HvJ 23-01-1986 Trans Tirreno Express 283/84

ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 23 JANUARI 1986. – TRANS TIRRENO EXPRESS SPA TEGEN UFFICIO PROVINCIALE IVA. – VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE COMMISSIONE TRIBUTARIA DI SECONDO GRADO TE SASSARI. – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER TOEGEVOEGDE WAARDE – TERRITORIAAL WERKINGSSFEER. – ZAAK 283/84.

Trefwoorden


1 . FISCALE BEPALINGEN – HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN – OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER TOEGEVOEGDE WAARDE – ZESDE RICHTLIJN – GEOGRAFISCH TOEPASSINGSGEBIED – DIENSTEN – BEGINSEL – UITZONDERINGEN

( RICHTLIJN NR . 77/388 VAN DE RAAD , ARTIKELEN 2 , 3 EN 9 )

2 . FISCALE BEPALINGEN – HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN – OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER TOEGEVOEGDE WAARDE – ZESDE RICHTLIJN – GEOGRAFISCH TOEPASSINGSGEBIED – BELASTINGHEFFING DOOR LID-STAAT OVER VERVOERDIENSTEN DIE TUSSEN TWEE PUNTEN OP NATIONAAL GRONDGEBIED , DOCH GEDEELTELIJK DAARBUITEN WORDEN VERRICHT – TOELAATBAARHEID – VOORWAARDEN – GEEN INBREUK OP FISCALE BEVOEGDHEDEN VAN ANDERE STATEN

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 227 ; RICHTLIJN NR . 77/388 VAN DE RAAD , ARTIKELEN 3 EN 9 , LID 2 , SUB B )

Samenvatting


1 . BINNEN DE ALGEMENE SYSTEMATIEK VAN DE ZESDE RICHTLIJN ( NR . 77/388/EEG ) VAN DE RAAD BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING , IS HET DOEL VAN ARTIKEL 9 BETREFFENDE DE FISCALE PLAATS VAN DIENSTVERRICHTINGEN , HET VOORKOMEN VAN BEVOEGDHEIDSGESCHILLEN IN GEVALLEN WAARIN DIENSTVERRICHTINGEN ONDER DE RECHTSORDE VAN MEER DAN EEN LID-STAAT VALLEN . BIJ LOUTER BINNENLANDSE VERVOERDIENSTEN DIENT , WANNEER ER WAT DE BTW-HEFFING BETREFT GEEN SAMENLOOP VAN BEVOEGDHEDEN EN DUS GEEN BEVOEGDHEIDSCONFLICT IS , HET GEOGRAFISCH TOEPASSINGSGEBIED VAN DE BTW TE WORDEN AFGEBAKEND MET INACHTNEMING VAN DE BASISREGELS VAN DE ARTIKELEN 2 EN 3 VAN DE RICHTLIJN , WAARIN HET STRIKTE TERRITORIALITEITSBEGINSEL WORDT BEKRACHTIGD , EN NIET DE AFWIJKENDE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 9 .

2 . OFSCHOON HET GEOGRAFISCH TOEPASSINGSGEBIED VAN RICHTLIJN NR . 77/388 OVEREENKOMT MET DE WERKINGSSFEER VAN HET EEG-VERDRAG ZOALS DIE IN ARTIKEL 227 VOOR ELKE LID-STAAT IS OMSCHREVEN , EN DE IN DE RICHTLIJN NEERGELEGDE REGELING DERHALVE NOODZAKELIJK EN DWINGEND VAN TOEPASSING IS OP HET GEHELE NATIONALE GRONDGEBIED VAN DE LID-STATEN , BEPERKT DE RICHTLIJN , INZONDERHEID ARTIKEL 9 , LID 2 , SUB B , GEENSZINS DE VRIJHEID VAN DE LID-STATEN OM HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HUN FISCALE WETGEVING UIT TE BREIDEN TOT BUITEN HUN EIGENLIJKE TERRITORIALE GRENZEN , MITS ZIJ GEEN INBREUK MAKEN OP DE BEVOEGDHEDEN VAN ANDERE STATEN . ARTIKEL 9 , LID 2 , SUB B , VERZET ZICH ER NIET TEGEN DAT EEN LID-STAAT BTW HEFT OVER EEN VERVOERDIENST TUSSEN TWEE OP ZIJN NATIONALE GRONDGEBIED GELEGEN PUNTEN , OOK AL VINDT HET VERVOER GEDEELTELIJK DAARBUITEN PLAATS , MITS DIE STAAT GEEN INBREUK MAAKT OP DE FISCALE BEVOEGDHEDEN VAN ANDERE STATEN .

