HvJ 21-06-1988 Tattersalls 10/87

ARREST VAN HET HOF VAN 21 JUNI 1988. – THE QUEEN TEGEN COMMISSIONERS OF CUSTOMS AND EXCISE, EX PARTE TATTERSALLS LTD. – VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE HIGH COURT OF JUSTICE, QUEEN’S BENCH DIVISION. – BTW – VRIJSTELLING VOOR TIJDELIJKE INVOER. – ZAAK 10/87.

Trefwoorden


++++

FISCALE BEPALINGEN – HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN – OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER TOEGEVOEGDE WAARDE – VRIJSTELLING VOOR TIJDELIJK UIT ANDERE LID-STAAT INGEVOERDE GOEDEREN – VOORWAARDE – VERKRIJGING OVEREENKOMSTIG REGELS VOOR TOEPASSING VAN BTW IN LID-STAAT VAN UITVOER – VERKRIJGING DIE UIT ANDEREN HOOFDE DAN UITVOER WETTELIJK IS VRIJGESTELD – VOORWAARDE VERVULD

( RICHTLIJN 85/362 VAN DE RAAD, ARTIKELEN 10, SUB C, EN 11, SUB B )

Samenvatting


DE ARTIKELEN 10, SUB C, EN 11, SUB B, VAN DE ZEVENTIENDE RICHTLIJN ( 85/362 ) BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN VAN DE LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING, DIE VOORZIEN IN EEN REGELING VOOR TIJDELIJKE TOELATING MET VRIJSTELLING VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE VAN GOEDEREN DIE TIJDELIJK WORDEN INGEVOERD UIT ANDERE LID-STATEN, OP VOORWAARDE DAT ZIJ ZIJN VERKREGEN OVEREENKOMSTIG DE REGELS VOOR DE TOEPASSING VAN DIE BELASTING IN DE LID-STAAT VAN UITVOER, MOETEN ALDUS WORDEN UITGELEGD, DAT DIE REGELING MOET WORDEN TOEGEPAST OP GOEDEREN WAARVAN DE VERKRIJGING IN DE LID-STAAT VAN UITVOER WETTELIJK IS VRIJGESTELD VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE, MITS DEZE VRIJSTELLING NIET UIT HOOFDE VAN DE UITVOER VAN DE BETROKKEN GOEDEREN IS VERLEEND .

Partijen


IN ZAAK 10/87,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE HIGH COURT OF JUSTICE OF ENGLAND AND WALES, QUEEN’ S BENCH DIVISION, IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

THE QUEEN

EN

COMMISSIONERS OF CUSTOMS AND EXCISE, EX PARTE TATTERSALLS LIMITED,

OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN DE ZEVENTIENDE RICHTLIJN VAN DE RAAD VAN 16 JULI 1985 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN VAN DE LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – VRIJSTELLING VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE BIJ DE TIJDELIJKE INVOER VAN ANDERE GOEDEREN DAN VERVOERMIDDELEN ( 85/362/EEG ) ( PB 1985, L 192, BLZ . 20 ),

WIJST

HET HOF VAN JUSTITIE,

SAMENGESTELD ALS VOLGT : MACKENZIE STUART, PRESIDENT, G . BOSCO, O . DUE, EN J . C . MOITINHO DE ALMEIDA, KAMERPRESIDENTEN, U . EVERLING, K . BAHLMANN, Y . GALMOT, T . F . O’ HIGGINS EN F . SCHOCKWEILER, RECHTERS,

ADVOCAAT-GENERAAL : J . L . DA CRUZ VILACA

GRIFFIER : D . LOUTERMAN, ADMINISTRATEUR

GELET OP DE OPMERKINGEN INGEDIEND DOOR

– VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING, VERTEGENWOORDIGD DOOR A . PARK, QC, EN G . BARLING, BARRISTER,

– HET VERENIGD KONINKRIJK, VERTEGENWOORDIGD DOOR J . LAWS EN N . PAINES, BARRISTERS,

– IERLAND, VERTEGENWOORDIGD DOOR L . J . DOCKERY, CHIEF STATE SOLICITOR,

– DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR JURIDISCH ADVISEUR J . F . BUHL EN D . CALLEJA, LID VAN HAAR JURIDISCHE DIENST,

