TEGEN HET FEIT DAT DIE GOEDEREN AAN BOORD VAN DE SCHEPEN WAARMEE DIE TOCHTJES WORDEN GEMAAKT , BELASTINGVRIJ WORDEN VERKOCHT .

19 TEGEN DIT BETOOG VAN DE COMMISSIE HEEFT DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND ENKEL INGEBRACHT , DAT IMPORTEN BIJ DE TERUGKEER VAN MINI-CRUISES NIET BEHOREN TOT DE DOOR RICHTLIJN NR . 69/169 GEREGELDE MATERIE EN DAT , MOCHT DIT TOCH HET GEVAL ZIJN , OP GROND VAN HET BEGINSEL VAN GELIJKE BEHANDELING MOET WORDEN ONDERZOCHT , IN HOEVERRE DEZE MINI-CRUISES ZICH ONDERSCHEIDEN VAN OVERTOCHTEN MET GEREGELDE VEERBOOTVERBINDINGEN TUSSEN HAVENS VAN VERSCHILLENDE LID-STATEN .

20 IN DE EERSTE PLAATS , ALDUS DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND , BEVAT RICHTLIJN NR . 69/169 EEN REGELING VAN DE VRIJSTELLINGEN VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN IN HET INTERNATIONALE REIZIGERSVERKEER , DIE ECHTER NIET GELDT VOOR IMPORTEN VAN GOEDEREN DIE TIJDENS MINI-CRUISES VRIJ VAN BELASTING ZIJN VERWORVEN . DEZE IMPORTEN VINDEN IMMERS NIET PLAATS IN HET KADER VAN HET REIZIGERSVERKEER UIT DERDE LANDEN ( ARTIKELEN 1 EN 4 , LID 1 , KOLOM I , VAN DE RICHTLIJN ), NOCH IN HET KADER VAN HET INTRACOMMUNAUTAIR REIZIGERSVERKEER ( ARTIKELEN 2 EN 4 , LID 1 , KOLOM II ).

21 GELIJK DE COMMISSIE TERECHT OPMERKT , MISKENT DIT ARGUMENT DE WERKELIJKE DRAAGWIJDTE VAN RICHTLIJN NR . 69/169 EN MOET HET DERHALVE WORDEN VERWORPEN .

22 RICHTLIJN NR . 69/169 VOORZIET WELISWAAR NIET UITDRUKKELIJK IN VRIJSTELLING VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN BIJ INVOER VOOR HET BIJZONDERE GEVAL VAN DE MINI-CRUISES , DOCH DAARUIT MAG MEN NIET AFLEIDEN , GELIJK VERWEERSTER DOET , DAT DE RICHTLIJN IN CASU NIET TOEPASSELIJK IS OMDAT DE IMPORTEN NOCH IN HET KADER VAN HET REIZIGERSVERKEER MET DERDE LANDEN , NOCH IN HET KADER VAN HET EIGENLIJKE INTRACOMMUNAUTAIRE REIZIGERSVERKEER PLAATSVINDEN . RICHTLIJN NR . 69/169 BEVAT IMMERS EEN VOLLEDIGE REGELING VAN DE VRIJSTELLINGEN VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN VOOR GOEDEREN DIE DEEL UITMAKEN VAN DE PERSOONLIJKE BAGAGE VAN REIZIGERS DIE DE GRENZEN VAN DE LID-STATEN OVERSCHRIJDEN . DE BEPALINGEN ERVAN GELDEN DUS VOOR ALLE VRIJSTELLINGEN VAN DERGELIJKE BELASTINGEN IN HET GRENSOVERSCHRIJDEND REIZIGERSVERKEER , ONVERSCHILLIG VANWAAR DE REIZIGERS KOMEN .

23 IN DE TWEEDE PLAATS ZOU VOLGENS DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND OP GROND VAN HET BEGINSEL VAN GELIJKE BEHANDING MOETEN WORDEN ONDERZOCHT , IN HOEVERRE MINI-CRUISES ZICH ONDERSCHEIDEN VAN OVERTOCHTEN MET VEERBOTEN TUSSEN HAVENS VAN VERSCHILLENDE LID-STATEN .

24 DIT ARGUMENT IS ALDUS TE VERSTAAN , DAT INGEVOLGE DE BEPALINGEN VAN RICHTLIJN NR . 69/169 VOOR GOEDEREN DIE VRIJ VAN BELASTING ZIJN GEKOCHT AAN BOORD VAN SCHEPEN DIE EENVOUDIGE MINI-CRUISES MAKEN ZONDER DAT DE PASSAGIERS ERGENS AAN LAND GAAN , BIJ TERUGKEER IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND DEZELFDE VRIJSTELLINGEN ZOUDEN MOETEN WORDEN TOEGEKEND ALS VOOR GOEDEREN DIE ONDER GELIJKE OMSTANDIGHEDEN ZIJN GEKOCHT AAN BOORD VAN SCHEPEN DIE LIJNDIENSTEN TUSSEN LID-STATEN VERZORGEN .