Partijen


IN ZAAK 283/84 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE COMMISSIONE TRIBUTARIA DI SECONDO GRADO TE SASSARI , IN HET ALDAAR AANHANGIGE GEDING TUSSEN

TRANS TIRRENO EXPRESS SPA , TE SASSARI ,

EN

UFFICIO PROVINCIALE IVA ( PROVINCIAAL BTW-KANTOOR ), TE SASSARI ,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 9 , LID 2 , SUB B , VAN DE ZESDE RICHTLIJN VAN DE RAAD ( 77/388/EEG ) VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING VAN 23 NOVEMBER 1984 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 29 NOVEMBER DAAROPVOLGEND , HEEFT DE COMMISSIONE TRIBUTARIA DI SECONDO GRADO TE SASSARI KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG EEN PREJUDICIELE VRAAG GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 9 , LID 2 , SUB B , VAN DE ZESDE RICHTLIJN VAN DE RAAD ( 77/388/EEG ) VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ( PB 1977 , L 145 , BLZ . 1 ) ( HIERNA : DE ZESDE RICHTLIJN ).

DE VOORGESCHIEDENIS VAN HET GESCHIL

2 UIT DE DOOR DE NATIONALE RECHTER VERSTREKTE GEGEVENS BLIJKT , DAT VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING , TRANS TIRRENO EXPRESS SPA , PER SCHIP PERSONEN EN GOEDEREN VERVOERT TUSSEN DE HAVEN VAN LIVORNO , OP HET ITALIAANSE SCHIEREILAND , EN DIE VAN OLBIA , OP SARDINIE . VOOR DEZE REIS VORDERT HET UFFICIO PROVINCIALE IVA TE SASSARI VAN VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING BTW OVER HET GEHELE TRAJECT , MET INBEGRIP VAN HET GEDEELTE DAT IN INTERNATIONALE WATEREN IS AFGELEGD .

3 VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING MAAKT BEZWAAR TEGEN DE BETROKKEN AANSLAG VOOR ZOVER DAARIN MEDE BELASTING WORDT GEVORDERD OVER DE IN INTERNATIONALE WATEREN AFGELEGDE AFSTAND , EN STELT DAT DE ITALIAANSE STAAT NIET BEVOEGD IS OVER DIT GEDEELTE VAN HET TRAJECT BELASTING TE HEFFEN . TE DEZEN BETOOGT ZIJ DAT BIJ ARTIKEL 9 , SUB C , VAN DECREET NR . 633 VAN DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK VAN 26 OKTOBER 1972 ( GEWONE BIJLAGE BIJ GURI NR . 292 , BLZ . 2 ), ZOALS GEWIJZIGD BIJ DECREET NR . 94 VAN DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK VAN 31 MAART 1979 ( GURI , NR . 93 , BLZ . 3011 ), WAARIN DE MAATSTAF VAN HEFFING VAN DE BTW VOOR VERVOERDIENSTEN DIE OP HET NATIONALE GRONDGEBIED PLAATSVINDEN , ‘ ‘ NAAR VERHOUDING VAN DE AFGELEGDE AFSTANDEN ‘ ‘ WORDT VASTGESTELD , UITVOERING WORDT GEGEVEN AAN ARTIKEL 9 , LID 2 , SUB B , VAN DE ZESDE RICHTLIJN , WELKE BEPALING OP GROND VAN HET TERRITORIALITEITSBEGINSEL DE HEFFING VAN BTW OP BUITEN HET NATIONALE GRONDGEBIED AFGELEGDE TRAJECTEN ZOU UITSLUITEN .

