HvJ 21-06-1988 Commissie-Ierland 415/85

ARREST VAN HET HOF VAN 21 JUNI 1988. – COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN IERLAND. – BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE – TOEPASSING VAN HET NUL-TARIEF. – ZAAK 415/85.

Trefwoorden


++++

1 . BEROEP WEGENS NIET-NAKOMING – OBJECTIEF KARAKTER – INAANMERKINGNEMING VAN DOOR COMMISSIE NAGESTREEFDE DOELSTELLINGEN – UITGESLOTEN

( EEG-VERDRAG, ARTIKEL 169 )

2 . FISCALE BEPALINGEN – HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN – OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER TOEGEVOEGDE WAARDE – VOORLOPIGE HANDHAVING VAN LAGERE TARIEVEN EN VRIJSTELLINGEN OM “DUIDELIJK OMSCHREVEN REDENEN VAN SOCIAAL BELANG EN TEN BEHOEVE VAN DE EINDVERBRUIKERS” – BEGRIP

( RICHTLIJNEN VAN DE RAAD NRS . 67/228, ARTIKEL 17, LAATSTE STREEPJE, EN 77/388, ARTIKEL 28, LID 2 )

Samenvatting


1 . EEN BEROEP WEGENS NIET-NAKOMING, DAT DOOR DE COMMISSIE KRACHTENS ARTIKEL 169 VAN HET VERDRAG WORDT INGESTELD EN WAARVAN DE OPPORTUNITEIT VOLLEDIG TE HARER BEOORDELING STAAT, HEEFT EEN OBJECTIEF KARAKTER . VOLGENS HET IN HET VERDRAG NEERGELEGDE INSTITUTIONELE EVENWICHT STAAT HET NIET AAN HET HOF TE ONDERZOEKEN WELKE DOELSTELLINGEN MET EEN DERGELIJK BEROEP WORDEN NAGESTREEFD . HET HOF IS DAARENTEGEN WEL BEVOEGD OM VAST TE STELLEN OF DE GESTELDE NIET-NAKOMING VOORHANDEN IS .

2 . HET BEPALEN VAN DE “DUIDELIJK OMSCHREVEN REDENEN VAN SOCIAAL BELANG” WAAROM KRACHTENS ARTIKEL 17, LAATSTE STREEPJE, VAN DE TWEEDE RICHTLIJN EN ARTIKEL 28, LID 2, VAN DE ZESDE RICHTLIJN BEPAALDE LAGERE TARIEVEN EN VRIJSTELLINGEN VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE VOORLOPIG KUNNEN WORDEN GEHANDHAAFD, IS IN BEGINSEL EEN KWESTIE VAN POLITIEKE KEUZE VAN DE LID-STATEN EN KAN SLECHTS AAN COMMUNAUTAIRE TOETSING WORDEN ONDERWORPEN, VOOR ZOVER HET DOOR ONEIGENLIJK GEBRUIK VAN DAT BEGRIP LEIDT TOT MAATREGELEN DIE QUA GEVOLGEN EN WERKELIJKE DOELSTELLINGEN BUITEN HET KADER VAN DAT BEGRIP VALLEN .

DAAR IN HET ALGEMENE STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE DE EINDVERBRUIKER DEGENE IS DIE EEN GOED OF EEN DIENST VERWERFT VOOR PERSOONLIJK GEBRUIK, NIET ZIJNDE EEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT, EN UIT DIEN HOOFDE DE BELASTING DRAAGT, MOET DE TWEEDE VOORWAARDE DIE IN GENOEMDE BEPALINGEN WORDT GESTELD VOOR DE HANDHAVING VAN BEPAALDE LAGERE TARIEVEN EN VRIJSTELLINGEN, TE WETEN DAT DIE VOORDELEN WORDEN VERLEEND “TEN BEHOEVE VAN DE EINDVERBRUIKERS”, GELET OP HET SOCIALE DOEL VAN ARTIKEL 17 ALDUS WORDEN BEGREPEN, DAT DE BEGUNSTIGDE DE VRIJGESTELDE GOEDEREN EN DIENSTEN NIET MAG AANWENDEN IN HET KADER VAN EEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT . PRESTATIES DIE ZIJN VERRICHT IN EEN ANDERE FASE VAN DE PRODUKTIEKETEN DIE NOG ZO DICHT BIJ DE VERBRUIKERS LIGT DAT DEZE ER VOORDEEL UIT KUNNEN HALEN, MOETEN EVENEENS WORDEN GEACHT TEN BEHOEVE VAN DE ALDUS OMSCHREVEN EINDVERBRUIKERS TE ZIJN VERRICHT .

