Verlaagd tarief omzetbelasting voor groepssatsangs, niet voor Vipassana retraites 

Verlaagd tarief omzetbelasting voor groepssatsangs, niet voor Vipassana retraites 

VOF A organiseert satsangs (individueel en in groepen) en Vipassana retraites.

In geschil is of op de groepssatsangs en de Vipassana retraites het verlaagde btw-tarief van toepassing is.

Gerechtshof Den Haag is met Rechtbank Den Haag van oordeel dat VOF A niet aannemelijk heeft gemaakt dat de (meerdaagse) Vipassana retraites kunnen worden aangemerkt als muziek- dan wel toneeluitvoeringen. Uit de informatie die VOF A heeft verstrekt kan worden afgeleid dat de Vipassana retraites in het teken staan van het overbrengen van de boodschap “zijn” en gericht zijn op verlichting van het bewustzijn. Behalve muziek en voordrachten en interpretaties van de docent vormen stiltewandelingen en (stilte)meditaties daarvan een vast element, wat het belangrijkste verschil is met de evenementen die onder post b.14.d vallen. Er is meer begeleiding (bewustwording) en als gevolg daarvan meer interactie binnen de groep dan gebruikelijk is bij de evenementen die onder deze post vallen. De retraites vertonen in hun totaliteit beschouwd te weinig overeenkomsten met een muziek- of toneeluitvoering.

Voor de groepssatsangs komt het Hof op basis van de toelichting van VOF A tot een ander oordeel. De groepssatsangs duren 2 tot 2,5 uur en bestaan voor het grootste deel uit live muziek en voordrachten van de docent, die vooral gedichten uit de Perzische dichtkunst en overige (Oosterse) stromingen interpreteert. Hierbij wordt ingespeeld op de actualiteit en de behoeften van het publiek, wat de groepssatsang het karakter geeft van een spirituele en geëngageerde conference.

Naar het oordeel van het Hof is niet van belang of de docent bij de Vipassana retraites optreedt als uitvoerend kunstenaar. Post b.17 ziet op de diensten die de uitvoerend kunstenaar verricht in de schakel vóór het verlenen van toegang tot het evenement. Het gaat hier om de diensten die de kunstenaar in ruil voor zijn gage verleent aan de organisator van het evenement. Ten overvloede merkt het Hof op dat de handelingen die de docent verricht tijdens de retraite in hun totaliteit niet vallen binnen de reikwijdte van de post. Een belangrijk, vast onderdeel van de retraite is het geven van gelegenheid tot meditatie en het in de natuurlijke staat raken van de deelnemers.

Alleen op de groepssatsangs is dus het verlaagde btw-tarief van toepassing.

GerechtshofRechtbank

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
21-04-2022
Datum publicatie
17-05-2022
Zaaknummer
BK-21/00717 tot en met BK-21/00723
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2021:10833, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Ontvankelijkheid; verlaagd tarief omzetbelasting; Vipassana retraites en satsangs; uitvoerend kunstenaar; neutraliteitsbeginsel; PKV.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 17-5-2022
V-N Vandaag 2022/1210
Verrijkte uitspraak
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummers BK-21/00717 tot en met BK-21/00723

Uitspraak van 21 april 2022
in het geding tussen:

V.O.F. [X] te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: J.A.P.N. Antonis)

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 29 juni 2021, nummers SGR 20/4035, SGR 20/4037, SGR 20/4038, SGR 20/4040, SGR 20/4042, SGR 20/4044 en SGR 20/4045.

Procesverloop
1.1.
De Inspecteur heeft belanghebbende naheffingsaanslagen in de omzetbelasting opgelegd over de tijdvakken 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 en 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 (de naheffingsaanslagen). Daarbij zijn ter zake van de naheffingsaanslagen 2017 en 2018 verzuimboetes opgelegd. Tevens heeft de Inspecteur over alle naheffingsaanslagen belastingrente in rekening gebracht.

