Btw-heffing over data bij ‘gratis’ socialemediadiensten: Nederland wacht op Europa
Nederland heft voorlopig geen btw over dataverstrekking aan sociale mediabedrijven vanwege het ontbreken van een kwantificeerbare maatstaf van heffing en een duidelijk ‘rechtstreeks verband’ in de zin van de EU-jurisprudentie.
De staatssecretaris van Financiën heeft op 5 februari 2026 gereageerd op Kamervragen over het Italiaanse initiatief om btw te heffen bij sociale mediabedrijven zoals Meta, LinkedIn en X, omdat gebruikersdata als vergoeding in natura dienen. Hoewel de Europese Commissie een eerste analyse heeft gedeeld waarin wordt erkend dat er in specifieke situaties—waarbij de functionaliteit afhangt van de datalevering—gemakkelijker een ‘rechtstreeks verband’ kan worden gelegd, plaatst zij direct kanttekeningen bij de uitvoerbaarheid. Het fundamentele probleem blijft het vaststellen van de maatstaf van heffing (de waarde van de data), waarvoor de huidige Btw-richtlijn geen werkbare bepalingen bevat.
Nederland houdt voorlopig vast aan het in 2018 unaniem aangenomen richtsnoer van het Btw-comité, dat stelt dat er doorgaans geen btw wordt geheven over ‘gratis’ diensten omdat een rechtstreeks verband tussen de dienst en de dataverstrekking ontbreekt. Voor het aannemen van zo’n rechtstreeks verband is vereist dat er een rechtsbetrekking is met wederkerrige prestaties waarbij de vergoeding de werkelijke tegenwaarde vormt. De staatssecretaris verwijst hierbij specifiek naar HvJ 21 december 2023, C-288/22, TP, r.o. 36, waarin deze voorwaarden voor het bestaan van een dienst onder bezwarende titel nader zijn omlijnd.
Zolang er geen eenduidige juridische grondslag en waarderingsmethode is, zal de Nederlandse Belastingdienst niet overgaan tot heffing of het ramen van opbrengsten. De staatssecretaris benadrukt het belang van een uniforme EU-benadering vanwege het grensoverschrijdende karakter van digitale diensten en sluit niet uit dat aanpassing van de Btw-richtlijn noodzakelijk is. Nederland wacht de verdere gedachtenvorming in het Btw-comité af en volgt vooralsnog niet de eenzijdige Italiaanse interpretatie voor situaties die nog onder het bestaande richtsnoer vallen.
Bron: rijksoverheid