HvJ 21-06-1988 Commissie-Italie 257/86

ARREST VAN HET HOF VOM 21 JUNI 1988. – COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN ITALIAANSE REPUBLIEK. – BTW-VRIJSTELLING VOOR INGEVOERDE GRATIS MONSTERS MET GERINGE WAARDE – OMZETTING IN NATIONAL RECHT VAN RICHTLIJN 77/388. – ZAAK 257/86.

Trefwoorden


++++

GEMEENSCHAPSRECHT – BEGINSELEN – RECHTSZEKERHEID EN RECHTSBESCHERMING – NATIONALE REGLEMENTERING OP GEBIED DAT DOOR GEMEENSCHAPSRECHT WORDT GEREGELD – VEREISTE VAN ONDUBBELZINNIGE BEWOORDINGEN

Samenvatting


DE BEGINSELEN VAN RECHTSZEKERHEID EN VAN RECHTSBESCHERMING VEREISEN MET BETREKKING TOT MATERIES DIE AAN HET GEMEENSCHAPSRECHT ZIJN ONDERWORPEN, EEN ONDUBBELZINNIGE REGELING VAN DE LID-STATEN, DIE DE BELANGHEBBENDEN OP DUIDELIJKE EN NAUWKEURIGE WIJZE IN KENNIS STELT VAN HUN RECHTEN EN PLICHTEN EN DE NATIONALE RECHTER IN STAAT STELT, DEZE TE HANDHAVEN .

Partijen


IN ZAAK 257/86,

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR JURIDISCH ADVISEUR G . MARENCO ALS GEMACHTIGDE, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ G . KREMLIS, LID VAN HAAR JURIDISCHE DIENST, BATIMENT JEAN MONNET, KIRCHBERG,

VERZOEKSTER,

TEGEN

ITALIAANSE REPUBLIEK, VERTEGENWOORDIGD DOOR PROFESSOR L . FERRARI BRAVO, DIENSTHOOFD DIPLOMATIEKE GESCHILLEN VAN HET MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN, ALS GEMACHTIGDE, BIJGESTAAN DOOR I . M . BRAGUGLIA, AVVOCATO DELLO STATO, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG TER ITALIAANSE AMBASSADE,

VERWEERSTER,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF OM VAST TE STELLEN DAT DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DOOR DE INVOER VAN GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE AAN DE BTW TE ONDERWERPEN, DE KRACHTENS HET EEG-VERDRAG OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN,

WIJST

HET HOF VAN JUSTITIE,

SAMENGESTELD ALS VOLGT : MACKENZIE STUART, PRESIDENT, G . BOSCO, J . C . MOITINHO DE ALMEIDA EN G . C . RODRIGUEZ IGLESIAS, KAMERPRESIDENTEN, T . KOOPMANS, U . EVERLING, Y . GALMOT, C . KAKOURIS EN F . SCHOCKWEILER, RECHTERS,

ADVOCAAT-GENERAAL : M . DARMON

GRIFFIER : H . A . ROEHL, HOOFD-ADMINISTRATEUR

GEZIEN HET RAPPORT TER TERECHTZITTING EN TEN VERVOLGE OP DE MONDELINGE BEHANDELING OP 4 FEBRUARI 1988,

GEHOORD DE CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL TER TERECHTZITTING VAN 1 MAART 1988,

HET NAVOLGENDE

ARREST

Overwegingen van het arrest


1 BIJ VERZOEKSCHRIFT, NEERGELEGD TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 15 OKTOBER 1986, HEEFT DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN KRACHTENS ARTIKEL 169 EEG-VERDRAG HET HOF VERZOCHT VAST TE STELLEN DAT DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DOOR DE INVOER VAN GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE AAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ( HIERNA : BTW ) TE ONDERWERPEN, TERWIJL DEZELFDE MONSTERS VAN BINNENLANDSE MAKELIJ VAN DIE HEFFING WORDEN VRIJGESTELD, DE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN DIE OP HAAR RUSTEN KRACHTENS ARTIKEL 14, LID 1, SUB A, VAN DE ZESDE RICHTLIJN ( 77/388/EEG ) VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN VAN DE LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ( PB 1977, L 145, BLZ . 1 ), ALSMEDE KRACHTENS ARTIKEL 95 EEG-VERDRAG .

