Bij NOAG ingeschreven homeopaat vrijgesteld van btw

Flessen Dropper Homeopathie Homeopatico

Bij NOAG ingeschreven homeopaat vrijgesteld van btw

Belanghebbende is werkzaam als zelfstandig homeopaat.

De vraag is of de door belanghebbende verleende diensten btw-vrijgesteld zijn o.g.v. art 11 lid 1 onder g Wet OB. Meer specifiek of haar dienstverlening van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau is als een gezondheidskundige dienst van een Wet BIG-beroepsbeoefenaar.

Belanghebbende beroept zich op het Besluit van 29 maart 2016, BLKB2016/433M. Daarin zijn diverse mogelijkheden opgenomen om het kwaliteitsniveau van de dienstverlening aan te tonen.

Volgens de rechtbank is de inschrijving van belanghebbende bij NOAG met een Aa-licentie, tezamen met de verklaring van NOAG dat eiseres beschikt over de kennis, opleiding en ervaring overeenkomend met een HBO-bacheloropleiding, voldoende om op grond van het beleidsbesluit aan te tonen dat haar dienstverlening van het vereiste kwaliteitsniveau is. Het beroep van belanghebbende slaagt.

Rechtbank
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-03-2020
Datum publicatie
23-03-2020
Zaaknummer
AWB LEE – 19 _ 3722
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg – enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Eiseres is werkzaam als zelfstandig homeopaat. In geschil is of de door eiseres verleende diensten zijn vrijgesteld van omzetbelasting onder artikel 11, eerste lid, onderdeel g van de Wet omzetbelasting 1968. Meer specifiek is in geschil of eiseres haar dienstverlening van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau is als een gezondheidskundige dienst van een Wet BIG-beroepsbeoefenaar.

Eiseres beroept zich op het beleidsbesluit van 29 maart 2016, BLKB2016/433M. Daarin zijn diverse mogelijkheden opgenomen om het kwaliteitsniveau van de dienstverlening aan te tonen.

Het beroep van eiseres slaagt. Naar het oordeel van de rechtbank is de inschrijving van eiseres bij NOAG met een Aa-licentie, tezamen met de verklaring van NOAG dat eiseres beschikt over de kennis, opleiding en ervaring overeenkomend met een HBO-bacheloropleiding, voldoende om op grond van het beleidsbesluit aan te tonen dat haar dienstverlening van het vereiste kwaliteitsniveau is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 19/3722

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 16 maart 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigden: [gemachtigde 1 van eiseres] en [gemachtigde 2 van eiseres] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Leeuwarden, verweerder

(gemachtigde: [gemachtighde van verweerder] ).

Procesverloop

Het beroep is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 6 september 2019 op het bezwaarschrift van eiseres tegen de voldoening op aangifte in de omzetbelasting voor het tijdvak 1-1-2019 t/m 31-3-2019.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2020. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

– verklaart het beroep gegrond;

– vernietigt de uitspraak op bezwaar;

– vermindert de voldoening op aangifte tot nihil.

Gronden

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Eiseres is werkzaam als zelfstandig homeopaat, een paramedisch beroep. Zij is niet BIG-geregistreerd.

3. Eiseres heeft in verband met haar werkzaamheden als homeopaat voor het eerste kwartaal van 2019 € 324 aan omzetbelasting aangegeven en voldaan.

4. In geschil is het antwoord op de vraag of eiseres terecht omzetbelasting heeft voldaan. Meer specifiek is in geschil of de door eiseres verleende diensten zijn vrijgesteld van omzetbelasting onder artikel 11, eerste lid, onderdeel g van de Wet omzetbelasting 1968 (hierna: de vrijgestelde diensten).

5. Eiseres stelt zich primair op het standpunt dat haar diensten op grond van het Besluit van 29 maart 2016, BLKB2016/433M (het Besluit) moeten worden aangemerkt als vrijgestelde diensten. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet aan de op haar rustende bewijslast heeft voldaan dat zij vrijgestelde diensten verricht.

6. Partijen hebben ter zitting verklaard dat in het kader van het primaire standpunt van eiseres uitsluitend in geschil is of eiseres voldoet aan voorwaarde b. als bedoeld in paragraaf 4 van het Besluit. Deze voorwaarde luidt als volgt: ‘de desbetreffende medische beroepsbeoefenaar verricht een gezondheidskundige dienst die van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau is als een gezondheidskundige dienst van een Wet BIG-beroepsbeoefenaar.’ Als eiseres aan deze voorwaarde voldoet, dan worden haar diensten aangemerkt als vrijgestelde diensten.