1.2.
Belanghebbende heeft op aangifte omzetbelasting voldaan over het tweede en derde kwartaal van 2019.

1.3.
De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar de verzuimboetes vernietigd en de bezwaren van belanghebbende voor het overige ongegrond verklaard.

1.4.
Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld. Ter zake daarvan is een griffierecht van € 354 geheven.

1.5.
De Rechtbank heeft als volgt geoordeeld:

“De rechtbank:

– verklaart het beroep met zaaknummer SGR 20/4044 gegrond;

– vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de voldoening op aangifte over het tweede kwartaal van 2019;

– verklaart het bezwaar tegen de voldoening op aangifte over het tweede kwartaal van 2019, niet-ontvankelijk;

– bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

– verklaart de overige beroepen ongegrond;

– veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 534;

– draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354 aan eiseres te vergoeden.”

1.6.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Ter zake daarvan is een griffierecht van € 541 geheven. Belanghebbende heeft op 21 september 2021 een nader stuk met bijlagen ingediend. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft op 21 februari 2022 een nader stuk ingediend.

1.7.
De mondelinge behandeling van de hoger beroepen heeft plaatsgevonden op 10 maart 2022. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

1.8.
Het Hof heeft het onderzoek na de zitting heropend en belanghebbende in de gelegenheid gesteld de omzetsplitsing voor het tweede en het derde kwartaal van 2019 over te leggen. Na ontvangst van deze cijfers heeft het Hof het onderzoek gesloten.

Feiten
2.1.
Belanghebbende is ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968) en houdt zich onder meer bezig met het organiseren van satsangs (individueel en in groepen) en Vipassana retraites. De satsangs en de Vipassana retraites worden gegeven door de heer [A] onder de naam [B] .

2.2.
Belanghebbende heeft ter zake van de individuele satsangs omzetbelasting naar het algemene tarief voldaan. Ter zake van de groepssatsangs en de Vipassana retraites heeft belanghebbende over de tijdvakken 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018 omzetbelasting voldaan naar het verlaagde tarief.

2.3.
Bij brief van 4 december 2018 heeft belanghebbende de Inspecteur verzocht te bevestigen dat zij over de groepssatsangs en de Vipassana retraites terecht omzetbelasting naar het verlaagde tarief heeft voldaan. De Inspecteur heeft daarop bij brief van 13 maart 2019 aangegeven dat belanghebbende naar zijn mening alleen prestaties verricht die onder het algemene tarief vallen en haar verzocht om dienovereenkomstig suppletieaangiften in te dienen.

2.4.
Belanghebbende heeft vervolgens suppletieaangiften over de tijdvakken 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018 ingediend. De Inspecteur heeft op grond daarvan de naheffingsaanslagen opgelegd.

2.5.
Belanghebbende heeft op respectievelijk 5 juli 2019 en 30 oktober 2019 aangifte omzetbelasting gedaan over het tweede en derde kwartaal van 2019. Ter zake van de groepssatangs en de Vipassana retraites heeft zij daarbij omzetbelasting voldaan naar het algemene tarief.

Oordeel van de Rechtbank
3. De Rechtbank heeft het volgende overwogen, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Inspecteur als verweerder:

“Beoordeling van het geschil

Ontvankelijkheid bezwaar voldoening op aangifte tweede kwartaal 2019 (SGR 20/4044)

10. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of het bezwaarschrift tegen de voldoening op aangifte over het tweede kwartaal van 2019 ontvankelijk is.

11. Op 5 juli 2019 heeft eiseres over het tweede kwartaal van 2019 op aangifte omzetbelasting voldaan. Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. De bezwaartermijn van zes weken is op grond van artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) gaan lopen op de dag na die van de voldoening op aangifte en is daarom op 16 augustus 2019 geëindigd. Het bezwaarschrift is op 23 augustus 2019 door verweerder ontvangen en is dus te laat ingediend.

12. Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, moet het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig indienen van het bezwaarschrift betrokkene niet is toe te rekenen. Dan blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 6:11 van de Awb als gevolg van die te late indiening achterwege.

13. Eiseres heeft ter zitting als reden voor de termijnoverschrijding gegeven dat de vennoten voor haar zomerprogramma in het buitenland op tournee waren. Eiseres heeft hiermee niet aannemelijk gemaakt dat de termijnoverschrijding haar niet is toe te rekenen. Niet gebleken is dat eiseres in de onmogelijkheid verkeerde om tijdig een bezwaarschrift in te (laten) dienen. Eiseres had, zo nodig, iemand kunnen verzoeken namens haar tijdig een bezwaarschrift in te dienen desnoods op nader aan te vullen gronden. Derhalve is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb die in de weg zou staan aan een niet-ontvankelijkverklaring.

14. Gelet op het vorenstaande had verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk moeten verklaren. Nu verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond heeft verklaard, is het beroep met zaaknummer SGR 20/4044 gegrond en dient de uitspraak op bezwaar te worden vernietigd. Gelet op artikel 8:41a van de Awb zal de rechtbank zelf in de zaak te voorzien en het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk te verklaren.

Wettelijk kader

15. Op grond van artikel 98 van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (de Btw-richtlijn) is het de lidstaten toegestaan een verlaagd tarief toe te passen op de in bijlage III bij de Btw-richtlijn vermelde categorieën goederen en diensten. Bijlage III vermeldt onder 7. “het verlenen van toegang tot shows, schouwburgen, circussen, kermissen, amusementsparken, concerten, musea, dierentuinen, bioscopen, tentoonstellingen en soortgelijke culturele evenementen en voorzieningen”. Bijlage III vermeldt onder 9. “diensten door en auteursrechten voor schrijvers, componisten en uitvoerende kunstenaars”.

16. Op grond van post.b.14.d zijn aan het verlaagde tarief onderworpen de prestaties bestaande in het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets, alsmede lezingen, met uitzondering van peepshows en andere optredens die primair zijn gericht op erotisch vermaak.

17. In het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 22 december 2017, nr. 2017-16288 (Omzetbelasting. Toelichting Tabel I), Staatscourant 2017, 72177 (het Besluit) is met betrekking tot post b.14.d onder meer het volgende opgenomen:

“(…)Het verlenen van toegang tot een ‘show’ waarbij het geheel van het aangebodene wordt ervaren als cultureel amusement/vermaak valt onder de post. Het aangebodene kan dan als het geheel onderdeel uitmakend van de show bijvoorbeeld bestaan in het optreden van een band, een lezing, interviews met gasten over culturele onderwerpen, presentatie van een culturele agenda enz.”.

18. Op grond van post b.17, zijn eveneens aan het verlaagde tarief onderworpen de prestaties bestaande uit het optreden door uitvoerende kunstenaars.

19. In het Besluit is met betrekking tot post b.17 onder meer het volgende opgenomen:

“Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een optreden door een uitvoerende kunstenaar is bepalend of een artistieke prestatie wordt verricht.

De post is ook van toepassing op uitvoerende kunstenaars die hun diensten door middel van een rechtspersoon verlenen.

De post is in ieder geval van toepassing op optredens door kunstenaars die uitvoeringen zijn als bedoeld in post b.14, onderdeel d. Het gaat daarbij om muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets. De toepassing van de post is echter niet beperkt tot dergelijke uitvoeringen. Ook de publieksoptredens van andere uitvoerende kunstenaars zoals komieken, goochelaars en buiksprekers vallen onder de post.(…)”.

