De belastingdienst heeft naheffingsaanslagen omzetbelasting (btw) en belastingrente opgelegd aan A BV voor de jaren 2015 tot en met 2019. Dit gebeurde omdat het bedrijf btw had afgetrokken op advieskosten voor een bedrijfsopvolging binnen de familie. De belastingdienst vond dat een groot deel van deze advieskosten, namelijk € 160.255,49 en € 32.796 (beide exclusief btw), eigenlijk privékosten waren van de aandeelhouders, en niet van het bedrijf.
De vraag voor de rechtbank was of het bedrijf wel recht had op het aftrek voor deze btw.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant vond dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. De rechtbank baseerde haar oordeel met name op haar eerdere uitspraak (Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 augustus 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:5522). Hierin was eerder al besloten dat de gemaakte advieskosten geen zakelijke kosten van het bedrijf waren, maar privékosten van de aandeelhouders. Omdat het bedrijf de diensten niet zelf had afgenomen voor haar zakelijke activiteiten, had het ook geen recht op aftrek van de btw. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat er geen direct en onmiddellijk verband was tussen de advieskosten en de gewone economische activiteiten van het bedrijf. Conform HvJ 21-02-2013 Becker C-104/12 en HvJ 14-09-2017 Iberdrola Inmobiliaria Real Estate Investments C-132/16. Zelfs als er een oorzakelijk verband bestond tussen de advieskosten van de aandeelhouders en de economische activiteit van het bedrijf, is dit niet voldoende voor een rechtstreeks en onmiddellijk verband.
Bron: ECLI:NL:RBZWB:2025:5701
Afbeelding met Google Gemini 2.5 pro/Canva