2 INGEVOLGE ARTIKEL 2, DERDE ALINEA, SUB D, VAN PRESIDENTIEEL BESLUIT NR . 633 VAN 26 OKTOBER 1972 ( HIERNA : HET BESLUIT VAN 26 OKTOBER 1972 ), ZOALS GEWIJZIGD BIJ PRESIDENTIEEL BESLUIT NR . 687 VAN 23 DECEMBER 1974 ( GURI NR . 338 VAN 28.12.1974, BLZ . 9071 ), ZIJN DE LEVERINGEN VAN UITDRUKKELIJK ALS ZODANIG GEMERKTE GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE VRIJGESTELD VAN BTW . KRACHTENS ARTIKEL 68 ZIJN DE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 2, DERDE ALINEA, OOK VAN TOEPASSING OP IMPORTEN .

3 DEZE REGELING WERD GEWIJZIGD BIJ PRESIDENTIEEL BESLUIT NR . 24 VAN 29 JANUARI 1979 ( GURI NR . 30 VAN 31 JANUARI 1979, BLZ . 983; HIERNA : HET BESLUIT VAN 29 JANUARI 1979 ), WAARBIJ DE IN HET VOORMELDE ARTIKEL 2, DERDE ALINEA, VOORZIENE VRIJSTELLING WELISWAAR WERD GEHANDHAAFD, MAAR ARTIKEL 68, DAT DE VRIJSTELLING TOT DE IMPORTEN UITBREIDDE, WERD GESCHRAPT . IN ANTWOORD OP BEPAALDE VRAGEN BEVESTIGDE HET ITALIAANSE MINISTERIE VAN FINANCIEN BIJ RESOLUTIES VAN 30 JUNI 1979 EN 10 DECEMBER 1982, DAT MET INGANG VAN DE INWERKINGTREDING VAN HET BESLUIT VAN 29 JANUARI 1979 DE IMPORT VAN GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE AAN DE BTW WAS ONDERWORPEN .

4 VAN MENING DAT DE TOEPASSING VAN EEN VERSCHILLENDE BELASTINGREGELING OP BINNENLANDSE LEVERINGEN VAN GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE EN OP IMPORTEN VAN GELIJKSOORTIGE MONSTERS INBREUK MAAKTE OP ARTIKEL 95 EEG-VERDRAG EN ARTIKEL 14, LID 1, SUB A, VAN DE ZESDE RICHTLIJN, VERZOCHT DE COMMISSIE DE ITALIAANSE REGERING BIJ BRIEF VAN 3 MEI 1984 OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 169 EEG-VERDRAG HAAR OPMERKINGEN TE MAKEN . VERVOLGENS BRACHT ZIJ EEN MET REDENEN OMKLEED ADVIES UIT . DIT ADVIES KRUISTE EEN TELEXBERICHT VAN DE ITALIAANSE REGERING VAN 22 MEI 1985, WAARIN DEZE ZICH VERDEDIGDE MET EEN BEROEP OP ARTIKEL 2 VAN DE OVEREENKOMST VAN GENEVE VAN 7 NOVEMBER 1952 ( INTERNATIONALE OVEREENKOMST OM DE INVOER VAN HANDELSMONSTERS, HANDELSSTALEN EN RECLAMEMATERIAAL TE VERGEMAKKELIJKEN ), IN ITALIE GERATIFICEERD EN IN WERKING GETREDEN BIJ WET VAN 26 NOVEMBER 1957, WAARIN WORDT BEPAALD DAT MONSTERS VAN GERINGE WAARDE VAN ALLE SOORTEN GOEDEREN WORDEN VRIJGESTELD VAN INVOERRECHTEN . DE ITALIAANSE REGERING VOERDE AAN, DAT KRACHTENS DIE BEPALING EEN BTW-VRIJSTELLING KON WORDEN VERLEEND VOOR GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE, DIE WERDEN INGEVOERD VANUIT DE STATEN DIE DEZE OVEREENKOMST HADDEN ONDERTEKEND, WAARONDER ALLE LID-STATEN . ANDERZIJDS WEES ZIJ EROP, DAT DEZE VRIJSTELLING EVENEENS VOORTVLOEIDE UIT ARTIKEL 72, EERSTE ALINEA, VAN HET BESLUIT VAN 26 OKTOBER 1972, ZOALS GEWIJZIGD, VOLGENS HETWELK ALLE IN INTERNATIONALE VERDRAGEN EN OVEREENKOMSTEN, GESLOTEN VOOR DE INWERKINGTREDING VAN DE BTW-REGELING, TOEGEKENDE VOORDELEN ONVERLET BLIJVEN .

