Vennootschapsbelasting en omzetbelasting compromis ter zitting
Ter zitting zijn partijen tot overeenstemming gekomen voor de vennootschapsbelasting (Vpb) en omzetbelasting (btw):
- de totale winstcorrectie voor de Vpb bedraagt € 200.000
- de in aanmerking te nemen omzet voor de naheffingsaanslag omzetbelasting bedraagt € 200.000 en van deze omzet wordt 80% belast tegen het algemene tarief en 20% tegen het verlaagde tarief
- de Belastingdienst zal de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het hoger beroep heeft moeten maken forfaitair vergoeden
- de Belastingdienst zal het griffierecht voor hoger beroep aan belanghebbende vergoeden
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 01-10-2019
- Datum publicatie
- 11-10-2019
- Zaaknummer
- 18/00740 en 18/00741
- Rechtsgebieden
- Belastingrecht
- Bijzondere kenmerken
- Hoger beroep
- Inhoudsindicatie
-
VPB en OB. Compromis ter zitting.
- Vindplaatsen
- Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 11-10-2019
V-N Vandaag 2019/2199 - Verrijkte uitspraak
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM – LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummers 18/00740 en 18/00741
uitspraakdatum: 1 oktober 2019
Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
en het incidentele hoger beroep van
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 6 juli 2018, nummers AWB 16/5775 en 16/5776, ECLI:NL:RBGEL:2018:2954, in het geding tussen belanghebbende en de Inspecteur
1Ontstaan en loop van het geding
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2019. Ter zitting is tevens het (incidenteel) hoger beroep behandeld met het zaaksnummer 18/00742.
2. Gronden
–
de totale winstcorrectie voor de Vpb € 200.000 bedraagt;
–
de in aanmerking te nemen omzet voor de naheffingsaanslag OB 2008 € 200.000 bedraagt en dat van deze omzet 80 percent wordt belast tegen het algemene tarief en 20 percent van deze omzet wordt belast tegen het verlaagde tarief;
–
de Inspecteur de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het hoger beroep heeft moeten maken, forfaitair zal vergoeden; en
–
de Inspecteur het griffierecht voor hoger beroep aan belanghebbende zal vergoeden.
3Beslissing
Het Hof:
– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen omtrent de proceskosten, het griffierecht en de vergoeding van immateriële schade,
– verklaart het bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond,
– vernietigt de uitspraken van de Inspecteur,
– vermindert de navorderingsaanslag Vpb 2008 tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar bedrag van € 96.180,
– vermindert de naheffingsaanslag OB 2008 tot een bedrag van € 32.800,
– vermindert de heffingsrente voor beide belastingaanslagen dienovereenkomstig,
– veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep tot een bedrag van € 1.024, en
– gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt, te weten € 508 in verband met het hoger beroep bij het Hof.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E. Keulemans, voorzitter, mr. J.P.M. Kooijmans en mr. A. van Dongen, in tegenwoordigheid van mr. A.W.M. van der Waerden als griffier.
De beslissing is op 1 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken.
De griffier, De voorzitter,
De griffier is verhinderd de uitspraak
te ondertekenen.
(A.W.M. van der Waerden) (A.E. Keulemans)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 1 oktober 2019.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),
Postbus 20303,
2500 EH DEN HAAG.
Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 – het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.