Overzicht schuldhulpverlening btw: beschermingsbewind vrijgesteld of niet?

man zonder geld in zijn zakken schuld arme schulden

Overzicht schuldhulpverlening btw: beschermingsbewind vrijgesteld of niet?

Wettelijk kader

Artikel 11 lid 1 onderdeel f Wet OB

  1. Onder bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden zijn van de belasting vrijgesteld:

(…)

f. de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen leveringen en diensten van sociale of culturele aard, mits de ondernemer geen winst beoogt en niet een verstoring van concurrentieverhoudingen optreedt ten opzichte van ondernemers die winst beogen;

Artikel 7 lid 1 Uitvoeringsbesluit OB

  1. Als leveringen en diensten van sociale of culturele aard als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel f , van de wet, worden aangewezen de leveringen en diensten, genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage B.

Bijlage B post 33

33. instellingen die werkzaam zijn op het gebied van schuldhulpverlening, met uitzondering van bewindvoering in het kader van de wettelijke schuldregeling, voorzover de diensten niet reeds kunnen worden gerangschikt onder artikel 11, eerste lid, onderdeel j, van de wet;

Jurisprudentie

Rechtbank Noord-Holland 5 juli 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:5424

  • Belanghebbende wordt als bewindvoerder aangewezen door kantonrechter en ontvangt hiervoor o.g.v. Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren per cliënt vast bedrag per jaar.
  • Belanghebbende voert bewind bij personen die niet hun vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar nemen door lichamelijke of geestelijke toestand en/of door verkwisting of hebben van problematische schulden.
  • Beheert voor cliënten onder bewind gestelde vermogen, houdt dit in stand en/of exploiteert dit op juiste wijze. Voert administratie, regelt financiën, doet aangiften/aanvragen en gebruikt inkomsten voor verzorging cliënt.
  • Belanghebbende doet ook schuldregeling minnelijk traject: betalingsvoorstellen aan schuldeisers. Bij mislukking aanvraag WSNP.
  • Bij 75% cliënten is sprake van problematische schulden.
  • Belanghebbende doet geen bewindvoering WSNP.
  • Begrip “schuldhulpverlening” moet volgens rechtbank strikt worden uitgelegd.
  • Bewijslast rust op belanghebbende.
  • Belanghebbende verricht zowel werkzaamheden die onder “schuldhulpverlening” vallen, als werkzaamheden die daar niet onder vallen.
  • Vergoedingen zijn gelijk ongeacht mate waarin sprake is van schuldhulpverlening dus geen sprake van vergoedingen die enkel zien op schuldhulpverlening als zodanig.
  • Duiding prestaties: schuldhulpverlening is niet gelijk aan bewindvoering.
  • Standpunt dat zonder tekstwijziging post b.33 beschermingsbewind niet kan worden uitgezonderd, faalt.
  • Beschermingsbewind valt niet onder vrijstelling omdat geen sprake is van schuldhulpverlening, zodat niet aan uitzondering wordt toegekomen.

Rechtbank Noord-Nederland 11 oktober 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:4384

  • Eenmanszaak verricht budgetbeheer, budgetbegeleiding en budgetadvisering, al dan niet met gebruikmaking van de instrumenten beschermingsbewind of curatele.
  • Vrijwel uitsluitend voor personen met verstandelijke beperking (licht verstandelijk gehandicapten), IQ tussen 70-80.
  • Geen van cliënten kan zelfstandig financiën beheren.
  • Volgens rechtbank vallen werkzaamheden onder vrijstelling art 11.a.f Wet OB.
  • Onder ‘schuldhulpverlening’ valt namelijk niet alleen hulp bij oplossen problematische schulden, maar ook schuldpreventie.
  • Dit blijkt volgens de rechtbank uit de Nota van Toelichting bij het Besluit van 15 december 2005.
  • Conclusie dat schuldhulpverlening ook preventieve schuldhulp omvat, sluit ook aan bij ratio post b.33.
  • Het is van breder maatschappelijk belang dat mensen die hun eigen financiën niet kunnen beheren, daar hulp bij krijgen.
  • Zonder diensten belanghebbende zouden cliënten vrijwel zeker schulden doen ontstaan en niet in staat zijn om te voorkomen dat die schulden problematische vormen aan zouden gaan nemen.
  • Alleen bewindvoering WSNP is uitdrukkelijk uitgesloten van vrijstelling van art 11.1.f, dus zo lang nog geen sprake is van faillissement/WSNP, is vrijstelling van toepassing.