4 VAN OORDEEL DAT IN DEZE OMSTANDIGHEDEN UITLEGGING VAN ARTIKEL 9 , LID 2 , SUB B , VAN DE ZESDE RICHTLIJN NOODZAKELIJK WAS VOOR DE BESLECHTING VAN HET GESCHIL , EN VOORTS DAT HET GEMEENSCHAPSRECHT TER ZAKE IN ALLE LID-STATEN UNIFORM MOET WORDEN TOEGEPAST , HEEFT DE COMMISSIONE TRIBUTARIA DI SECONDO GRADO TE SASSARI HET HOF DE VOLGENDE PREJUDICIELE VRAAG VOORGELEGD :

‘ ‘ KAN INGEVOLGE ARTIKEL 9 , LID 2 , SUB B , VAN DE ZESDE EEG-RICHTLIJN DE BTW ALLEEN WORDEN GEHEVEN MET BETREKKING TOT DE AFSTANDEN DIE TIJDENS INTERNATIONAAL VERVOER ( VAN STAAT NAAR STAAT ) BINNEN HET GRONDGEBIED VAN LID-STATEN ZIJN AFGELEGD , OF KAN ZIJ EVENEENS WORDEN GEHEVEN MET BETREKKING TOT HET NATIONALE VERVOER ( TUSSEN TWEE PLAATSEN BINNEN EEN STAAT ) DAT , ZOALS IN CASU , VOORNAMELIJK IN EXTERRITORIALE WATEREN PLAATSVINDT ?

‘ ‘

BIJ HET HOF INGEDIENDE OPMERKINGEN

5 SCHRIFTELIJKE EN MONDELINGE OPMERKINGEN ZIJN INGEDIEND DOOR TRANS TIRRENO EXPRESS SPA , DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND , DE REGERING VAN DE FRANSE REPUBLIEK EN DE COMMISSIE . DE REGERING VAN HET KONINKRIJK DENEMARKEN HEEFT SCHRIFTELIJKE , EN DIE VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK HEEFT MONDELINGE OPMERKINGEN INGEDIEND .

6 VOLGENS TRANS TIRRENO EXPRESS SPA VOLGT UIT DE BETROKKEN BEPALING , LETTERLIJK EN STRIKT UITGELEGD , DAT TER ZAKE VAN BELASTINGHEFFING HET TERRITORIALITEITSBEGINSEL TOT REGEL IS GEMAAKT , EN DAT TRAJECTEN IN INTERNATIONALE WATEREN NIET MOGEN , NOCH MOETEN WORDEN BELAST .

7 DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND BETOOGT MET EEN BEROEP OP DE ARTIKELEN 2 EN 3 VAN DE ZESDE RICHTLIJN , DAT DE EXTERRITORIALE WATEREN GEEN DEEL UITMAKEN VAN HET ‘ ‘ BINNENLAND ‘ ‘ IN DE ZIN VAN DE RICHTLIJN , EN DAT – ZELFS INDIEN HET VERVOER IN DEZELFDE LID-STAAT BEGINT EN EINDIGT – ALLEEN BTW VERSCHULDIGD IS OVER HET BINNENSLANDS AFGELEGDE TRAJECT .

8 DE REGERING VAN DE FRANSE REPUBLIEK IS VAN MENING , DAT INGEVOLGE DE ZESDE RICHTLIJN DE LID-STATEN ALLEEN VERPLICHT ZIJN , DE OP HUN NATIONAAL GRONDGEBIED VERRICHTE VERVOERDIENSTEN AAN BTW TE ONDERWERPEN . BUITEN HUN NATIONAAL GRONDGEBIED ZOU HET DE STATEN VRIJSTAAN OM AL DAN NIET BTW TE HEFFEN , ZOALS HET HOF OVERIGENS – ZIJ HET OP GROND VAN EEN ANDERE BEPALING – IN ZIJN ARREST VAN 4 JULI 1985 HEEFT ERKEND ( ZAAK 168/84 , BERKHOLZ , JURISPR . 1985 , BLZ . 2251 ).

