HvJ 28-06-1988 Commissie-Italie 3/86

ARREST VAN HET HOF VAN 28 JUNI 1988. – COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN ITALIAANSE REPUBLIEK. – NIET-NAKOMING – ZESDE RICHTLIJN, ARTIKEL 25, LEDEN 3 EN 5 – FORFAITAIRE COMPENSATIEREGELING VOOR RUNDVLEES, VARKENSVLEES EN MELK. – ZAAK 3/86.

Trefwoorden


++++

FISCALE BEPALINGEN – HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN – OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER TOEGEVOEGDE WAARDE – FORFAITAIRE REGELING VOOR LANDBOUWPRODUCENTEN – TOEPASSING VAN FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES OP LEVERINGEN OF DIENSTEN BESTEMD VOOR PERSONEN DIE ZELF ONDER FORFAITAIRE REGELING VALLEN OF VOOR NIET-BELASTINGPLICHTIGEN – DAARVAN UITGESLOTEN

( RICHTLIJN 77/388 VAN DE RAAD, ARTIKEL 5, LEDEN 5 EN 8 )

Samenvatting


UIT ARTIKEL 25, LEDEN 5 EN 8, VAN DE ZESDE RICHTLIJN 77/388 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING VOLGT, DAT IN HET KADER VAN DE FORFAITAIRE REGELING VOOR LANDBOUWPRODUCENTEN DE IN LID 3 VAN DAT ARTIKEL BEDOELDE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES NIET DIENEN TE WORDEN TOEGEPAST, WANNEER DE LEVERING VAN GOEDEREN OF HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN DOOR EEN LANDBOUWER DIE ONDER DE FORFAITAIRE REGELING VALT, BESTEMD IS VOOR EEN LANDBOUWER DIE ONDER DEZELFDE REGELING VALT OF VOOR EEN NIET-BELASTINGPLICHTIGE . IN DIT GEVAL GESCHIEDT DE COMPENSATIE VAN DE VOORDRUK AAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE IMMERS DOOR DE BETALING VAN EEN TOTALE PRIJS VOOR DIE GOEDEREN OF DIENSTEN, DIE GEACHT WORDT DIE VOORDRUK TE OMVATTEN, EN ZOU HET IN REKENING BRENGEN VAN HET FORFAITAIRE PERCENTAGE GEEN ZIN HEBBEN, AANGEZIEN DE KOPER OF PERSOON TE WIENS BEHOEVE DE DIENST WORDT VERRICHT, DE VOORBELASTING NIET KAN AFTREKKEN .

Partijen


IN ZAAK 3/86,

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, VERTEGENWOORDIGD DOOR J . F . BUHL, JURIDISCH ADVISEUR BIJ DE COMMISSIE, EN G . BERARDIS, LID VAN HAAR JURIDISCHE DIENST, ALS GEMACHTIGDEN, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ G . KREMLIS, LID VAN HAAR JURIDISCHE DIENST, BATIMENT JEAN MONNET, KIRCHBERG,

VERZOEKSTER,

TEGEN

ITALIAANSE REPUBLIEK, VERTEGENWOORDIGD DOOR I . M . BRAGUGLIA, AVVOCATO DELLO STATO, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG TER ITALIAANSE AMBASSADE,

VERWEERSTER,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF OM VAST TE STELLEN, DAT DE ITALIAANSE REPUBLIEK DE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN DIE OP HAAR RUSTEN KRACHTENS HET GEMEENSCHAPSRECHT, INZONDERHEID ARTIKEL 25, LEDEN 3 EN 5, VAN DE ZESDE RICHTLIJN 77/388 VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 BETREFFENDE DE HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN DER LID-STATEN INZAKE OMZETBELASTING – GEMEENSCHAPPELIJK STELSEL VAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE : UNIFORME GRONDSLAG ( PB 1977, L 145, BLZ . 1 ),

WIJST

HET HOF VAN JUSTITIE,

SAMENGESTELD ALS VOLGT : MACKENZIE STUART, PRESIDENT, G . BOSCO, J . C . MOITINHO DE ALMEIDA EN G . C . RODRIGUEZ IGLESIAS, KAMERPRESIDENTEN, T . KOOPMANS, U . EVERLING, Y . GALMOT, C . KAKOURIS EN F . SCHOCKWEILER, RECHTERS,