Partijen


IN ZAAK 415/85,

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR JURIDISCH ADVISEUR D . R . GILMOUR ALS GEMACHTIGDE, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ G . KREMLIS, LID VAN HAAR JURIDISCHE DIENST, BATIMENT JEAN MONNET, KIRCHBERG,

VERZOEKSTER,

TEGEN

IERLAND, VERTEGENWOORDIGD DOOR L . J . DOCKERY, CHIEF STATE SOLICITOR, ALS GEMACHTIGDE, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG TER IERSE AMBASSADE, 28, ROUTE D’ ARLON,

VERWEERDER,

BETREFFENDE EEN VERZOEK OM VAST TE STELLEN DAT IERLAND, DOOR VOOR DE BTW EEN NULTARIEF TOE TE PASSEN OP BEPAALDE CATEGORIEEN GOEDEREN EN DIENSTEN, DE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN DIE OP HEM RUSTEN KRACHTENS ARTIKEL 28, LID 2, VAN DE ZESDE RICHTLIJN ( 77/388/EEG ) VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ( PB 1977, L 145, BLZ . 1 ),

WIJST

HET HOF VAN JUSTITIE,

SAMENGESTELD ALS VOLGT : MACKENZIE STUART, PRESIDENT, G . BOSCO, O . DUE, J . C . MOITINHO DE ALMEIDA EN G . C . RODRIGUEZ IGLESIAS, KAMERPRESIDENTEN, T . KOOPMANS, U . EVERLING, K . BAHLMANN, Y . GALMOT, C . KAKOURIS, R . JOLIET, T . F . O’ HIGGINS EN F . SCHOCKWEILER, RECHTERS,

ADVOCAAT-GENERAAL : M . DARMON

GRIFFIER : H . A . ROEHL, HOOFDADMINISTRATEUR

GEZIEN HET RAPPORT TER TERECHTZITTING EN TEN VERVOLGE OP DE MONDELINGE BEHANDELING OP 15 SEPTEMBER 1987,

GEHOORD DE CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL TER TERECHTZITTING VAN 2 DECEMBER 1987,

HET NAVOLGENDE

ARREST

Overwegingen van het arrest


1 BIJ VERZOEKSCHRIFT NEERGELEGD TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 13 DECEMBER 1985, HEEFT DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN KRACHTENS ARTIKEL 169 EEG-VERDRAG HET HOF VERZOCHT VAST TE STELLEN DAT IERLAND, DOOR DE TOEPASSING VAN HET NULTARIEF VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE TE HANDHAVEN VOOR BEPAALDE CATEGORIEEN GOEDEREN EN DIENSTEN, INBREUK HEEFT GEMAAKT OP RICHTLIJN 77/388/EEG VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ( PB 1977, L 145, BLZ . 1 ) ( HIERNA : DE ZESDE RICHTLIJN ) EN BIJGEVOLG DE KRACHTENS HET EEG-VERDRAG OP HEM RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN .

2 ARTIKEL 28 VAN DE ZESDE RICHTLIJN BEVAT OVERGANGSBEPALINGEN OM DE NATIONALE WETGEVINGEN OP BEPAALDE TERREINEN GELEIDELIJK AAN ELKAAR TE KUNNEN AANPASSEN . ARTIKEL 28, LID 2, BEPAALT :

” DE OP 31 DECEMBER 1975 BESTAANDE LAGERE TARIEVEN EN VRIJSTELLINGEN MET TERUGGAAF VAN VOORBELASTING, DIE VOLDOEN AAN DE CRITERIA WELKE WORDEN GENOEMD IN HET LAATSTE STREEPJE VAN ARTIKEL 17 VAN DE TWEEDE RICHTLIJN VAN DE RAAD VAN 11 APRIL 1967 KUNNEN WORDEN GEHANDHAAFD TOT EEN DOOR DE RAAD OP VOORSTEL VAN DE COMMISSIE MET EENPARIGHEID VAN STEMMEN VAST TE STELLEN DATUM, WELKE ECHTER NIET LATER MAG LIGGEN DAN DIE VAN DE AFSCHAFFING VAN HET BELASTEN BIJ INVOER EN HET ONTLASTEN BIJ UITVOER IN HET HANDELSVERKEER TUSSEN DE LID-STATEN . DE LID-STATEN TREFFEN DE NODIGE VOORZIENINGEN OM TE VERZEKEREN DAT DE BELASTINGPLICHTIGEN DE GEGEVENS VERSTREKKEN DIE NODIG ZIJN VOOR DE VASTSTELLING VAN DE EIGEN MIDDELEN DIE BETREKKING HEBBEN OP DEZE HANDELINGEN .

OM DE VIJF JAAR BEZIET DE RAAD OP GROND VAN EEN VERSLAG VAN DE COMMISSIE DE HIERBOVEN BEDOELDE VERLAAGDE TARIEVEN EN VRIJSTELLINGEN OPNIEUW EN STELT HIJ, IN VOORKOMEND GEVAL, OP VOORSTEL VAN DE COMMISSIE MET EENPARIGHEID VAN STEMMEN DE NODIGE MAATREGELEN VAST OM DEZE GELEIDELIJK AF TE SCHAFFEN .”