5 HET MET REDENEN OMKLEED ADVIES WERD DOOR DE ITALIAANSE REGERING BEANTWOORD BIJ TELEXBERICHT VAN 8 JULI 1985 . DAARIN WERD VERDER VERKLAARD, DAT IN AFWACHTING VAN DE TOTSTANDKOMING VAN DE TESTO UNICO INZAKE DE BTW, DIE DE ITALIAANSE WETGEVING MEER MET HET GEMEENSCHAPSRECHT IN OVEREENSTEMMING ZOU MOETEN BRENGEN, VOOR DE PROBLEMEN INZAKE DE HEFFING VAN BTW OP DE OMSTREDEN IMPORTEN “TIJDELIJK EEN FEITELIJKE OPLOSSING ZOU KUNNEN WORDEN GEVONDEN” IN DE TOEPASSING VAN EEN AANWIJZING VAN HET MINISTERIE VAN FINANCIEN VAN 18 JUNI 1984; HIERIN WAS BEPAALD, DAT GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE DIE WERDEN INGEVOERD UIT STATEN DIE PARTIJ ZIJN BIJ DE VOORNOEMDE OVEREENKOMST VAN GENEVE, VAN DE BTW MOESTEN WORDEN VRIJGESTELD .

6 AANGEZIEN ZIJ VAN MENING WAS DAT DE DOOR DE ITALIAANSE REGERING AANVAARDE OPLOSSING GEEN EINDE MAAKTE AAN DE GESTELDE INBREUK, BRACHT DE COMMISSIE EEN TWEEDE MET REDENEN OMKLEED ADVIES UIT TER AANVULLING VAN HET VORIGE . HIERIN WEES ZIJ EROP, DAT DE OVEREENKOMST VAN GENEVE VAN 7 NOVEMBER 1952 GEEN BTW-VRIJSTELLING TOELIET VOOR DE IMPORTEN VAN GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE UIT STATEN DIE DEZE OVEREENKOMST NIET HADDEN ONDERTEKEND, EN DAT DE VOORGESTELDE OPLOSSING IN ELK GEVAL GEEN WAARBORG VOOR RECHTSZEKERHEID BOOD . NIET OVERTUIGD DOOR DE OPMERKINGEN DIE DE ITALIAANSE REGERING BIJ TELEXBERICHT VAN 13 JANUARI 1986 NAAR VOREN BRACHT, HEEFT DE COMMISSIE HET ONDERHAVIGE BEROEP INGESTELD .

7 VOOR EEN NADERE UITEENZETTING VAN DE FEITEN, HET PROCESVERLOOP EN DE MIDDELEN EN ARGUMENTEN VAN PARTIJEN WORDT VERWEZEN NAAR HET RAPPORT TER TERECHTZITTING . DEZE ELEMENTEN VAN HET DOSSIER WORDEN HIERNA SLECHTS WEERGEGEVEN, VOOR ZOVER DAT NOODZAKELIJK IS VOOR DE REDENERING VAN HET HOF .

8 TOT STAVING VAN HAAR BEROEP VOERT DE COMMISSIE AAN, DAT DE VRIJSTELLING VAN DE BTW BIJ INVOER VAN MONSTERS VAN GERINGE WAARDE VANUIT LANDEN DIE PARTIJ ZIJN BIJ DE OVEREENKOMST VAN GENEVE OF DIE EEN MEESTBEGUNSTIGING HEBBEN GEKREGEN, NIET VOLSTAAT OM DE ITALIAANSE WETGEVING IN OVEREENSTEMMING TE BRENGEN MET DE RICHTLIJN, WAARVAN ARTIKEL 14 VOORZIET IN EEN VRIJSTELLING VOOR ALLE IMPORTEN INGEVAL BINNENSLANDS VERVAARDIGDE MONSTERS VAN DE BTW ZIJN VRIJGESTELD .