ADVOCAAT-GENERAAL : C . O . LENZ

GRIFFIER : B . PASTOR, ADMINISTRATEUR

GEZIEN HET RAPPORT TER TERECHTZITTING EN TEN VERVOLGE OP DE MONDELINGE BEHANDELING OP 13 JANUARI 1988,

GEHOORD DE CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL TER TERECHTZITTING VAN 24 FEBRUARI 1988,

HET NAVOLGENDE

ARREST

Overwegingen van het arrest


1 BIJ VERZOEKSCHRIFT, NEERGELEGD TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 9 JANUARI 1986, HEEFT DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN KRACHTENS ARTIKEL 169 EEG-VERDRAG BEROEP INGESTELD STREKKENDE TOT VASTSTELLING DAT DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DOOR DE INVOERING EN HANDHAVING VAN EEN FORFAITAIRE REGELING DIE, ZOWEL DOORDAT ZIJ ONBEPERKT GELDT ALS DOOR DE AAN DE PRODUCENTEN VAN RUNDVLEES, VARKENSVLEES EN VERSE, NIET INGEDIKTE EN ONGEZOETE MELK TOEGEKENDE PERCENTAGES VOOR TERUGGAVE VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ( HIERNA : BTW ), IN STRIJD IS MET ARTIKEL 25, LEDEN 3 EN 5, VAN DE ZESDE RICHTLIJN 77/388 VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 ( PB 1977, L 145, BLZ . 1 ), DE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN DIE KRACHTENS HET EEG-VERDRAG EN VOORNOEMDE RICHTLIJN OP HAAR RUSTEN .

2 DE ITALIAANSE REPUBLIEK HEEFT KRACHTENS ARTIKEL 34 VAN PRESIDENTIEEL DECREET NR . 633 VAN 26 OKTOBER 1972 HOUDENDE INSTELLING VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE ( GURI NR . 292 VAN 11.11.1972 ) EEN FORFAITAIRE REGELING VOOR LANDBOUWPRODUCENTEN INGEVOERD . IN HET KADER VAN DEZE REGELING MAAKTE DE WETGEVER GEBRUIK VAN DE IN ARTIKEL 25, LID 3, VAN DE ZESDE RICHTLIJN 77/388 ( HIERNA : DE RICHTLIJN ) VOORZIENE MOGELIJKHEID, DOOR HET VASTSTELLEN VAN EEN REEKS FORFAITAIRE, VOOR DE VERSCHILLENDE DEELSECTOREN VAN DE LANDBOUW EN PER GROEP PRODUKTEN GEDIFFERENTIEERDE COMPENSATIEPERCENTAGES . BIJ MINISTERIEEL DECREET VAN 25 FEBRUARI 1983 ( GURI NR . 58 VAN 1.3.1983 ) WERD HET FORFAITAIRE PERCENTAGE VOOR RUNDVLEES, VARKENSVLEES EN VERSE, NIET INGEDIKTE EN ONGEZOETE MELK PER 1 MAART 1983 BEPAALD OP 14 %. DIT IS MINDER DAN HET PERCENTAGE VAN 15 %, DAT VOORHEEN OP DIE DRIE CATEGORIEEN PRODUKTEN WERD TOEGEPAST KRACHTENS WET NR . 889 VAN 22 DECEMBER 1980 ( MINISTERIEEL DECREET VAN 5 JANUARI 1981 ).

3 DE COMMISSIE VESTIGT DE AANDACHT OP DRIE AAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK TOE TE REKENEN INBREUKEN : HET GEBRUIK, VOOR DE VASTSTELLING VAN DE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES, VAN GEGEVENS BETREFFENDE DE LANDBOUW IN ZIJN GEHEEL, TERWIJL ARTIKEL 25, LID 3, VAN DE RICHTLIJN VOORSCHRIJFT DAT DIE PERCENTAGES WORDEN BEPAALD AAN DE HAND VAN DE MACRO-ECONOMISCHE GEGEVENS BETREFFENDE UITSLUITEND DE FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS; HET UITBREIDEN VAN DE BETROKKEN FORFAITAIRE REGELING TOT HET LEVEREN VAN GOEDEREN AAN EN HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN VOOR FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS, TERWIJL VOLGENS ARTIKEL 25, LID 5, VAN DE RICHTLIJN DE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES SLECHTS MOGEN WORDEN TOEGEPAST OP PRODUKTEN DIE DE FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS HEBBEN GELEVERD AAN EN DIENSTEN DIE ZIJ HEBBEN VERRICHT VOOR ANDERE BELASTINGPLICHTIGEN DAN FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS; HET VASTSTELLEN VAN TE HOGE COMPENSATIEPERCENTAGES VOOR RUNDVLEES, VARKENSVLEES EN MELK, MET ALS GEVOLG DAT AAN DE FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS EEN BEDRAG WORDT TERUGBETAALD DAT HOGER IS DAN DE VOORDRUK AAN BTW .