3 INGEVOLGE ARTIKEL 17, LAATSTE STREEPJE, VAN RICHTLIJN 67/228/EEG VAN DE RAAD VAN 11 APRIL 1967 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – STRUCTUUR EN WIJZE VAN TOEPASSING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ( PB 1967, BLZ . 1303 ) ( HIERNA : DE TWEEDE RICHTLIJN ), WAARNAAR ARTIKEL 28 VAN DE ZESDE RICHTLIJN VERWIJST, HEBBEN DE LID-STATEN DE BEVOEGDHEID :

“- TOT AAN DE AFSCHAFFING VAN HET BELASTEN BIJ INVOER EN HET ONTLASTEN BIJ UITVOER IN HET HANDELSVERKEER TUSSEN DE LID-STATEN, OM DUIDELIJK OMSCHREVEN REDENEN VAN SOCIAAL BELANG EN TEN BEHOEVE VAN DE EINDVERBRUIKERS, LAGERE TARIEVEN OF ZELFS VRIJSTELLINGEN VAST TE STELLEN MET EVENTUELE TERUGGAAF VAN DE IN DE VORIGE FASE GEHEVEN BELASTINGEN, VOOR ZOVER HET TOTALE EFFECT VAN DEZE MAATREGELEN NIET GROTER IS DAN HET EFFECT VAN DE IN DE HUIDIGE REGELING TOEGEPASTE BELASTINGVERLICHTINGEN .”

4 OP GROND VAN ARTIKEL 28, LID 2, VAN DE ZESDE RICHTLIJN HEEFT IERLAND EEN STELSEL VAN ZOGENOEMDE “NULTARIEVEN” GEHANDHAAFD . DE DESBETREFFENDE IERSE WETTELIJKE REGELING IS NEERGELEGD IN DE VALUE ADDED TAX ACT 1972, ZOALS GEWIJZIGD BIJ DE FINANCE ACT 1985 .

5 VAN OORDEEL DAT SOMMIGE NULTARIEVEN WAARIN DE IERSE WETTELIJKE REGELING VOORZAG, NIET VOLDEDEN AAN DE CRITERIA VAN ARTIKEL 17, LAATSTE STREEPJE, VAN DE TWEEDE RICHTLIJN, VERZOCHT DE COMMISSIE DE IERSE REGERING BIJ BRIEF VAN 19 OKTOBER 1981 OM HAAR OPMERKINGEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 169, EERSTE ALINEA, EEG-VERDRAG .

6 OMDAT DE IERSE REGERING NIET ERKENDE DAT ZIJ DE KRACHTENS HET VERDRAG OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET WAS NAGEKOMEN, BRACHT DE COMMISSIE OP 4 SEPTEMBER 1984 EEN MET REDENEN OMKLEED ADVIES UIT . DAAR DE IERSE REGERING DIT ADVIES NIET OPVOLGDE, STELDE DE COMMISSIE HET ONDERHAVIGE BEROEP IN .

7 VOOR EEN NADERE UITEENZETTING VAN DE FEITEN, HET PROCESVERLOOP EN DE MIDDELEN EN ARGUMENTEN VAN PARTIJEN WORDT VERWEZEN NAAR HET RAPPORT TER TERECHTZITTING . DEZE ELEMENTEN VAN HET DOSSIER WORDEN HIERNA SLECHTS WEERGEGEVEN VOORZOVER DAT NOODZAKELIJK IS VOOR DE REDENERING VAN HET HOF .

DE BEVOEGDHEID VAN HET HOF

8 VOLGENS IERLAND IS HET BEROEP VAN DE COMMISSIE INGEGEVEN DOOR EEN BELEIDSOVERWEGING EN IS EEN DERGELIJKE OVERWEGING GEEN GOEDE GROND VOOR HET INLEIDEN VAN EEN PROCEDURE KRACHTENS ARTIKEL 169 EEG-VERDRAG . HET BEROEP VAN DE COMMISSIE IS IN FEITE EROP GERICHT LANGS RECHTERLIJKE WEG EEN DOEL TE BEREIKEN DAT SLECHTS DOOR EEN BESLUIT VAN DE GEMEENSCHAPSWETGEVER KAN WORDEN VERWEZENLIJKT . UIT HAAR REPLIEK BLIJKT IMMERS, DAT DE COMMISSIE DIT BEROEP HEEFT INGESTELD TER OMZEILING VAN DE PROCEDURELE VOORSCHRIFTEN VAN ARTIKEL 28 VAN DE ZESDE RICHTLIJN, KRACHTENS HETWELK HET AAN DE RAAD STAAT OM, MET EENPARIGHEID VAN STEMMEN, DE DOOR DIT ARTIKEL TOEGESTANE VRIJSTELLINGEN AF TE SCHAFFEN . HET IS VOLGENS IERLAND DAN OOK NIET DE TAAK VAN HET HOF OM “IN DE PLAATS TE TREDEN VAN DE IN ARTIKEL 28 VAN DE ZESDE RICHTLIJN VOORZIENE POLITIEKE PROCEDURES EN OM DE DOOR DAT ARTIKEL BEOOGDE GELEIDELIJKE AANPASSING TE VERVANGEN DOOR EEN ONMIDDELLIJKE VERPLICHTING VOOR EEN LID-STAAT “.