9 MET BETREKKING TOT DE IMPORTEN UIT BOVENGENOEMDE LANDEN VOERT DE COMMISSIE DAARENBOVEN AAN, DAT DE JURIDISCHE SITUATIE IN ITALIE SINDS HET BESLUIT VAN 29 JANUARI 1979 WORDT GEKENMERKT DOOR EEN AANZIENLIJKE VERWARRING, ONDER MEER BLIJKEND UIT DE RESOLUTIES VAN DE MINISTER VAN FINANCIEN VAN 30 JUNI 1979 EN VAN 10 DECEMBER 1982 . DE NIEUWE ADMINISTRATIEVE INSTRUCTIES, WAARDOOR DE MINISTERIELE RESOLUTIES WERDEN GEWIJZIGD, BRACHTEN WELISWAAR VERBETERING IN DE SITUATIE, MAAR DE HANDHAVING VAN DE WETTEKST WAARBIJ DE VROEGERE GELIJKSTELLING VAN IMPORTEN MET BINNENLANDSE TRANSACTIES WERD OPGEHEVEN, BRACHT HET GEVAAR VAN ONZEKERHEID BIJ DE BELANGHEBBENDEN MEE, WAARDOOR HET VOOR HEN WELLICHT MOEILIJK WERD OM HUN RECHTEN TE KENNEN EN DEZE VOOR DE RECHTER GELDEND TE MAKEN .

10 VERWEERSTER STELT, DAT AANGEZIEN ALLE LID-STATEN PARTIJ ZIJN BIJ DE OVEREENKOMST VAN GENEVE, DE IMPORTEN VAN GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE UIT DEZE LANDEN ONDER DE IN DEZE OVEREENKOMST VOORZIENE VRIJSTELLING VALLEN . BIJGEVOLG ZOU HAAR GEEN SCHENDING VAN ARTIKEL 95 EEG-VERDRAG KUNNEN WORDEN VERWETEN . DE BEWEERDE NIET-NAKOMING VAN DE VERPLICHTINGEN KRACHTENS ARTIKEL 14, LID 1, SUB A, VAN DE ZESDE RICHTLIJN GEEFT ZIJ TOE, DOCH UITSLUITEND MET BETREKKING TOT EEN ZEER BEPERKT AANTAL STATEN . IN HAAR VERWEERSCHRIFT HEEFT ZIJ EROP GEWEZEN, DAT HET MINISTERIE VAN FINANCIEN BIJ NOTA VAN 5 NOVEMBER 1986, DIE AAN ALLE DOUANEDIRECTIES WAS GEZONDEN, HAD MEDEGEDEELD WELKE STATEN BIJ VOORNOEMDE OVEREENKOMST VAN GENEVE WAREN AANGESLOTEN, EN TEVENS HAD GEPRECISEERD, DAT DIEZELFDE BTW-VRIJSTELLING GOLD VOOR DE IMPORTEN UIT STATEN DIE EEN MEESTBEGUNSTIGING HADDEN GEKREGEN . AANGEZIEN HIERTOE DE STATEN BEHOREN DIE DE ALGEMENE OVEREENKOMST INZAKE TARIEVEN EN HANDEL ( GATT ) HEBBEN ONDERTEKEND, VOLGENS ARTIKEL 1, LID 1, WAARVAN DE MEESTBEGUNSTIGINGSCLAUSULE WORDT UITGEBREID TOT ALLE STATEN DIE BIJ DEZE OVEREENKOMST PARTIJ ZIJN, MEENT VERWEERSTER DAT ER NOG MAAR ZEER WEINIG IMPORTEN AAN DE BTW ZIJN ONDERWORPEN .