4 VOOR EEN NADERE UITEENZETTING VAN DE FEITEN VAN DE ZAAK, HET PROCESVERLOOP EN DE MIDDELEN EN ARGUMENTEN VAN PARTIJEN WORDT VERWEZEN NAAR HET RAPPORT TER TERECHTZITTING . DEZE ELEMENTEN VAN HET DOSSIER WORDEN HIERONDER SLECHTS WEERGEGEVEN VOOR ZOVER DAT NOODZAKELIJK IS VOOR DE REDENERING VAN HET HOF .

5 IN DE EERSTE PLAATS MOET WORDEN OPGEMERKT, DAT DE GRIEF BETREFFENDE DE INAANMERKINGNEMING VAN MACRO-ECONOMISCHE GEGEVENS BETREFFENDE DE LANDBOUW IN ZIJN GEHEEL, VOOR HET BEPALEN VAN DE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES VOOR DE PRODUCENTEN VAN RUNDVLEES EN VERSE MELK, AANSLUIT BIJ DE GRIEF BETREFFENDE DE OVERWAARDERING VAN DIE PERCENTAGES . DE COMMISSIE VERWIJT VERWEERSTER IMMERS, DAT ZIJ DE BETROKKEN PERCENTAGES EERST OP 15 % EN VERVOLGENS OP 14 % HEEFT BEPAALD, TERWIJL ZIJ VOLGENS DE IN ARTIKEL 25, LID 3, VAN DE RICHTLIJN VERMELDE GEGEVENS ONGEVEER 7 % HADDEN MOETEN BEDRAGEN .

DE GRIEF BETREFFENDE DE OVERWAARDERING VAN DE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES VOOR RUNDVLEES, VARKENSVLEES EN VERSE MELK

6 VERWEERSTER STELT, DAT ZIJ TOT HET FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGE VAN 14 % IS GEKOMEN OP GROND VAN DE MACRO-ECONOMISCHE GEGEVENS BETREFFENDE DE LANDBOUW IN ZIJN GEHEEL, DIE ZIJ ECHTER HEEFT MOETEN CORRIGEREN TEN EINDE REKENING TE HOUDEN MET DE BIJZONDERE STRUCTUUR VAN DE SECTOR VEETEELT IN ITALIE . IN DIT VERBAND HEEFT ZIJ EROP GEWEZEN, DAT DE TALRIJKE KLEINE BEDRIJVEN DIE ZICH ZOWEL MET VEETEELT ALS MET AKKERBOUW BEZIGHOUDEN, GEBRUIK MAKEN VAN PRODUKTIEMIDDELEN WAARVAN DE HOGE KOSTEN NIET STEEDS IN DE STATISTIEKEN ZIJN TERUG TE VINDEN, MAAR DIE TOCH EEN AANZIENLIJKE VOORDRUK AAN BTW VERTEGENWOORDIGEN . ZIJ HEEFT ER VOORTS OP GEWEZEN DAT INDIEN GENOEMDE PERCENTAGES TOT GEVOLG HADDEN GEHAD, DAT AAN DE FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS HOGERE BEDRAGEN WAREN TERUGBETAALD DAN DE VOORDRUK AAN BTW, ZIJ NOODZAKELIJK TOT EEN VERHOGING VAN DE PRODUKTIE ZOUDEN HEBBEN GELEID, TERWIJL HET TEGENDEEL WORDT AANGETOOND, ZOWEL DOOR HET VOORTDUREND EN GESTADIG AFNEMEN VAN DE ZELFVOORZIENINGSGRAAD VOOR DE BETROKKEN PRODUKTEN IN ITALIE ALS DOOR DE TOENEMING VAN DE INVOER .