9 DIT BETOOG KAN NIET WORDEN AANVAARD . VOLGENS HET IN HET VERDRAG NEERGELEGDE INSTITUTIONEEL EVENWICHT STAAT HET NIET AAN HET HOF TE ONDERZOEKEN MET WELKE OOGMERKEN EEN BEROEP KRACHTENS ARTIKEL 169 IS INGESTELD . DE TAAK VAN HET HOF BESTAAT ERIN, VAST TE STELLEN OF DE BETROKKEN LID-STAAT ZICH SCHULDIG HEEFT GEMAAKT AAN DE GESTELDE NIET-NAKOMING VAN ZIJN VERPLICHTINGEN . GELIJK HET HOF IN HET ARREST VAN 10 DECEMBER 1968 ( ZAAK 7/68, COMMISSIE/ITALIE, JURISPR . 1968, BLZ . 590 ) OVERWOOG, HEEFT EEN BEROEP WEGENS NIET-NAKOMING EEN OBJECTIEF KARAKTER EN STAAT DE INSTELLING ERVAN VOLLEDIG TER BEOORDELING VAN DE COMMISSIE .

TEN GRONDE

10 ALLEREERST ZIJ OPGEMERKT, DAT DE COMMISSIE NIET OPKOMT TEGEN HET PRINCIPE ZELF VAN DE TOEPASSING VAN NULTARIEVEN; ZIJ ACHT EEN DERGELIJKE REGELING IN WEZEN GELIJKWAARDIG AAN HET IN ARTIKEL 28 VAN DE ZESDE RICHTLIJN BEDOELDE STELSEL VAN VRIJSTELLINGEN . DIT WORDT MET ZOVEEL WOORDEN GEZEGD IN HAAR OP 29 JUNI 1973 BIJ DE RAAD INGEDIENDE VOORSTEL VOOR EEN ZESDE RICHTLIJN . ZIJ BETOOGT EVENWEL, DAT AAN DE VOORWAARDEN GESTELD IN ARTIKEL 17, LAATSTE STREEPJE, VAN DE TWEEDE RICHTLIJN, VOLGENS HETWELK VRIJSTELLING SLECHTS MAG WORDEN VERLEEND “OM DUIDELIJK OMSCHREVEN REDENEN VAN SOCIAAL BELANG EN TEN BEHOEVE VAN DE EINDVERBRUIKERS”, NIET IS VOLDAAN MET BETREKKING TOT DE NAVOLGENDE ONDER DE FINANCE ACT 1985 VALLENDE GOEDEREN EN DIENSTEN :

” VII ) DIERVOEDER, MET UITZONDERING VAN VOEDER DAT WORDT VERPAKT, VERKOCHT OF ANDERSZINS AANGEDUID ALS VOER VOOR HONDEN, KATTEN, KOOIVOGELS OF ANDERE HUISDIEREN;

VIII ) MESTSTOFFEN ( IN DE ZIN VAN DE FERTILISERS, FEEDING STUFFS AND MINERAL MIXTURE ACT 1955 ) DIE IN EENHEDEN VAN TEN MINSTE 10 KILOGRAM WORDEN GELEVERD EN WAARVAN DE VERKOOP OF DE VERVAARDIGING VOOR VERKOOPDOELEINDEN NIET KRACHTENS SECTION 4 OF 6 VAN DIE ACT VERBODEN IS;

XIV ) GENEESMIDDELEN VOOR ORAAL GEBRUIK DOOR DIEREN, MET UITSLUITING VAN GENEESMIDDELEN DIE WORDEN VERPAKT, VERKOCHT OF ANDERSZINS AANGEDUID ALS GENEESMIDDELEN VOOR HONDEN, KATTEN, KOOIVOGELS OF ANDERE HUISDIEREN;

XV ) ZADEN, PLANTEN, BOMEN, SPOREN, BOLLEN, KNOLLEN, KNOLDRAGENDE WORTELS, STENGELKNOLLEN, WORTELROZETTEN EN WORTELSTOKKEN DIE WORDEN GEBRUIKT ALS ZAAIGOED VOOR DE VOEDSELPRODUKTIE;

XX ) A ) ELEKTRICITEIT .

WAT PUNT XX BETREFT, GELDT HET BEZWAAR EVENWEL NIET VOOR DE LEVERING AAN EINDVERBRUIKERS .”