7. In paragraaf 4.1 van het Besluit staat dat er sprake is van ‘een gelijkwaardig kwaliteitsniveau als de medische beroepsbeoefenaar aantoont dat hij (minimaal) beschikt over:

1. een afgeronde op zijn beroepsuitoefening gerichte gezondheidskundige HBO-bachelor opleiding (240 ECTS); of

(…)

3. een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring op het gebied van zijn beroepsuitoefening. Deze combinatie van opleiding, kennis en ervaring dient eenzelfde kwaliteitsniveau te hebben als de opleiding bedoeld onder 1.’

Daarnaast moet de medische beroepsbeoefenaar beschikken over medische basiskennis (MBK) of psychosociale basiskennis (PSBK).

In paragraaf 4.1 van het Besluit staat verder:

‘Het vorenstaande kan bijvoorbeeld worden aangetoond door:

(…)

 een registratie bij een door de zorgverzekeraar erkende beroepsvereniging en/of overkoepelende organisatie waaruit blijkt dat de betrokken medische beroepsbeoefenaar beschikt over zowel medische of psychosociale basiskennis als specifieke beroepsgerichte kennis overeenkomend met (minimaal) een HBO-Bachelor opleiding;

(…)’

8. Eiseres is geregistreerd bij onder meer de Nederlandse orde van alternatieve genezers (NOAG). Ter zitting hebben partijen verklaard dat niet in geschil is dat NOAG een door een zorgverzekeraar erkende beroepsvereniging is. Eiseres heeft een e-mail overgelegd van NOAG aan haar van 26 februari 2019, waarin staat:

‘Hierbij bevestigd Stichting NOAG dat de kennis, opleiding en ervaring van [eiseres] (…) overeenkomt met een HBO-Bachelor opleiding.’

In een email van 28 februari 2020 schrijft NOAG dat eiseres correct is ingedeeld in Aa-licentie.

9. Ter zitting hebben partijen bevestigd dat eiseres een Aa-licentie heeft, dat NOAG de Aa-licentie verstrekt aan therapeuten die ‘volledig geschoold’ zijn, dat de Ab-licentie wordt verstrekt aan therapeuten die ‘volledig HBO geschoold’ zijn en dat de Aa-licentie de hoogst haalbare licentie is. Tussen partijen is verder niet in geschil dat eiseres beschikt over MBK.

10. De rechtbank is van oordeel dat eiseres heeft aangetoond, op de hiervoor bij 7. beschreven wijze, dat zij over het vereiste kwaliteitsniveau beschikt. Daarbij acht de rechtbank relevant dat eiseres geregistreerd is bij NOAG, dat NOAG een door zorgverzekeraars erkende beroepsvereniging is, dat eiseres over de hoogste licentie beschikt die slechts aan volledig geschoolde therapeuten wordt verstrekt én dat NOAG heeft verklaard dat eiseres beschikt over de kennis, opleiding en ervaring overeenkomend met een HBO-bacheloropleiding. Ook beschikt eiseres over MBK. Meer of andere eisen worden in het Besluit niet gesteld. De stelling van verweerder ter zitting dat nog vereist is dat sprake is van een geaccrediteerde HBO-opleiding vindt geen steun in het Besluit. Naar het oordeel van de rechtbank voorziet het Besluit in paragraaf 4.1 nu juist in die gevallen waarin van een geaccrediteerde HBO-opleiding van 240 ECTS géén sprake is.

11. Omdat eiseres heeft aangetoond dat zij voldoet aan voorwaarde b. (zie bij 6.), worden haar diensten aangemerkt als vrijgestelde diensten (zie bij 6., laatste zin) en heeft zij ten onrechte omzetbelasting voldaan. Het beroep is daarom gegrond.

12. Aan hetgeen partijen verder hebben gesteld, komt de rechtbank dus niet meer toe.

13. Ter zitting zijn partijen overeengekomen dat verweerder de proceskosten en het griffierecht in de ter zitting ingetrokken samenhangende zaken zal vergoeden. Daarom resteren er geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten en griffierechten.

14. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is op 16 maart 2020 gedaan door mr. P.P.D. Mathey-Bal, rechter, in aanwezigheid van mr. L. van Eijk, griffier. Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt. De beslissing is op voormelde datum in het openbaar uitgesproken, evenals de rechtsmiddelenverwijzing.

w.g. griffier w.g. rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.