GEZIEN HET RAPPORT TER TERECHTZITTING EN TEN VERVOLGE OP DE MONDELINGE BEHANDELING OP 4 FEBRUARI 1988,

GEHOORD DE CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL TER TERECHTZITTING VAN 24 MAART 1988,

HET NAVOLGENDE

ARREST

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING VAN 18 DECEMBER 1986, INGEKOMEN BIJ HET HOF OP 5 FEBRUARI 1987, HEEFT DE HIGH COURT OF JUSTICE OF ENGLAND AND WALES, QUEEN’ S BENCH DIVISION, HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG TWEE PREJUDICIELE VRAGEN GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN DE ZEVENTIENDE RICHTLIJN VAN DE RAAD VAN 16 JULI 1985 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN VAN DE LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – VRIJSTELLING VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE BIJ DE TIJDELIJKE INVOER VAN ANDERE GOEDEREN DAN VERVOERMIDDELEN ( 85/362/EEG ) ( PB 1985, L 192, BLZ.20 ) ( HIERNA : DE ZEVENTIENDE RICHTLIJN ).

2 DEZE VRAGEN ZIJN GEREZEN IN EEN GEDING TUSSEN TATTERSALLS LTD, EEN VEILINGHUIS VOOR VOLBLOEDPAARDEN, MET HOOFDKANTOOR IN SUFFOLK, EN DE COMMISSIONERS OF CUSTOMS AND EXCISE OVER DE BTW-VRIJSTELLING BIJ TIJDELIJKE INVOER VAN RENPAARDEN DIE VERKREGEN ZIJN IN IERLAND – WAAR DE LEVERING VAN RENPAARDEN IS VRIJGESTELD VAN BTW – EN VERVOLGENS TIJDELIJK NAAR HET VERENIGD KONINKRIJK WORDEN UITGEVOERD .

3 BLIJKENS DE VERWIJZINGSBESCHIKKING HEEFT VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING, TATTERSALLS LTD, EEN PROCEDURE AANGESPANNEN VOOR DE HIGH COURT OF JUSTICE, WAAR ZIJ EEN VERKLARING VOOR RECHT VORDERT, DAT VOOR DE TIJDELIJKE INVOER VAN DE BETROKKEN GOEDEREN IN HET VERENIGD KONINKRIJK TEN ONRECHTE VRIJSTELLING VAN BTW IS VERLEEND . VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING STELT, DAT EEN RENPAARD DAT IS VERKREGEN DOOR MIDDEL VAN EEN IN DE STAAT VAN UITVOER VAN BTW VRIJGESTELDE HANDELING, NIET IS VERKREGEN “OVEREENKOMSTIG DE REGELS VOOR DE TOEPASSING VAN DE BTW IN DE LID-STAAT VAN UITVOER” ( ARTIKELEN 10, SUB C, EN 11, SUB B, VAN DE ZEVENTIENDE RICHTLIJN ) EN BIJGEVOLG IN DE LID-STAAT VAN INVOER NIET VAN BTW MAG WORDEN VRIJGESTELD . DE COMMISSIONERS OF CUSTOMS AND EXCISE, VERWEERDERS IN HET HOOFDGEDING, MENEN DAARENTEGEN, DAT EEN PAARD IS VERKREGEN OVEREENKOMSTIG DE REGELS VOOR DE TOEPASSING VAN DE BTW IN DE LID-STAAT VAN UITVOER, WANNEER DIE REGELS BEPALEN, DAT DE LEVERING VAN HET PAARD IN DIE STAAT IS VRIJGESTELD VAN BTW .

4 VAN OORDEEL DAT HET GEDING VRAGEN OPRIEP OVER DE UITLEGGING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT, HEEFT DE HIGH COURT DE BEHANDELING VAN DE ZAAK GESCHORST EN HET HOF DE VOLGENDE PREJUDICIELE VRAGEN VOORGELEGD :

“1 ) MOET DE ZINSNEDE ‘(( GOEDEREN DIE )) ZIJN VERKREGEN OVEREENKOMSTIG DE REGELS VOOR DE TOEPASSING VAN DE BTW IN DE LID-STAAT VAN UITVOER, EN UIT HOOFDE VAN HUN UITVOER GEEN VRIJSTELLING VAN DE BTW HEBBEN GENOTEN’ IN ARTIKEL 10, SUB C, VAN RICHTLIJN 85/362/EEG VAN DE RAAD ALDUS WORDEN UITGELEGD, DAT ZIJ BETREKKING KAN HEBBEN OP GOEDEREN WAARVAN DE VERKRIJGING IN DE LID-STAAT VAN UITVOER IS VRIJGESTELD VAN BTW?