11 IERLAND IS HET ONEENS MET DE COMMISSIE EN STELT IN DE EERSTE PLAATS, DAT DE COMMISSIE DE ARTIKELEN 28, LID 2, VAN DE ZESDE RICHTLIJN EN 17, LAATSTE STREEPJE, VAN DE TWEEDE RICHTLIJN TE RESTRICTIEF UITLEGT; VERDER VOERT HET AAN DAT DE BETROKKEN BELASTINGVERLICHTING, GELET OP DE ARTIKELEN 27 EN 25 VAN DE ZESDE RICHTLIJN, RECHTMATIG MOET WORDEN GEACHT .

12 BIJGEVOLG MOET WORDEN NAGEGAAN OF DE TOEPASSING VAN HET NULTARIEF OP DE BETROKKEN GOEDEREN EN DIENSTEN VOLDOET AAN DE VOORWAARDEN VAN GENOEMDE BEPALINGEN EN OF HET ARGUMENT DAT DE IERSE REGERING ONTLEENT AAN DE ARTIKELEN 27 EN 25 VAN DE ZESDE RICHTLIJN, DE HANDHAVING VAN HET NULTARIEF VOOR DE BETROKKEN GOEDEREN EN DIENSTEN RECHTVAARDIGT .

HET BEGRIP “DUIDELIJK OMSCHREVEN REDENEN VAN SOCIAAL BELANG”

13 MET BETREKKING TOT DE EERSTE VOORWAARDE, TE WETEN DAT VRIJSTELLING ENKEL MAG WORDEN VERLEEND OM DUIDELIJK OMSCHREVEN REDENEN VAN SOCIAAL BELANG, ZIJN PARTIJEN HET EROVER EENS, DAT DE LID-STATEN VOOR DE BEPALING VAN HUN SOCIAAL BELEID OVER EEN DISCRETIONAIRE BEVOEGDHEID BESCHIKKEN . ZIJ ERKENNEN EVENWEL, DAT DE UITOEFENING VAN DIE DISCRETIONAIRE BEVOEGDHEID AAN COMMUNAUTAIRE TOETSING KAN WORDEN ONDERWORPEN .

14 DE COMMISSIE VERKLAART MET NAME, DAT HAARS INZIENS DOOR “REDENEN VAN SOCIAAL BELANG” ZIJN INGEGEVEN MAATREGELEN DIE PRIMAIR MET HET OOG OP ALGEMENE SOCIALE DOELSTELLINGEN EN NIET IN HOOFDZAAK OM INDUSTRIELE, SECTORIELE OF FISCALE REDENEN ZIJN VASTGESTELD; ZIJ GEEFT EVENWEL TOE, DAT ZIJ IN HET KADER VAN HET SOCIALE BELEID VAN EEN LID-STAAT GENOMEN MAATREGELEN SLECHTS KAN AANVECHTEN, WANNEER KAN WORDEN AANGETOOND DAT DAT SOCIALE BELEID NIET DUIDELIJK GENOEG IS OMSCHREVEN OF DAT DE BETROKKEN MAATREGELEN NIET GERECHTVAARDIGD ZIJN DOOR OF NIET IN VERHOUDING STAAN TOT DE AANGEVOERDE REDENEN VAN SOCIAAL BELANG .

15 WAT ALS REDEN VAN SOCIAAL BELANG WORDT AANGEMERKT, IS IN BEGINSEL EEN KWESTIE VAN POLITIEKE KEUZE VAN DE LID-STATEN EN COMMUNAUTAIRE TOETSING VAN DEZE KEUZE IS SLECHTS MOGELIJK VOOR ZOVER DIE KEUZE DOOR EEN ONEIGENLIJK GEBRUIK VAN DAT BEGRIP LEIDT TOT MAATREGELEN DIE QUA GEVOLGEN EN WERKELIJKE DOELSTELLINGEN BUITEN HET KADER VAN DAT BEGRIP VALLEN .

HET BEGRIP “TEN BEHOEVE VAN DE EINDVERBRUIKERS”

16 DE COMMISSIE BESCHOUWT ALS “EINDVERBRUIKERS” AL DEGENEN DIE ZICH AAN HET EINDE VAN DE PRODUKTIE – EN HANDELSKETEN BEVINDEN EN DE BTW NIET MOGEN AFTREKKEN, DAT WIL ZEGGEN NIET-BELASTINGPLICHTIGEN .

17 IERLAND KOMT MET NAME OP TEGEN HET ARGUMENT VAN DE COMMISSIE, DAT ENKEL MAATREGELEN DIE DE EINDVERBRUIKER RECHTSTREEKS TEN GOEDE KOMEN, STEUN KUNNEN VINDEN IN ARTIKEL 17 VAN DE TWEEDE RICHTLIJN .