11 IN DE EERSTE PLAATS MOET EROP WORDEN GEWEZEN DAT, ZOALS DE ITALIAANSE REGERING HEEFT TOEGEGEVEN, DE IN ITALIE VIGERENDE WETGEVING NIET ALLE IMPORTEN VAN GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE VRIJSTELT VAN BTW . IMMERS, ZELFS INDIEN ARTIKEL 72 VAN HET BESLUIT VAN 26 OKTOBER 1972 ALDUS ZOU MOETEN WORDEN UITGELEGD, DAT ALLE VRIJSTELLINGEN WORDEN GEHANDHAAFD DIE VERVAT ZIJN IN INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN OF VOORTVLOEIEN UIT DE TOEPASSING DAARVAN, DAN NOG BLIJVEN BEPAALDE IMPORTEN AAN DE BTW ONDERWORPEN, DIT IN STRIJD MET ARTIKEL 14 VAN DE RICHTLIJN . ZOALS HET HOF HEEFT VASTGESTELD IN ZIJN ARREST VAN 7 FEBRUARI 1984 ( ZAAK 166/82, COMMISSIE/ITALIE, JURISPR . 1984, BLZ . 459 ), IS HET FEIT DAT EEN MET HET GEMEENSCHAPSRECHT STRIJDIGE REGELING ZEER ZELDEN WORDT TOEGEPAST, NIET VOLDOENDE OM DE DESBETREFFENDE INBREUK ONGEDAAN TE MAKEN .

12 VOORTS VEREISEN VOLGENS VASTE RECHTSPRAAK VAN HET HOF ( ZIE BIJ VOORBEELD HET ARREST VAN 30 JANUARI 1985, ZAAK 143/83, COMMISSIE/DENEMARKEN, JURISPR . 1985, BLZ . 427 ) DE BEGINSELEN VAN RECHTSZEKERHEID EN VAN RECHTSBESCHERMING MET BETREKKING TOT MATERIES DIE AAN HET GEMEENSCHAPSRECHT ZIJN ONDERWORPEN, EEN ONDUBBELZINNIGE REGELING VAN DE LID-STATEN, DIE DE BELANGHEBBENDEN OP DUIDELIJKE EN NAUWKEURIGE WIJZE IN KENNIS STELT VAN HUN RECHTEN EN PLICHTEN EN DE RECHTER IN STAAT STELT, DEZE TE HANDHAVEN .

13 DE ITALIAANSE REGELING VOLDOET NIET AAN DEZE VEREISTEN . OOK AL VERLEENT ZIJ, ZOALS DE ITALIAANSE REGERING AANVOERT, VRIJSTELLING VOOR DE IMPORTEN UIT DE STATEN DIE PARTIJ ZIJN BIJ DE OVEREENKOMST VAN GENEVE OF VOOR WIE DE MEESTBEGUNSTIGINGSCLAUSULE GELDT, DIT NEEMT TOCH NIET WEG, DAT HAAR DUBBELZINNIGHEID HEEFT GELEID TOT EEN ADMINISTRATIEVE PRAKTIJK DIE NIET IN OVEREENSTEMMING IS MET HET GEMEENSCHAPSRECHT . IMMERS, WERD IN DE TWEE RESOLUTIES VAN DE MINISTER VAN FINANCIEN VAN 30 JUNI 1979 EN VAN 10 DECEMBER 1982 DE OPHEFFING VAN DE VRIJSTELLING VOOR ALLE IMPORTEN NOG BEVESTIGD, MOEST VOLGENS EEN LATERE AANWIJZING VAN 18 JUNI 1984 BTW-VRIJSTELLING WORDEN VERLEEND VOOR ALLE IMPORTEN VAN GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE UIT STATEN DIE PARTIJ ZIJN BIJ DE OVEREENKOMST VAN GENEVE, TERWIJL DE NOTA VAN 5 NOVEMBER 1986 VAN DE DIRECTEUR-GENERAAL DOUANE EN INDIRECTE BELASTINGEN WELISWAAR PRECISEERDE, DAT DIE VRIJSTELLING EVENEENS GOLD VOOR ALLE IMPORTEN UIT STATEN DIE EEN MEESTBEGUNSTIGING HADDEN GEKREGEN, MAAR UITSLUITEND SPRAK VAN MONSTERS VAN GENEESMIDDELEN .