9 DAARTEGENOVER IS DE REGERING VAN HET KONINKRIJK DENEMARKEN VAN MENING , DAT DE ZESDE RICHTLIJN DIT VRAAGSTUK NIET UITDRUKKELIJK REGELT , DOCH DAT UIT HAAR ALGEMENE SYSTEMATIEK MOET WORDEN AFGELEID , DAT OVER GEDEELTEN VAN TRAJECTEN DIE IN INTERNATIONALE WATEREN WORDEN AFGELEGD , NIET ALLEEN BTW KAN , DOCH ZELFS MOET WORDEN GEHEVEN OM MISBRUIKEN IN DE VORM VAN BELASTINGONTDUIKING DOOR OVERBODIGE OMWEGEN VIA DE INTERNATIONALE WATEREN TE VOORKOMEN . ZIJ IS OVERIGENS VAN MENING DAT WANNEER NATIONALE SCHEPEN ZICH IN INTERNATIONALE WATEREN BEVINDEN , DE IN INTERNATIONALE WATEREN VERRICHTE VERVOERDIENSTEN ONDERWORPEN BLIJVEN AAN DE NATIONALE FISCALE WETTEN , AANGEZIEN DEZE SCHEPEN ONDER DE JURISDICTIE VAN DE VLAGSTAAT VALLEN .

10 DE REGERING VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK BETOOGT DAT ARTIKEL 9 VAN DE ZESDE RICHTLIJN TEN DOEL HEEFT BEVOEGDHEIDSGESCHILLEN OP TE LOSSEN INGEVAL EEN DIENST RAAKPUNTEN HEEFT MET DE RECHTSORDE VAN MEER DAN EEN STAAT . VAN ZULK EEN BEVOEGDHEIDSGESCHIL IS IN HET ONDERHAVIGE GEVAL GEEN SPRAKE , EN HET VRAAGSTUK MOET WORDEN OPGELOST OP BASIS VAN DE ARTIKELEN 2 EN 3 VAN DE ZESDE RICHTLIJN . UITEINDELIJK DIENT IEDERE LID-STAAT ZELF DE TERRITORIALE WERKINGSSFEER VAN ZIJN BTW-REGELING VAST TE STELLEN .

11 DE COMMISSIE IS VAN MENING DAT ARTIKEL 9 , LID 2 , SUB B , VAN DE ZESDE RICHTLIJN UITSLUITEND VAN TOEPASSING IS OP HET PERSONENVERVOER , TERWIJL VOOR HET GOEDERENVERVOER , DAT EEN BIJKOMENDE DIENST IS , ANDERE BEPALINGEN GELDEN . PERSONENVERVOER TUSSEN TWEE PLAATSEN IN HETZELFDE LAND IS INTERN VERVOER WAARVOOR INGEVOLGE DE RICHTLIJN DE NATIONALE BTW-REGELING GELDT , ZELFS VOOR DE AFSTAND DIE IN INTERNATIONALE WATEREN IS AFGELEGD , MITS DAARBIJ GEEN ANDER LAND WORDT AANGEDAAN .

HET ANTWOORD OP DE PREJUDICIELE VRAAG

12 TER BEANTWOORDING VAN DE GESTELDE VRAAG DIENT TE WORDEN NAGEGAAN , WELK DOEL ARTIKEL 9 HEEFT BINNEN DE ALGEMENE SYSTEMATIEK VAN DE RICHTLIJN .

13 DE TERRITORIALE WERKINGSSFEER VAN DE RICHTLIJN IS VASTGESTELD IN DE ARTIKELEN 2 EN 3 . INGEVOLGE ARTIKEL 2 ZIJN AAN BTW ONDERWORPEN DE LEVERINGEN VAN GOEDEREN EN DE DIENSTEN , WELKE IN HET BINNENLAND DOOR EEN ALS ZODANIG HANDELENDE BELASTINGPLICHTIGE ONDER BEZWARENDE TITEL WORDEN VERRICHT . LUIDENS ARTIKEL 3 KOMT HET BINNENLAND OVEREEN MET DE WERKINGSSFEER VAN HET EEG-VERDRAG , ZOALS DIE IN ARTIKEL 227 VOOR ELKE LID-STAAT IS OMSCHREVEN . IN ARTIKEL 3 , LID 2 , WORDEN BEPAALDE NATIONALE GEBIEDEN UITDRUKKELIJK UITGESLOTEN .