7 ARTIKEL 25, LID 3, EERSTE ALINEA, BEPAALT : “DE LID-STATEN STELLEN, VOOR ZOVER NODIG, FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES VAST EN BRENGEN DEZE, VOOR ZIJ IN TOEPASSING WORDEN GEBRACHT, TER KENNIS VAN DE COMMISSIE . DEZE PERCENTAGES WORDEN BEPAALD AAN DE HAND VAN DE MACRO-ECONOMISCHE GEGEVENS OVER DE LAATSTE DRIE JAAR BETREFFENDE UITSLUITEND DE FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS . ZIJ MOGEN NIET TOT GEVOLG HEBBEN DAT AAN DE FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS GEZAMENLIJK BEDRAGEN WORDEN TERUGBETAALD DIE HOGER ZIJN DAN DE VOORDRUK AAN BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE . DE LID-STATEN KUNNEN DEZE PERCENTAGES TOT NIHIL TERUGBRENGEN . DE PERCENTAGES MOGEN NAAR BOVEN OF NAAR BENEDEN OP EEN HALF PUNT WORDEN AFGEROND .” IN DE TWEEDE ALINEA WORDT GEPRECISEERD : “DE LID-STATEN KUNNEN GEDIFFERENTIEERDE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES VASTSTELLEN VOOR DE BOSBOUW, DE VERSCHILLENDE DEELSECTOREN VAN DE LANDBOUW EN DE VISSERIJ .”

8 DE MACRO-ECONOMISCHE GEGEVENS BETREFFENDE UITSLUITEND DE FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS, WAARNAAR DIE BEPALING VERWIJST, OMVATTEN DE INPUT ( INTERMEDIAIR VERBRUIK EN BRUTO-INVESTERINGEN IN VASTE ACTIVA ) EN DE OUTPUT ( EINDPRODUKTIE, MET INBEGRIP VAN HET EIGEN VERBRUIK ), ALSOOK HET TOTALE BEDRAG VAN DE BELASTINGEN BETREFFENDE DE INPUT . DE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES BEKOMT MEN DOOR DIT BEDRAG DOOR DE OUTPUT TE DELEN .

9 OPGEMERKT ZIJ, DAT VERWEERSTER DE MACRO-ECONOMISCHE GEGEVENS OVER DE JAREN 1978, 1979 EN 1980 BETREFFENDE UITSLUITEND DE FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS IN DE BETROKKEN SECTOREN, AAN DE HAND WAARVAN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 25, LID 3, VAN DE RICHTLIJN DE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES MOETEN WORDEN BEPAALD, DESGEVRAAGD AAN HET HOF HEEFT OVERGELEGD .

10 MITSDIEN MOET WORDEN NAGEGAAN OF DE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES DIE DE ITALIAANSE REPUBLIEK SEDERT 1981 HEEFT VASTGESTELD VOOR DE SECTOREN RUNDVLEES, VARKENSVLEES EN VERSE MELK, AL DAN NIET HOGER ZIJN DAN DIE WELKE HADDEN MOETEN WORDEN VASTGESTELD AAN DE HAND VAN VOORNOEMDE GEGEVENS .

11 AAN DE HAND VAN DE DOOR DE ITALIAANSE REGERING VERSTREKTE MACRO-ECONOMISCHE GEGEVENS BETREFFENDE UITSLUITEND DE FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS EN MET TOEPASSING VAN VOORMELDE METHODE VOOR DE BEREKENING VAN DE FORFAITAIRE COMPENSATIE, DIE OOK VOOR DE BEREKENING VAN DE EIGEN MIDDELEN DIENT ( ARTIKEL 25, LID 12, VAN DE RICHTLIJN ), KWAM DE COMMISSIE VOOR DE JAREN 1978, 1979 EN 1980 TOT COMPENSATIEPERCENTAGES DIE GEMIDDELD DUIDELIJK LAGER ZIJN DAN DIE WELKE DE ITALIAANSE REGERING SEDERT 1981 VOOR DE BETROKKEN SECTOREN HEEFT VASTGESTELD .