Rechtbank Noord-Nederland 21 februari 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:627

  • Voor overgrote deel van cliënten treden belanghebbenden op als bewindvoerder.
  • Voeren o.a. financiële administraties, openen en beheren bankrekeningen, gaan passende risicoverzekeringen aan, vragen bijzondere bijstand en/of toeslagen aan en dienen IB-aangiften in voor cliënten.
  • Kern van geschil is uitleg ‘schuldhulpverlening’.
  • Volgens rechtbank vallen werkzaamheden onder vrijstelling art. 11.1.f Wet OB + art. 7 UB OB + post b.33 Bijlage B UB OB.
  • Onder ‘schuldhulpverlening’ valt namelijk niet alleen hulp bij oplossen van problematische schulden, maar ook schuldpreventie.

Rechtbank Gelderland 13 februari 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:946

  • Maatschap verricht werkzaamheden als bewindvoerder (o.a. beheer schulden cliënten (waaronder aflossen schulden), beheer vaste lasten en afsluiten abonnementen).
  • Alle cliënten zijn door rechtbank onder bewind gesteld.
  • Maatschap verricht geen werkzaamheden als bewindvoerder WSNP.
  • Omzet bestaat voor 100% uit vergoedingen ontvangen als bewindvoerder.
  • Rechtbank oordeelt dat vrijstelling niet van toepassing is.
  • Schuldhulpverlening is vrijgesteld o.g.v. post b.33 van bijlage B bij het Uitvoeringsbesluit OB, beschermingsbewind niet.
  • Diensten kwalificeren (slechts) als beschermingsbewind.
  • Rechtbank volgt dus niet de uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland, maar die van rechtbank Noord-Holland.

Rechtbank Den Haag 5 maart 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3029

  • Activiteiten bestaan uit bewindvoering.
  • Eiseres door kantonrechter aangewezen als bewindvoerder (waaronder schuldenbewindvoering) en ontvangt hiervoor vergoeding.
  • Vrijgesteld o.g.v. art 11 lid 1 onder f Wet OB i.c.m. art 7 lid 1 UB OB en post b33 Bijlage B UB OB?
  • Volgens vaste jurisprudentie dienen bewoordingen vrijstelling strikt te worden uitgelegd.
  • Nu eiseres beroep doet op vrijstelling rust bewijslast op haar.
  • Eiseres stelt dat werkzaamheden identiek zijn aan werkzaamheden zoals vermeld in Nota van Toelichting bij Besluit 15 december 2005 tot wijziging van het UB OB.
  • Rechtbank oordeelt dat eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt waaruit haar werkzaamheden in kader van schuldenbewindvoering bestaan.
  • Beroep van eiseres op art 132 lid 1 onder g btw-richtlijn slaagt niet.
  • Beroep op gelijkheidsbeginsel faalt ook.
  • Geen aanleiding voor prejudiciële vragen, omdat niet duidelijk waaruit prestaties bestaan.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 juli 2020 ECLI:NL:GHARL:2020:5435

  • Vervolg op Rechtbank Noord-Nederland 21 februari 2019
  • Vrijstelling art 11 lid 1 onder c Wet OB i.v.m. art 132 lid 1 sub b Btw-richtlijn niet van toepassing, want diensten niet therapeutisch en niet onontbeerlijk voor verpleging/verzorging cliënten. Diensten staan volkomen los van verzorging verstandelijk beperkte cliënten.
  • Term “schuldhulpverlening” moet strikt worden uitgelegd: werkzaamheden gericht op oplossen problematische schuldsituatie.
  • Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat hij dergelijke werkzaamheden verricht. Niet gesteld of gebleken dat belanghebbende meer heeft gedaan dan administratieve en geautomatiseerde werkzaamheden inherent aan beheren budget cliënt.
  • Rechtstreeks beroep op art 132 lid 1 sub g Btw-richtlijn faalt.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 juli 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5437