14 IN DUPLIEK HEEFT DE ITALIAANSE REPUBLIEK AANGEVOERD, DAT VOOR WAT BETREFT IMPORTEN VAN MONSTERS VAN GERINGE WAARDE UIT BIJ DE OVEREENKOMST VAN GENEVE AANGESLOTEN LANDEN EN UIT LANDEN MET EEN MEESTBEGUNSTIGING, DE COMMISSIE HET VOORWERP VAN GESCHIL HAD GEWIJZIGD DOOR DE NIET-NAKOMING NIET LANGER TE BASEREN OP HET ONTBREKEN VAN EEN NATIONALE REGELING HOUDENDE VRIJSTELLING VAN BTW VOOR IMPORTEN VAN DERGELIJKE MONSTERS, MAAR OP DE DOOR DIE REGELING VEROORZAAKTE RECHTSONZEKERHEID .

15 IN DIT VERBAND MOET WORDEN OPGEMERKT, DAT DE COMMISSIE ZOWEL IN HET AANGEVULDE MET REDENEN OMKLEED ADVIES ALS IN HET INLEIDEND VERZOEKSCHRIFT REEDS HAD GEWEZEN OP DE RECHTSONZEKERHEID DIE ONTSTOND, WANNEER MEN UITSLUITEND UITGING VAN ARTIKEL 72 VAN HET BESLUIT VAN 26 OKTOBER 1972 EN DE OVEREENKOMST VAN GENEVE . IN REPLIEK IS HET VOORDIEN AANGEVOERDE MIDDEL ENKEL NADER UITGEWERKT DAN WEL UITGEBREID TOT IMPORTEN VANUIT LANDEN DIE VAN EEN MEESTBEGUNSTIGING GENIETEN, WAAROP DE ITALIAANSE REPUBLIEK EERST IN HAAR VERWEERSCHRIFT HAD VERWEZEN .

16 MITSDIEN MOET WORDEN VASTGESTELD DAT DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DOOR EEN REGELING VAST TE STELLEN EN TE HANDHAVEN DIE NIET VOOR ALLE IMPORTEN VAN GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE EEN BTW-VRIJSTELLING TOELAAT EN DIE ONDUIDELIJK EN ONNAUWKEURIG IS MET BETREKKING TOT DE VRIJSTELLING VOOR BEPAALDE IMPORTEN VAN DERGELIJKE MONSTERS, EN DOOR TE VOORZIEN IN EEN VRIJSTELLING VOOR DEZELFDE MONSTERS VOOR ZOVER ZIJ IN HET BINNENLAND ZIJN VERVAARDIGD, DE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN DIE OP HAAR RUSTEN KRACHTENS ARTIKEL 95 VAN HET VERDRAG EN ARTIKEL 14 VAN RICHTLIJN 77/388 VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

17 KRACHTENS ARTIKEL 69, PARAGRAAF 2, VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING MOET DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDEN VERWEZEN . AANGEZIEN DE ITALIAANSE REPUBLIEK IN HET ONGELIJK IS GESTELD, MOET ZIJ IN DE KOSTEN WORDEN VERWEZEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

RECHTDOENDE, VERSTAAT :

1 ) DOOR EEN REGELING VAST TE STELLEN EN TE HANDHAVEN DIE NIET VOOR ALLE IMPORTEN VAN GRATIS MONSTERS VAN GERINGE WAARDE EEN BTW-VRIJSTELLING TOELAAT EN DIE ONDUIDELIJK EN ONNAUWKEURIG IS MET BETREKKING TOT DE VRIJSTELLING VOOR BEPAALDE IMPORTEN VAN DERGELIJKE MONSTERS, EN DOOR TE VOORZIEN IN EEN VRIJSTELLING VOOR DEZELFDE MONSTERS VOOR ZOVER ZIJ IN HET BINNENLAND ZIJN VERVAARDIGD, IS DE ITALIAANSE REPUBLIEK DE VERPLICHTINGEN NIET NAGEKOMEN DIE OP HAAR RUSTEN KRACHTENS ARTIKEL 95 VAN HET VERDRAG EN ARTIKEL 14 VAN RICHTLIJN 77/388 VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 .

2 ) DE ITALIAANSE REPUBLIEK WORDT VERWEZEN IN DE KOSTEN VAN DE PROCEDURE .

ECLI:EU:C:1988:324