Rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen levering energie zonnepanelen en woningbouw niet aanwezig
Een man heeft samen met zijn vrouw op 15 juni 2018 een perceel grond gekocht waarop hij een woning heeft laten bouwen. De woning is op 12 april 2019 opgeleverd. Vanaf 22 juli 2020 bewoont hij zijn woning. Op het dak van de woning zijn acht niet-geïntegreerde zonnepanelen geplaatst. Blijkens de door hem overgelegde factuur is voor de aanschaf en plaatsing van de zonnepanelen € 881 btw rekening gebracht. De gevraagde teruggaaf is door de Belastingdienst verleend. Vervolgens heeft hij in bezwaar verzocht om een aanvullende teruggaaf van € 4.272. Dit betreft een deel van de btw die volgens de man aan hem in rekening is gebracht in verband met de bouw van de woning. De Belastingdienst heeft het bezwaar afgewezen.
De vraag is of en zo ja voor welk bedrag de man recht heeft op teruggaaf van een deel van de btw die aan hem in rekening is gebracht in verband met de bouw van zijn woning.
Wat betreft het recht van aftrek van omzetbelasting ter zake van de bouwkosten van de woning heeft de man in beginsel alleen recht op aftrek van voorbelasting indien sprake is van een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de levering van de energie via de zonnepanelen en de bouw van de woning. Rechtbank Zeeland-West-Brabant leidt uit het arrest van de Hoge Raad van 16 juli 2021 af dat voor het beantwoorden van de vraag of hiervan sprake is ingeval van een woning, die zowel naar diens aard voor economische doeleinden als voor privédoeleinden kan worden gebruikt, het aan de man is om feiten en omstandigheden te stellen, en bij betwisting door de Belastingdienst, aannemelijk te maken op grond waarvan kan worden aangenomen dat de uitgave haar uitsluitende oorzaak vindt in de belastbare activiteit ondanks het privégebruik van het goed en ongeacht de mate van dat privégebruik.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de man met hetgeen hij heeft aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat de gestelde bouwkosten van de woning uitsluitend zijn gemaakt ten behoeve van het met zonnepanelen opwekken en tegen vergoeding leveren van energie. De rechtbank acht veeleer aannemelijk dat hij de kosten voor de bouw van zijn woning hoe dan ook zou hebben gemaakt, ook wanneer hij niet de zonnepanelen zou hebben aangeschaft. Het bedoelde rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de levering van energie via de zonnepanelen en de bouw van de woning is dus niet aanwezig. Dat hij bij de bouw rekening heeft gehouden met het (over)produceren van energie kan, ook als die stelling klopt, niet aan voornoemd oordeel afdoen.