  • Vervolg op Rechtbank Noord-Nederland 11 oktober 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:4384
  • Term “schuldhulpverlening” moet strikt worden uitgelegd: werkzaamheden gericht op oplossen problematische schuldsituatie.
  • Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat zij dergelijke werkzaamheden verricht. Zij verricht vooral werkzaamheden die stabilisatie en preventie tot doel hebben. Werkzaamheden om cliënten uit onoplosbare schuldsituatie te halen en terugval te voorkomen worden door derden uitgevoerd.
  • Diensten belanghebbenden zijn zelfstandige diensten die voor cliënten eigen betekenis hebben en niet slechts dienen om hoofddienst (schuldhulpverlening) aantrekkelijker te maken.
  • Rechtstreeks beroep op art 132 lid 1 sub g Btw-richtlijn faalt.
Nota van ToelichtingWOB-verzoek 2019WOB-verzoek 2016

(…) De nieuwe post b.33 ziet op instellingen die werkzaam zijn op het gebied van schuldhulpverlening. Het gaat hierbij met name om de activiteiten van de (gemeentelijke) kredietbanken die als zodanig zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). Onder «schuldhulpverlening» vallen in de praktijk verschillende werkzaamheden, zoals budgetbegeleiding, budgetadvisering, budgetbeheer, schuldregeling in het kader van het minnelijke traject (waarbij een schuldenaar veelal door tussenkomst van een schuldregelaar op minnelijke wijze met zijn schuldeisers overeenstemming tracht te bereiken over het aflossen van zijn schulden) en de afgifte van een zogeheten WSNP-verklaring (Wet schuldsanering natuurlijke personen). Instellingen die op dit gebied werkzaam zijn, houden zich als zodanig bezig met verschillende aspecten van schuldhulpverlening, zoals het bieden van hulp bij het oplossen van problematische schuldsituaties, het voorkomen dat bij de betrokkenen wederom een problematische schuldsituatie ontstaat, en het vinden van een financiële oplossing voor problematische schuldsituaties. De vrijstelling is niet van toepassing op bewindvoering in het kader van de wettelijke schuldregeling. Voorts mist de vrijstelling toepassing als de diensten op het gebied van schuldhulpverlening al kunnen worden gerangschikt onder de bancaire vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel j, van de wet, zoals het verlenen van krediet voor schuldsanering. Hoewel de activiteiten op het gebied van schuldhulpverlening niet snel winstgevend zullen zijn, kunnen echter ook commerciële instellingen optreden als aanbieder van bepaalde activiteiten op het gebied van schulphulpverlening. Gelet hierop is de voorwaarde dat met de prestaties geen winst wordt beoogd vervallen (zie onderdeel E.8, derde alinea). (…)

stb-2005-687

Stb 2005, 687

Op 9 december 2019 is er een besluit verschenen naar aanleiding van een verzoek om informatie openbaar te maken over de toepassing van de BTW-vrijstelling voor schuldhulpverlening, beschermingsbewind, schuldenbewind en/of budgetbeheer. Het verzoek is gedaan op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Het kennisgroepstandpunt van 21 oktober 2014 van de kennisgroep omzetbelasting: vrijstellingen, overheid en landbouwregelingen was al openbaar gemaakt naar aanleiding van een eerder WOB-verzoek in 2016 (zie volgende tab).

Uit de verslagen van het landelijk vaktechnisch overleg omzetbelasting (=intern overleg Belastingdienst waarin persoonlijke beleidsopvattingen worden uitgewisseld) blijkt dat het onderwerp schuldhulpverlening (inclusief verwante onderwerpen) enkele malen ter sprake is gekomen in de periode 2013 – 2019. Er wordt gewezen op een tweetal rechtbankuitspraken (beide van Rechtbank Noord-Nederland) en gemeld dat daartegen hoger beroep is ingesteld. De betreffende uitspraken zijn ECLI:NL:RBNNE:2018:4384 en ECLI:NL:RBNNE:2019:627 (hierboven opgenomen). Dat tegen die uitspraken hoger beroep is ingesteld is al bekend gemaakt in de fiscale literatuur.

Wob-verzoek+over+BTW-vrijstelling+schuldhulpverlening
bijlage+bij+Wob-verzoek+over+BTW-vrijstelling+schuldhulpverlening

Besluit op Wob-verzoek over BTW-vrijstelling schuldhulpverlening