12 WELISWAAR KONDEN DIE MACRO-ECONOMISCHE GEGEVENS OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 25, LID 3, VAN DE RICHTLIJN SLECHTS DIENEN ALS GRONDSLAG VOOR DE BEREKENING VAN DE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES VOOR 1981, MAAR NIETS LAAT VERONDERSTELLEN, EN DE ITALIAANSE REGERING HEEFT OOK NIET BEWEERD, DAT DE SITUATIE VAN DE ITALIAANSE LANDBOUWERS DIE IN DE BETROKKEN SECTOREN ONDER DE FORFAITAIRE REGELING VALLEN, DE DAAROPVOLGENDE JAREN DERMATE IS VERANDERD DAT FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES ALS DE LITIGIEUZE GERECHTVAARDIGD WAREN .

13 HET DOOR VERWEERSTER AANGEVOERDE ARGUMENT, DAT HET NOODZAKELIJK WAS BEPAALDE CORRECTIES AAN TE BRENGEN AAN DE STATISTISCHE GEGEVENS, DIE IMMERS DE WERKELIJKE PRODUKTIEKOSTEN VAN DE FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS NIET DUIDELIJK TOT UITDRUKKING BRACHTEN, KAN NIET WORDEN AANVAARD . AAN HET HOF IS IMMERS GEEN ENKEL STUK OVERGELEGD, DAT DERGELIJKE CORRECTIES OP GROND VAN CONCRETE GEGEVENS ZOU KUNNEN RECHTVAARDIGEN .

14 WELISWAAR IS DE ITALIAANSE PRODUKTIE IN DE BETROKKEN SECTOREN NIET TOEGENOMEN, MAAR DAT BEWIJST NIET DAT VERWEERSTER DE JUISTE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES HEEFT VASTGESTELD . HET IS NIET UITGESLOTEN DAT DE OVERDREVEN HOGE COMPENSATIEPERCENTAGES, DIE IN WERKELIJKHEID STEUN AAN DE BETROKKEN SECTOREN OPLEVEREN, TOT GEVOLG HEBBEN DAT EEN PRODUKTIEVERMINDERING WORDT VOORKOMEN .

15 WANNEER TEN SLOTTE, ZOALS VERWEERSTER STELT, DE ZELFVOORZIENINGSGRAAD NIET IS TOEGENOMEN, DAN HOUDT DIT FEIT NIET NOODZAKELIJK VERBAND MET DE NEUTRALITEIT VAN DE COMPENSATIE MAAR KAN HET AFHANKELIJK ZIJN VAN ANDERE FACTOREN, ZOALS EEN TOENEMEND VERBRUIK .

16 BIJGEVOLG IS DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DOOR DE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES VOOR DE SECTOREN RUNDVLEES, VARKENSVLEES EN VERSE, NIET INGEDIKTE EN ONGEZOETE MELK VANAF 1981 TE BEPALEN OP 15 % EN VANAF 1983 OP 14 %, DE VERPLICHTINGEN NIET NAGEKOMEN DIE OP HAAR RUSTEN KRACHTENS ARTIKEL 25, LID 3, VAN RICHTLIJN 77/388 .

DE GRIEF BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES OP LEVERINGEN EN DIENSTEN, BESTEMD VOOR FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS

17 VERZOEKSTER BETOOGT, DAT ARTIKEL 34 VAN PRESIDENTIEEL DECREET NR . 633, DOOR TE BEPALEN DAT DE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES OOK OP LEVERINGEN EN DIENSTEN, BESTEMD VOOR FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS, WORDEN TOEGEPAST, NIET IN OVEREENSTEMMING IS MET ARTIKEL 25, LID 5, VAN DE RICHTLIJN .

18 VOLGENS VERWEERSTER SLUITEN DE LEDEN 5 EN 8 VAN ARTIKEL 25 NIET UIT, DAT FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES WORDEN TOEGEPAST OP LEVERINGEN EN DIENSTEN, BESTEMD VOOR FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS, MAAR ENKEL DAT IN DIT GEVAL DE COMPENSATIE DOOR DE OVERHEID WORDT BETAALD OVEREENKOMSTIG LID 6 VAN HETZELFDE ARTIKEL .

19 VASTGESTELD MOET WORDEN, DAT DIE UITLEGGING VAN ARTIKEL 25, LEDEN 5 EN 8, VAN DE RICHTLIJN ZOWEL MET DE LETTER ALS MET DE GEEST VAN DIE BEPALINGEN ONVERENIGBAAR IS .