2 ) MOET DE ZINSNEDE ‘GOEDEREN (( DIE )) NIET ZIJN VERKREGEN OVEREENKOMSTIG DE REGELS DIE IN DE LID-STAAT VAN UITVOER GELDEN VOOR DE TOEPASSING VAN DE BTW, OF, INGEVOLGE DE UITVOER ERVAN, VRIJSTELLING VAN BTW HEBBEN GENOTEN’ IN ARTIKEL 11, TWEEDE ALINEA, SUB B, VAN RICHTLIJN 85/362/EEG VAN DE RAAD ALDUS WORDEN UITGELEGD, DAT ZIJ BETREKKING KAN HEBBEN OP GOEDEREN WAARVAN DE VERKRIJGING IN DE LID-STAAT VAN UITVOER IS VRIJGESTELD VAN BTW?”

5 VOOR EEN NADERE UITEENZETTING VAN DE FEITEN, HET PROCESVERLOOP EN DE BIJ HET HOF INGEDIENDE OPMERKINGEN WORDT VERWEZEN NAAR HET RAPPORT TER TERECHTZITTING . DEZE ELEMENTEN VAN HET DOSSIER WORDEN HIERONDER SLECHTS WEERGEGEVEN VOOR ZOVER DAT NOODZAKELIJK IS VOOR DE REDENERING VAN HET HOF .

6 TE OORDELEN NAAR DE FEITEN DIE DOOR DE NATIONALE RECHTER ZIJN VASTGESTELD, GAAT HET IN DEZE ZAAK IN WEZEN OM DE VRAAG, OF GOEDEREN DIE IN EEN LID-STAAT MET VRIJSTELLING VAN BTW ZIJN GEKOCHT EN VERVOLGENS TIJDELIJK IN EEN ANDERE LID-STAAT ZIJN INGEVOERD, IN DEZE LAATSTE STAAT IN AANMERKING KOMEN VOOR DE TIJDELIJKE VRIJSTELLING OVEREENKOMSTIG DE ARTIKELEN 10 EN 11 VAN DE ZEVENTIENDE RICHTLIJN .

7 INGEVOLGE ARTIKEL 28, LID 3, SUB B, VAN DE ZESDE RICHTLIJN VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ( 77/388/EEG; PB 1977, L 145, BLZ . 1 ) ( HIERNA : DE ZESDE RICHTLIJN ), VERLEENT IERLAND VOOR DE LEVERING VAN VOLBLOEDPAARDEN NOG STEEDS VRIJSTELLING VAN BTW .

8 VOOR DE BEANTWOORDING VAN DE VRAAG VAN DE NATIONALE RECHTER MOET WORDEN NAGEGAAN, OF DE UITDRUKKING “VERKREGEN OVEREENKOMSTIG DE REGELS VOOR DE TOEPASSING VAN DE BTW IN DE LID-STAAT VAN UITVOER” IN DE ARTIKELEN 10 EN 11 VAN DE ZEVENTIENDE RICHTLIJN ENKEL SLAAT OP GEVALLEN WAARIN BIJ DE TRANSACTIE IN DE STAAT VAN UITVOER BTW IS BETAALD EN DE GOEDEREN NIET UIT HOOFDE VAN HUN UITVOER VRIJSTELLING VAN BTW HEBBEN GENOTEN, OF OOK OP GEVALLEN WAARIN DE TRANSACTIE ZELF VAN BTW IS VRIJGESTELD .

9 TATTERSALLS IS VAN OORDEEL, DAT GOEDEREN ALLEEN DAN OVEREENKOMSTIG DE REGELS VOOR DE TOEPASSING VAN DE BTW IN DE LID-STAAT VAN UITVOER ZIJN VERKREGEN, INDIEN BIJ DE AANKOOP BTW OVER DE BETROKKEN TRANSACTIE IS GEHEVEN . IS DIT OM WAT VOOR REDEN OOK NIET GEBEURD, DAN ZOUDEN DE GOEDEREN NIET OVEREENKOMSTIG DE REGELS VOOR DE TOEPASSING VAN DE BTW ZIJN VERKREGEN .

10 DAARENTEGEN MENEN VERWEERDERS IN HET HOOFDGEDING, IN DEZE GESTEUND DOOR DE BRITSE EN DE IERSE REGERING EN DOOR DE COMMISSIE, DAT DE BRITSE DOUANE DE ARTIKELEN 10 EN 11 VAN DE ZEVENTIENDE RICHTLIJN JUIST TOEPAST . IN HET BIJZONDER ZIJN ZIJ VAN OORDEEL, DAT EEN PAARD IS VERKREGEN OVEREENKOMSTIG DE REGELS VOOR DE TOEPASSING VAN DE BTW IN DE LID-STAAT VAN UITVOER, INDIEN DIE REGELS BEPALEN DAT DE LEVERING VAN HET PAARD IN DIE LID-STAAT IS VRIJGESTELD VAN BTW .