18 IN HET ALGEMENE STELSEL VAN DE BTW IS EINDVERBRUIKER DEGENE DIE EEN GOED OF DIENST VERWERFT VOOR PERSOONLIJK GEBRUIK, NIET ZIJNDE EEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT EN UIT DIEN HOOFDE DE BELASTING DRAAGT . GEZIEN HET SOCIALE DOEL VAN ARTIKEL 17, KAN HET BEGRIP EINDVERBRUIKER DAN OOK ENKEL SLAAN OP DEGENE DIE DE VRIJGESTELDE GOEDEREN OF DIENSTEN NIET GEBRUIKT IN HET KADER VAN EEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT . OOK DE LEVERING VAN GOEDEREN EN DIENSTEN IN EEN EERDER STADIUM VAN DE PRODUKTIE – OF DISTRIBUTIEKETEN, DAT EVENWEL NOG ZO DICHT BIJ DE VERBRUIKER LIGT DAT DEZE UIT DE LEVERING ENIG VOORDEEL KAN HALEN, MOET DUS WORDEN GEACHT TEN BEHOEVE VAN DE ALDUS OMSCHREVEN EINDVERBRUIKER TE ZIJN VERRICHT .

DE TOEPASSELIJKHEID VAN DE ARTIKELEN 27 EN 25 VAN DE ZESDE RICHTLIJN OP DE ONDERHAVIGE PRODUKTEN

19 VOLGENS IERLAND KAN DE TOEPASSING VAN HET NULTARIEF OP DE ONDERHAVIGE PRODUKTEN NIET MET EEN BEROEP OP DE ARTIKELEN 27 EN 25 VAN DE ZESDE RICHTLIJN WORDEN GERECHTVAARDIGD .

20 DE LEDEN 1 EN 5 VAN ARTIKEL 27 LUIDEN ALS VOLGT :

” 1 ) DE RAAD KAN OP VOORSTEL VAN DE COMMISSIE MET EENPARIGHEID VAN STEMMEN ELKE LID-STAAT MACHTIGEN, BIJZONDERE, VAN DE BEPALINGEN VAN DEZE RICHTLIJN AFWIJKENDE MAATREGELEN TE TREFFEN TEN EINDE DE BELASTINGHEFFING TE VEREENVOUDIGEN OF BEPAALDE VORMEN VAN BELASTINGFRAUDE OF -ONTWIJKING TE VOORKOMEN . DE MAATREGELEN TOT VEREENVOUDIGING VAN DE BELASTINGHEFFING MOGEN GEEN NOEMENSWAARDIGE INVLOED HEBBEN OP HET BELASTINGBEDRAG DAT VERSCHULDIGD IS IN HET STADIUM VAN HET EINDVERBRUIK .

5 ) DE LID-STATEN DIE OP 1 JANUARI 1977 BIJZONDERE MAATREGELEN ALS BEDOELD IN LID 1 TOEPASTEN, MOGEN DEZE HANDHAVEN OP VOORWAARDE DAT ZIJ DE COMMISSIE VOOR 1 JANUARI 1978 VAN DE MAATREGELEN IN KENNIS STELLEN EN ONDER HET VOORBEHOUD DAT DIE MAATREGELEN, WANNEER ZIJ TEN DOEL HEBBEN DE BELASTINGHEFFING TE VEREENVOUDIGEN, VOLDOEN AAN DE IN LID 1 OMSCHREVEN VOORWAARDE .”

21 TER WEERLEGGING VAN IERLANDS BETOOG MERKT DE COMMISSIE ALLEREERST OP, DAT DE ARTIKELEN 27 EN 28 EEN TOTAAL VERSCHILLENDE WERKINGSSFEER HEBBEN EN IN GEEN ENKEL OPZICHT COMPLEMENTAIR ZIJN . MET NAME KAN ARTIKEL 27 NIET WORDEN AANGEWEND OM BIJ WEGE VAN VEREENVOUDIGINGSMAATREGEL OF MAATREGEL TER VOORKOMING VAN BELASTINGFRAUDE DE TOEPASSING VAN HET NULTARIEF UIT TE BREIDEN TOT EEN NIEUWE CATEGORIE GOEDEREN OF DIENSTEN EN OP DIE MANIER DE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 28, LID 2, TE OMZEILEN . BOVENDIEN VOORZIET ARTIKEL 27 IN PERMANENTE VEREENVOUDIGINGSMAATREGELEN, TERWIJL DE IN ARTIKEL 28 BEDOELDE VRIJSTELLINGEN SLECHTS ALS TIJDELIJKE MAATREGEL ZIJN TOEGESTAAN .

22 ARTIKEL 25, DAT ONDER BEPAALDE VOORWAARDEN DE TOEPASSING VAN EEN FORFAITAIRE REGELING VOOR LANDBOUWPRODUCENTEN TOESTAAT, IS, VOLGENS DE COMMISSIE, ZELF EEN AFWIJKING VAN DE ALGEMENE BEPALINGEN VAN DE ZESDE RICHTLIJN EN KAN NIET ALS GRONDSLAG DIENEN VOOR DE INVOERING VAN VRIJSTELLINGEN DIE NIET DOOR ARTIKEL 28 WORDEN GEDEKT .