25 GELIJK HET HOF HEDEN IN ZIJN ARREST IN ZAAK 278/82 ( REWE T . HAUPTZOLLAMT FLENSBURG E . A .) HEEFT VERKLAARD , BLIJKT ZOWEL UIT DE DOELSTELLINGEN VAN RICHTLIJN NR . 69/169 ALS UIT ARTIKEL 2 , LID 1 , ERVAN DAT DE DOOR DE RICHTLIJN VOORZIENE BELASTINGVRIJSTELLINGEN VOOR GOEDEREN DIE DEEL UITMAKEN VAN DE PERSOONLIJKE BAGAGE VAN REIZIGERS IN HET INTRACOMMUNAUTAIRE REIZIGERSVERKEER , ALLEEN GELDEN VOOR ‘ ‘ UIT LID-STATEN VAN DE GEMEENSCHAP KOMENDE ‘ ‘ REIZIGERS , DAT WIL ZEGGEN REIZIGERS DIE ZICH VANUIT EEN LID-STAAT NAAR EEN ANDERE BEGEVEN NA IN DE GELEGENHEID TE ZIJN GEWEEST OM IN DE LID-STAAT VAN VERTREK DAADWERKELIJK INKOPEN TE DOEN .

26 HIERUIT VOLGT , DAT NIET ALS REIZIGER IN DE ZIN VAN DEZE BEPALINGEN KAN WORDEN AANGEMERKT DEGENE DIE TIJDENS EEN BOOTREIS VANUIT EEN HAVEN VAN EEN LID-STAAT NIET IN EEN ANDERE LID-STAAT AAN LAND GAAT , EN DAT BIJGEVOLG IN EEN DERGELIJK GEVAL GEEN VRIJSTELLING VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN KAN WORDEN TOEGESTAAN .

27 VOORNOEMDE PARAGRAAF 3 , LID 5 , TWEEDE VOLZIN , VAN DE DUITSE VERORDENING VAN 3 DECEMBER 1974 , ZOALS NADIEN GEWIJZIGD , LAAT EVENWEL TOE DAT REIZIGERS NA EEN EENVOUDIGE MINI-CRUISE TIJDENS WELKE ZIJ NERGENS AAN LAND ZIJN GEGAAN , BIJ HUN TERUGKEER IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND WORDEN VRIJGESTELD VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN VOOR GOEDEREN DIE ZIJ AAN BOORD VAN HET CRUISE-SCHIP VRIJ VAN BELASTING HEBBEN GEKOCHT .

28 BIJGEVOLG MOET WORDEN VASTGESTELD , DAT DE LITIGIEUZE REGELING IN STRIJD IS MET RICHTLIJN NR . 69/169 , ZOALS GEWIJZIGD , DOORDAT ZIJ VRIJSTELLING VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN TOESTAAT BIJ DE INVOER VAN GOEDEREN DIE DEEL UITMAKEN VAN DE PERSOONLIJKE BAGAGE VAN REIZIGERS EN VRIJ VAN BELASTING ZIJN VERWORVEN AAN BOORD VAN CRUISE-SCHEPEN DIE VIA DE ZEEGRENS HET DOUANEGEBIED BINNENKOMEN ZONDER DAT DE PASSAGIERS EERST DAADWERKELIJK IN EEN ANDERE LID-STAAT OF IN EEN DERDE LAND AAN WAL ZIJN GEGAAN .

29 MITSDIEN MOET WORDEN VASTGESTELD DAT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND DE KRACHTENS HET EEG-VERDRAG OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

30 INGEVOLGE ARTIKEL 69 , PARAGRAAF 2 , VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING MOET DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDEN VERWEZEN . AANGEZIEN VERWEERSTER IN HET ONGELIJK IS GESTELD , DIENT ZIJ IN DE KOSTEN TE WORDEN VERWEZEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

RECHTDOENDE ,

1 . STELT VAST DAT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND DE KRACHTENS HET EEG-VERDRAG OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN , DOOR VRIJSTELLING VAN OMZETBELASTING EN ACCIJNZEN TOE TE STAAN BIJ DE INVOER VAN GOEDEREN DIE DEEL UITMAKEN VAN DE PERSOONLIJKE BAGAGE VAN REIZIGERS EN VRIJ VAN BELASTING ZIJN GEKOCHT AAN BOORD VAN CRUISE-SCHEPEN DIE VIA DE ZEEGRENS HET DOUANEGEBIED BINNENKOMEN ZONDER DAT DE PASSAGIERS EERST DAADWERKELIJK IN EEN ANDERE LID-STAAT OF IN EEN DERDE LAND AAN WAL ZIJN GEGAAN .

2.VERWIJST VERWEERSTER IN DE KOSTEN VAN DE PROCEDURE .

ECLI:EU:C:1984:60

Geplaatst in Arresten en getagd met , , , , , , , , , , .