11 UIT DE TEKST VAN DEZE BEPALINGEN BLIJKT DUIDELIJK DAT DE VOORWAARDE DIE ZIJ STELLEN, ERIN BESTAAT, DAT DE GOEDEREN ZIJN VERKREGEN “OVEREENKOMSTIG DE REGELS VOOR DE TOEPASSING VAN DE BTW “. DIE BEPALINGEN VERLANGEN DUS NIET, DAT OVER DE TRANSACTIE MET BETREKKING TOT HET GOED BTW IS GEHEVEN . IN HET HUIDIGE STADIUM VAN DE HARMONISATIE VAN DE BTW ZIJN DE LID-STATEN MET NAME OP GROND VAN ARTIKEL 28, LID 3, VAN DE ZESDE RICHTLIJN BEVOEGD, BIJ WEGE VAN OVERGANGSMAATREGEL BEPAALDE HANDELINGEN VRIJ TE STELLEN DIE NORMALERWIJZE BELAST ZOUDEN MOETEN ZIJN . IN DE LID-STATEN DIE VAN DEZE MOGELIJKHEID GEBRUIK HEBBEN GEMAAKT, MAAKT DE HIERUIT VOORTVLOEIENDE BTW-VRIJSTELLING BIJGEVOLG DEEL UIT VAN DE REGELS VOOR DE TOEPASSING VAN DE BTW .

12 DEZE UITLEGGING VINDT STEUN IN HET DOEL VAN DE ZEVENTIENDE RICHTLIJN . IMMERS, IN DE EERSTE TWEE OVERWEGINGEN WORDT GEPRECISEERD, DAT “HET VAN BELANG IS DE FISCALE BELEMMERINGEN VOOR HET GOEDERENVERKEER BINNEN DE GEMEENSCHAP TE VERMINDEREN TEN EINDE HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN TE VERGEMAKKELIJKEN EN ALDUS DE INTERNE MARKT TE ONTWIKKELEN EN TE VERSTERKEN”, EN DAT “EEN ZO RUIM MOGELIJKE VRIJSTELLING VAN BTW BIJ DE TIJDELIJKE INVOER VAN GOEDEREN IN EEN LID-STAAT UIT EEN ANDERE LID-STAAT KAN BIJDRAGEN TOT DE VERWEZENLIJKING VAN DEZE DOELSTELLING “.

13 GELET OP HET VOORGAANDE, MOET OP DE VRAGEN VAN DE NATIONALE RECHTER WORDEN GEANTWOORD, DAT DE ARTIKELEN 10, SUB C, EN 11, SUB B, VAN DE ZEVENTIENDE RICHTLIJN ALDUS MOETEN WORDEN UITGELEGD, DAT VRIJSTELLING BIJ TIJDELIJKE INVOER MOET WORDEN VERLEEND VOOR GOEDEREN WAARVAN DE VERKRIJGING IN DE LID-STAAT VAN UITVOER WETTELIJK IS VRIJGESTELD VAN BTW, MITS DEZE LAATSTE VRIJSTELLING NIET UIT HOOFDE VAN DE UITVOER VAN DE BETROKKEN GOEDEREN IS VERLEEND .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

14 DE KOSTEN DOOR DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK, DE IERSE REGERING EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING VAN HUN OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT, KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN, ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE HIGH COURT OF JUSTICE OF ENGLAND AND WALES, QUEEN’ S BENCH DIVISION, BIJ BESCHIKKING VAN 18 DECEMBER 1986 GESTELDE VRAGEN, VERKLAART VOOR RECHT :

DE ARTIKELEN 10, SUB C, EN 11, SUB B, VAN DE ZEVENTIENDE RICHTLIJN MOETEN ALDUS WORDEN UITGELEGD, DAT VRIJSTELLING BIJ TIJDELIJKE INVOER MOET WORDEN VERLEEND VOOR GOEDEREN WAARVAN DE VERKRIJGING IN DE LID-STAAT VAN UITVOER WETTELIJK IS VRIJGESTELD VAN BTW, MITS DEZE LAATSTE VRIJSTELLING NIET UIT HOOFDE VAN DE UITVOER VAN DE BETROKKEN GOEDEREN IS VERLEEND .

ECLI:EU:C:1988:326

Geplaatst in Arresten en getagd met , , , , , , , , , .