14 IN VOORNOEMD ARREST VAN 4 JULI 1985 ( ZAAK 168/84 , BERKHOLZ ) HEEFT HET HOF VERKLAARD DAT , GELIJK UIT DE ZEVENDE OVERWEGING VAN DE CONSIDERANS VAN DE ZESDE RICHTLIJN KAN WORDEN AFGELEID , ARTIKEL 9 BEOOGT DE TOEPASSINGSGEBIEDEN VAN DE NATIONALE WETTELIJKE REGELINGEN INZAKE BTW RATIONEEL AF TE BAKENEN , DOOR DE PLAATS WAAR DE DIENSTEN FISCAAL MOETEN WORDEN GEACHT TE ZIJN VERRICHT , UNIFORM VAST TE STELLEN .

15 TER VOORKOMING VAN BEVOEGDHEIDSGESCHILLEN IN HET GEVAL WAARIN EEN DIENSTVERRICHTING ONDER DE RECHTSORDE VAN MEER DAN EEN LID-STAAT VALT , STELT ARTIKEL 9 , LID 1 , IN AFWIJKING VAN HET STRIKTE TERRITORIALITEITSBEGINSEL , ALS ALGEMENE REGEL DAT ALS PLAATS VAN EEN DIENST WORDT AANGEMERKT DE PLAATS WAAR DE DIENSTVERRICHTER DE ZETEL VAN ZIJN BEDRIJFSUITOEFENING OF EEN VASTE INRICHTING HEEFT GEVESTIGD VANWAARUIT HIJ DE DIENST VERRICHT .

16 OP DEZE ALGEMENE REGEL ZIJN IN LID 2 AFWIJKINGEN VOORZIEN VOOR BEPAALDE DIENSTEN , TEN AANZIEN WAARVAN HET ONJUIST ZOU ZIJN OM DEZE FICTIEF TER ZETEL VAN DE DIENSTVERRICHTER TE LOKALISEREN EN WAARVOOR ANDERE CRITERIA ZIJN VASTGESTELD MET BETREKKING TOT DE PLAATS WAAR ZIJ MOETEN WORDEN GEACHT TE ZIJN VERRICHT .

17 ZO WORDT IN ARTIKEL 9 , LID 2 , SUB B , TER ZAKE VAN VERVOERDIENSTEN ALS PLAATS WAAR ZIJ WORDEN VERRICHT , EN DUS ALS PLAATS WAAR DE BELASTING VERSCHULDIGD IS , AANGEDUID DE PLAATS WAAR HET VERVOER PLAATSVINDT , NAAR VERHOUDING VAN DE AFGELEGDE AFSTANDEN . DEZE UITZONDERING OP DE ALGEMENE REGEL VAN LID 1 MOET WORDEN GEMAAKT , OMDAT DE ZETEL VAN DE BEDRIJFSUITOEFENING VAN DE VERVOERDER GEEN GESCHIKT AANKNOPINGSPUNT IS OM VOOR FISCALE DOELEINDEN DE TERRITORIALE BEVOEGDHEID VAST TE STELLEN ; VOOR EEN BIJZONDERE DIENST ALS HET VERVOER , DAT OP HET GRONDGEBIED VAN MEER DAN EEN LID-STAAT KAN WORDEN VERRICHT , IS UITERAARD EEN ANDER CRITERIUM VEREIST , OP GROND WAARVAN VOORAL DE RESPECTIEVE FISCALE BEVOEGDHEDEN VAN DE VERSCHILLENDE LID-STATEN MOETEN KUNNEN WORDEN AFGEBAKEND .

18 EEN VERVOERDIENST , ALS BEDOELD IN HET HOOFDGEDING , LEIDT , WAT DE BTW-HEFFING BETREFT , NIET TOT EEN SAMENLOOP VAN BEVOEGDHEDEN , WANNEER HET SCHIP WAARMEE HET VERVOER WORDT VERRICHT , DE VERBINDING TUSSEN TWEE PLAATSEN IN EEN LID-STAAT ONDERHOUDT , EN WANNEER HET GEKOZEN TRAJECT , ZELFS INDIEN HET GEDEELTELIJK BUITEN HET NATIONALE GRONDGEBIED IS GELEGEN , GEEN ENKELE PLAATS AANDOET DIE ONDER DE NATIONALE SOUVEREINITEIT VAN EEN ANDERE LID-STAAT VALT .