20 LID 5 BEPAALT IMMERS DUIDELIJK : “DE IN LID 3 BEDOELDE FORFAITAIRE PERCENTAGES WORDEN TOEGEPAST OP DE PRIJS, EXCLUSIEF BELASTING, VAN DE LANDBOUWPRODUKTEN DIE DE FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS HEBBEN GELEVERD AAN ANDERE BELASTINGPLICHTIGEN DAN FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS, EN VAN DE AGRARISCHE DIENSTEN DIE ZIJ HEBBEN VERRICHT VOOR ANDERE BELASTINGPLICHTIGEN DAN FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS . DEZE COMPENSATIE SLUIT ELKE ANDERE VORM VAN AFTREK UIT .” EN LID 8 VOEGT DAARAAN TOE : “VOOR ALLE ANDERE DAN DE IN LID 5 BEDOELDE LEVERINGEN VAN LANDBOUWPRODUKTEN EN AGRARISCHE DIENSTEN, WORDT DE BETALING VAN DE FORFAITAIRE COMPENSATIES GEACHT TE ZIJN VERRICHT DOOR DE KOPER OF DE ONTVANGER .”

21 UIT DEZE BEPALINGEN, IN HUN ONDERLINGE SAMENHANG BESCHOUWD, VOLGT, DAT WANNEER DE LEVERING VAN GOEDEREN OF HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN BESTEMD IS VOOR FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS OF NIET-BELASTINGPLICHTIGEN, GEEN FORFAITAIR COMPENSATIEPERCENTAGE DIENT TE WORDEN TOEGEPAST . DE COMPENSATIE VAN DE VOORDRUK AAN BTW GESCHIEDT IN DIT GEVAL DOOR DE BETALING VAN EEN TOTALE PRIJS VOOR DIE GOEDEREN OF DIENSTEN, DIE GEACHT WORDT DIE VOORDRUK TE OMVATTEN . HET IN REKENING BRENGEN VAN HET FORFAITAIRE PERCENTAGE ZOU IN DIE OMSTANDIGHEDEN GEEN ZIN HEBBEN, AANGEZIEN DE KOPER OF PERSOON TE WIENS BEHOEVE DE DIENST WORDT VERRICHT, DE VOORBELASTING NIET ZOU KUNNEN AFTREKKEN .

22 BIJGEVOLG IS DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DOOR TE VOORZIEN IN DE TOEPASSING VAN FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES OP LEVERINGEN EN DIENSTEN, BESTEMD VOOR FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS, DE VERPLICHTINGEN NIET NAGEKOMEN DIE OP HAAR RUSTEN KRACHTENS HET EEG-VERDRAG EN ARTIKEL 25, LEDEN 5 EN 8, VAN DE RICHTLIJN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

23 INGEVOLGE ARTIKEL 69, PARAGRAAF 2, VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING MOET DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDEN VERWEZEN . AANGEZIEN DE ITALIAANSE REPUBLIEK IN HET ONGELIJK IS GESTELD, DIENT ZIJ IN DE KOSTEN TE WORDEN VERWEZEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

RECHTDOENDE, VERSTAAT :

1 ) DOOR OP HET GEBIED VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE EN IN HET KADER VAN DE FORFAITAIRE REGELING VOOR LANDBOUWPRODUCENTEN DE FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES VOOR DE SECTOREN RUNDVLEES, VARKENSVLEES EN VERSE, NIET INGEDIKTE EN ONGEZOETE MELK VANAF 1981 TE BEPALEN OP 15 % EN VANAF 1983 OP 14 %, EN DOOR TE VOORZIEN IN DE TOEPASSING VAN FORFAITAIRE COMPENSATIEPERCENTAGES OP LEVERINGEN EN DIENSTEN, BESTEMD VOOR FORFAITAIR BELASTE LANDBOUWERS, IS DE ITALIAANSE REPUBLIEK DE VERPLICHTINGEN NIET NAGEKOMEN DIE OP HAAR RUSTEN KRACHTENS ARTIKEL 25, LEDEN 3, 5 EN 8, VAN DE ZESDE RICHTLIJN 77/388 VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1977 .

2 ) DE ITALIAANSE REPUBLIEK WORDT IN DE KOSTEN VAN DE PROCEDURE VERWEZEN .

ECLI:EU:C:1988:338