23 HET BEGRIP VEREENVOUDIGINGSMAATREGELEN KAN NIET OP EEN LIJN WORDEN GESTELD MET HET BEGRIP VRIJSTELLINGSMAATREGELEN, TEMEER DAAR ARTIKEL 27, LID 1, TWEEDE VOLZIN, UITDRUKKELIJK BEPAALT, DAT DE VEREENVOUDIGINGSMAATREGELEN “GEEN NOEMENSWAARDIGE INVLOED MOGEN HEBBEN OP HET BELASTINGBEDRAG DAT VERSCHULDIGD IS IN HET STADIUM VAN HET EINDVERBRUIK “.

24 MET BETREKKING TOT DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 25 VOLSTAAT DE OPMERKING, DAT DIT ARTIKEL DOOR DE INVOERING VAN EEN FORFAITAIRE REGELING DE PROBLEMEN BEOOGT TE ONDERVANGEN DIE LANDBOUWPRODUCENTEN BIJ DE TOEPASSING VAN DE NORMALE BTW-REGELING KUNNEN ONDERVINDEN . DE FORFAITAIRE REGELING BESTAAT IN WEZEN UIT DE BETALING VAN EEN OP BASIS VAN EEN FORFAITAIR PERCENTAGE BEREKEND BEDRAG “TER COMPENSATIE VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE, WELKE IS BETAALD OVER DE AANKOPEN VAN GOEDEREN EN DIENSTEN” ( ARTIKEL 25, LID 1 ).

25 UIT HET VOORGAANDE VOLGT, DAT DEZE BEPALING, DIE ONDERSTELT DAT OVER DE GROND – EN HULPSTOFFEN BTW IS BETAALD ( ARTIKEL 25, LID 3 ), DE TOEPASSING VAN EEN NULTARIEF OP GOEDEREN OF DIENSTEN DIE BIJ DE VERVAARDIGING VAN LANDBOUWPRODUKTEN WORDEN GEBRUIKT, NIET KAN RECHTVAARDIGEN .

26 DE DOOR IERLAND AANGEVOERDE MIDDELEN MOETEN DERHALVE WORDEN VERWORPEN .

DE OMSTREDEN NULTARIEVEN

A – GROND – EN HULPSTOFFEN VOOR LANDBOUWPRODUKTEN ( FINANCE ACT 1985, PUNTEN VII, VIII, XIV EN XV )

27 DE COMMISSIE STELT, DAT DE TOEPASSING VAN HET NULTARIEF OP DEZE PRODUKTEN NIET VOLDOET AAN DE TWEEDE VOORWAARDE VAN ARTIKEL 17, LAATSTE STREEPJE, VAN DE TWEEDE RICHTLIJN . DE OP DEZE PRODUKTEN BETREKKING HEBBENDE TRANSACTIES ZIJN ZO VERWIJDERD VAN DE AFGEWERKTE LEVENSMIDDELEN WAARVOOR HET NULTARIEF GELDT, DAT NIET KAN WORDEN GEZEGD DAT ZIJ TEN BEHOEVE VAN DE EINDVERBRUIKER ZIJN VERRICHT .

28 IERLAND BETWIST DEZE STELLING MET HET ARGUMENT, DAT DE BETROKKEN GOEDEREN EEN RECHTSTREEKSE BAND HEBBEN MET DE AFGEWERKTE LEVENSMIDDELEN WAARVOOR HET NULTARIEF GELDT . BOVENDIEN VERLEENT DE IERSE WETTELIJKE REGELING SLECHTS BTW-VRIJSTELLING VOOR GOEDEREN DIE DAADWERKELIJK ALS GROND – OF HULPSTOFFEN VOOR DE LANDBOUW WORDEN GEBRUIKT . TEN SLOTTE BETOOGT IERLAND, DAT DE TOEPASSING VAN NULTARIEVEN DE EINDVERBRUIKER RECHTSTREEKS TEN GOEDE KOMT VOOR ZOVER ZIJ EEN VERHOGING VAN DE KOSTEN VOORKOMT .

29 DE BETROKKEN LEVERINGEN DRAGEN ALLE BIJ TOT DE PRODUKTIE VAN STOFFEN DIE BESTEMD ZIJN VOOR MENSELIJKE CONSUMPTIE EN STAAN ZO DICHT BIJ DE EINDVERBRUIKERS DAT ZIJ DEZEN TEN GOEDE TE KOMEN . BOVENDIEN MAG NIET UIT HET OOG WORDEN VERLOREN DAT HET HEFFEN VAN BELASTING OVER DE BETROKKEN PRODUKTEN NEGATIEVE GEVOLGEN HEEFT VOOR DE VOEDSELPRIJZEN, WAARVAN DE VERHOGINGEN BIJZONDER VOELBAAR ZIJN VOOR DE EINDVERBRUIKER DIE ZELF VAN EEN NULTARIEF PROFITEERT .

30 MET BETREKKING TOT DEZE CATEGORIE PRODUKTEN IS DERHALVE NIET AANGETOOND, DAT IERLAND ZIJN VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN .

B . ELEKTRICITEIT ( FINANCE ACT 1985, PUNT XX A )

31 DE COMMISSIE KOMT OP TEGEN DE TOEPASSING VAN HET NULTARIEF OP DE LEVERING VAN ELEKTRICITEIT AAN DE INDUSTRIE, VOOR ZOVER DEZE LEVERINGEN NIET WORDEN GEDAAN AAN EINDVERBRUIKERS .

32 HET EERSTE ARGUMENT VAN IERLAND, TE WETEN DAT DE BEPERKING VAN HET NULTARIEF TOT LEVERINGEN AAN EINDVERBRUIKERS WAARSCHIJNLIJK ZAL LEIDEN TOT ONOVERKOMELIJKE MOEILIJKHEDEN BIJ DE CONCRETE TOEPASSING VAN DE BELASTING, KAN NIET WORDEN AANVAARD . WANNEER EEN LID-STAAT VAN DE BETROKKEN AFWIJKINGEN GEBRUIK WENST TE MAKEN, MOET HIJ ALLE CONCRETE MAATREGELEN NEMEN DIE NODIG ZIJN OM DIE BEPALINGEN CORRECT TOE TE PASSEN . INDIEN HIJ MEENT DAT DIE MAATREGELEN NIET UITVOERBAAR ZIJN, MOET HIJ AFZIEN VAN DE TOEPASSING VAN HET NULTARIEF .

33 LEVERINGEN VAN ELEKTRICITEIT AAN DE INDUSTRIE KUNNEN NIET WORDEN GEACHT TEN BEHOEVE VAN DE EINDVERBRUIKER TE WORDEN VERRICHT, AANGEZIEN EINDVERBRUIKERS IN DE ZIN VAN DE HIERVOREN GEGEVEN DEFINITIE SLECHTS ZEER INDIRECT VOORDEEL HALEN UIT HET NULTARIEF . DEZE LEVERINGEN VOLDOEN DERHALVE NIET AAN DE TWEEDE VOORWAARDE VAN ARTIKEL 17 VAN DE TWEEDE RICHTLIJN .

34 ALS TWEEDE ARGUMENT VOERT IERLAND AAN, DAT DE TOEPASSING VAN HET NULTARIEF OP DE LEVERING VAN ELEKTRICITEIT AAN DE INDUSTRIE GERECHTVAARDIGD IS ALS VEREENVOUDIGINGSMAATREGEL IN DE ZIN VAN ARTIKEL 27 VAN DE ZESDE RICHTLIJN .

35 DIT ARGUMENT KAN NIET WORDEN AANVAARD . UIT HET VOORGAANDE BLIJKT DUIDELIJK, DAT ARTIKEL 27 GEEN GRONDSLAG VOOR VRIJSTELLINGEN OPLEVERT .

36 DE AAN IERLAND VERWETEN NIET-NAKOMING IS BIJGEVOLG KOMEN VAST TE STAAN .

37 UIT HET VOORGAANDE VOLGT DAT IERLAND, DOOR DE TOEPASSING VAN HET NULTARIEF VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE TE HANDHAVEN VOOR DE LEVERINGEN VAN ELEKTRICITEIT, VOOR ZOVER DEZE NIET WORDEN GEDAAN AAN EINDVERBRUIKERS, INBREUK HEEFT GEMAAKT OP RICHTLIJN 77/388 EN BIJGEVOLG ZIJN VERPLICHTINGEN KRACHTENS HET EEG-VERDRAG NIET IS NAGEKOMEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

38 INGEVOLGE ARTIKEL 69, PARAGRAAF 3, VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING KAN HET HOF DE PROCESKOSTEN COMPENSEREN, INDIEN DE PARTIJEN ONDERSCHEIDENLIJK OP EEN OF MEER PUNTEN IN HET ONGELIJK WORDEN GESTELD . AANGEZIEN BEIDE PARTIJEN OP EEN PUNT IN HET ONGELIJK ZIJN GESTELD, DIENEN DE KOSTEN TE WORDEN GECOMPENSEERD .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

RECHTDOENDE, VERSTAAT :

1 ) DOOR DE TOEPASSING VAN HET NULTARIEF VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE TE HANDHAVEN VOOR DE IN DE FINANCE ACT 1985, PUNT XX A BEDOELDE LEVERINGEN VAN ELEKTRICITEIT, VOOR ZOVER DEZE NIET WORDEN GEDAAN AAN EINDVERBRUIKERS, HEEFT IERLAND INBREUK GEMAAKT OP DE BEPALINGEN VAN RICHTLIJN 77/388 VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 EN IS HET BIJGEVOLG ZIJN VERPLICHTINGEN KRACHTENS HET EEG-VERDRAG NIET NAGEKOMEN .

2 ) HET BEROEP WORDT VERWORPEN VOOR HET OVERIGE .

3 ) ELK DER PARTIJEN ZAL DE EIGEN KOSTEN DRAGEN .

ECLI:EU:C:1988:320