19 MET BETREKKING TOT DERGELIJKE VERVOERDIENSTEN DIE ALS LOUTER BINNENLANDSE VERVOERDIENSTEN KUNNEN WORDEN AANGEMERKT , DIENT DE GEOGRAFISCHE WERKINGSSFEER VAN DE BTW TE WORDEN AFGEBAKEND MET INACHTNEMING VAN DE BASISREGELS VAN DE ARTIKELEN 2 EN 3 VAN DE RICHTLIJN , EN NIET VAN ARTIKEL 9 .

20 OFSCHOON HET GEOGRAFISCH TOEPASSINGSGEBIED VAN DE ZESDE RICHTLIJN , ZOALS GEZEGD , OVEREENKOMT MET DE WERKINGSSFEER VAN HET EEG-VERDRAG ZOALS DIE IN ARTIKEL 227 VOOR ELKE LID-STAAT IS OMSCHREVEN , EN DE IN DE RICHTLIJN NEERGELEGDE REGELING DER HALVE NOODZAKELIJK EN DWINGEND VAN TOEPASSING IS OP HET GEHELE NATIONALE GRONDGEBIED VAN DE LID-STATEN , BEPERKT DE RICHTLIJN , INZONDERHEID ARTIKEL 9 , LID 2 , SUB B , GEENSZINS DE VRIJHEID VAN DE LID-STATEN OM HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HUN FISCALE WETGEVING UIT TE BREIDEN TOT BUITEN HUN EIGENLIJKE TERRITORIALE GRENZEN , MITS ZIJ GEEN INBREUK MAKEN OP DE BEVOEGDHEDEN VAN ANDERE STATEN .

21 MITSDIEN MOET OP DE GESTELDE VRAAG WORDEN GEANTWOORD , DAT ARTIKEL 9 , LID 2 , SUB B , VAN DE ZESDE RICHTLIJN VAN DE RAAD ( 77/388 ) VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ; UNIFORME GRONDSLAG , ZICH ER NIET TEGEN VERZET DAT EEN LID-STAAT ZIJN BTW-WETGEVING OP EEN VERVOERDIENST TUSSEN TWEE OP ZIJN NATIONALE GRONDGEBIED GELEGEN PUNTEN TOEPAST , OOK AL VINDT HET VERVOER GEDEELTELIJK BUITEN ZIJN NATIONALE GRONDGEBIED PLAATS , MITS DIE STAAT GEEN INBREUK MAAKT OP DE FISCALE BEVOEGDHEDEN VAN ANDERE STATEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

22 DE KOSTEN DOOR DE REGERINGEN VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK , DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND , DE FRANSE REPUBLIEK , HET KONINKRIJK DENEMARKEN , EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ( TWEEDE KAMER ),

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE COMMISSIONE TRIBUTARIA DI SECONDO GRADO TE SASSARI BIJ BESCHIKKING VAN 23 NOVEMBER 1984 GESTELDE VRAAG , VERKLAART VOOR RECHT :

ARTIKEL 9 , LID 2 , SUB B , VAN DE ZESDE RICHTLIJN VAN DE RAAD ( 77/388 ) VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ; UNIFORME GRONDSLAG , VERZET ZICH ER NIET TEGEN DAT EEN LID-STAAT ZIJN BTW-WETGEVING OP EEN VERVOERDIENST TUSSEN TWEE OP ZIJN NATIONALE GRONDGEBIED GELEGEN PUNTEN TOEPAST , OOK AL VINDT HET VERVOER GEDEELTELIJK BUITEN ZIJN NATIONALE GRONDGEBIED PLAATS , MITS DIE STAAT GEEN INBREUK MAAKT OP DE FISCALE BEVOEGDHEDEN VAN ANDERE STATEN .

ECLI:EU:C:1986:31