20. De bewijslast dat het verlaagde tarief van toepassing is, rust op eiseres.

Toepassing post b.14.d

21. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de groepssatsangs als muziek- dan wel toneeluitvoeringen kunnen worden aangemerkt. Uit de wijze waarop eiseres zich via haar website aan het publiek presenteert, volgt dat niet. Daaruit kan slechts worden afgeleid dat eiseres zich richt op de bewustwording, ontspanning en vorming van de deelnemers aan haar bijeenkomsten en het bewerkstelligen van een spirituele ervaring. Dat de groepssatsangs muzikaal worden omlijst, is onvoldoende om aan de groepssatsangs de kwalificatie van een muziek- dan wel een toneeluitvoering te geven.

22. Eiseres heeft ook voor wat betreft de Vipassana retraites niet aannemelijk gemaakt dat deze retraites als muziek- dan wel toneeluitvoeringen kunnen worden aangemerkt. Uit de website van eiseres kan worden opgemaakt dat de Vipassana retraites in stilte plaatsvinden en dat de dagelijkse sessies worden afgewisseld met loopmeditaties. Er worden geen activiteiten vermeld waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een muziek- dan wel toneelvoorstelling. De stelling van eiseres ter zitting dat de opbouw van de Vipassana retraites, ondanks de meerdere stilte elementen, vergelijkbaar zouden zijn met die van de groepssatsangs en de retraites uit meerdere voorstellingen zouden bestaan, kan aan voormeld oordeel niet afdoen, nu de groepssatsangs, zoals hiervoor is overwogen, evenmin als muziek- dan wel toneeluitvoeringen kunnen worden aangemerkt.

Toepassing post b.17

23. Eiseres heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat [A] zowel bij de groepssatsangs als bij de Vipassana retraites als uitvoerend kunstenaar optreedt. Uit de website van eiseres kan niet worden opgemaakt dat [A] , zoals hij ter zitting heeft gesteld, als cabaretier of als performance kunstenaar bij de groepssatsangs en de Vipassana retraites optreedt. Eiseres heeft haar stelling dat [A] als uitvoerend kunstenaar optreedt slechts onderbouwd met algemene betogen over kunstvormen en de veronderstelde meditatieve werking van diverse kunstuitingen. Dit zegt niets over het daadwerkelijk handelen van [A] tijdens de groepssatsangs en de Vipassana retraites. Eiseres heeft geen concrete informatie verstrekt over wat er daadwerkelijk gebeurt op de bijeenkomsten, anders dan uit de website van eiseres kan worden afgeleid. Eiseres heeft geen bescheiden, zoals advertenties, posters, recensies of programmaboekjes, overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een optreden van een uitvoerend kunstenaar.

Slotsom

24. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat het verlaagde tarief bij de groepssatsangs en de Vipassanna retraites van toepassing is. De beroepen dienen daarom voor het overige ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

25. De rechtbank veroordeelt verweerder in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep met zaaknummer SGR 20/4044 redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Besluit) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 534 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank gaat uit van een wegingsfactor 0,5 omdat het beroep uitsluitend gegrond is verklaard omdat verweerder het bezwaar ten onrechte ontvankelijk heeft geacht.

26. Voor een integrale proceskostenvergoeding ziet de rechtbank geen aanleiding. Uit de gedingstukken en hetgeen eiseres heeft gesteld, volgt niet dat verweerder zodanig ernstig onzorgvuldig heeft gehandeld dat daarin grond is gelegen om van de forfaitaire regeling voor de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand af te wijken. Van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit is dan ook niet gebleken. Voor de stelling van eiseres dat de beslissingen op bezwaar onvoldoende zijn gemotiveerd, is geen steun te vinden in de feiten. Verweerder heeft een en ander immers in zijn brieven van 16 december 2019 en 8 april 2020 uitgebreid toegelicht. Van schending van artikel 3:2 van de Awb is evenmin sprake nu de naheffingsaanslagen zijn opgelegd overeenkomstig de suppletieaangiften van eiseres en aansluiten op de standpuntbepaling van verweerder in zijn brief van 13 maart 2019.”

Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
4.1.
In hoger beroep is de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift tegen de voldoening op aangifte over het tweede kwartaal van 2019 in geschil. Verder is in geschil of op de groepssatsangs en de Vipassana retraites het verlaagde tarief voor de omzetbelasting van toepassing is. De vernietiging van de verzuimboetes is niet in geschil.

4.2.
Belanghebbende concludeert, naar het Hof begrijpt, tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, de uitspraken op bezwaar met uitzondering van de vernietiging van de verzuimboetes, de naheffingsaanslagen en de beschikkingen belastingrente. Verder concludeert belanghebbende tot vermindering van de voldoening op aangiften omzetbelasting voor het tweede en derde kwartaal van 2019 met € 5.985 (tweede kwartaal) en € 6.175 (derde kwartaal) en verzoekt zij om een proceskostenvergoeding.

4.3.
De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

Beoordeling van het hoger beroep
Ontvankelijkheid bezwaarschrift voldoening op aangifte tweede kwartaal 2019

5.1.
Belanghebbende stelt dat de Rechtbank het bezwaarschrift inzake de voldoening op aangifte van het tweede kwartaal 2019 ten onrechte ambtshalve niet-ontvankelijk heeft verklaard op grond van termijnoverschrijding. Belanghebbende voert daartoe aan dat de Inspecteur het bezwaarschrift tijdens de bezwaarfase niet niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat dit tijdens de procedure bij de Rechtbank ook niet in geschil was. Belanghebbende wijst in dit verband op het arrest van de Hoge Raad van 16 juli 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1153, BNB 2021/140), waarin voor zover van belang het volgende is overwogen:

“4.3.4. Gelet op hetgeen in 4.3.2 en 4.3.3 is overwogen, zal de Hoge Raad voortaan het uitgangspunt hanteren dat de rechter de tijdigheid van een bezwaar of beroep in een vorige instantie niet ambtshalve behoort te beoordelen. In zoverre komt de Hoge Raad terug van de hiervoor in 4.3.3 bedoelde rechtspraak. Dit betekent dat de rechtbank het bij het bestuursorgaan gemaakte bezwaar niet ambtshalve wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk mag verklaren, en dat het hof het bij de rechtbank ingestelde beroep of het bij het bestuursorgaan gemaakte bezwaar niet ambtshalve wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk mag verklaren.

4.4.
In dit geval heeft de Rechtbank het bezwaar ontvankelijk geacht. De Inspecteur heeft daarover in hoger beroep niet tijdig geklaagd. Uit hetgeen in 4.3.4 is overwogen volgt dat het Hof ten onrechte ambtshalve heeft beoordeeld of belanghebbende tijdig dan wel verschoonbaar te laat bezwaar heeft gemaakt.”

5.2.
Uit het arrest van de Hoge Raad volgt dat de rechter de tijdigheid van een bezwaar (niet langer) ambtshalve behoort te beoordelen. Nu de Inspecteur het bezwaarschrift ontvankelijk heeft geacht en tijdens het beroep bij de Rechtbank niet heeft geklaagd over de tijdigheid ervan, kan de beslissing van de Rechtbank om het bezwaarschrift ambtshalve niet-ontvankelijk te verklaren daarom niet in stand blijven. Het gelijk is op dit punt aan belanghebbende en het Hof komt daarom toe aan een inhoudelijke behandeling van de voldoening op aangifte voor het tweede kwartaal van 2019.

Verlaagd tarief omzetbelasting

5.3.
Op grond van artikel 9, lid 2, aanhef en onderdeel a, Wet OB 1968 in samenhang met de bij deze wet horende Tabel I onder post b.14.d zijn muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets, alsmede lezingen, met uitzondering van peepshows en andere optredens die primair gericht zijn op erotisch vermaak onderworpen aan het verlaagde omzetbelastingtarief. Op grond van post b.17 is ook op het optreden van uitvoerende kunstenaars het verlaagde omzetbelastingtarief van toepassing. Met deze bepalingen heeft de wetgever uitvoering gegeven aan artikel 98, lid 1 en 2, van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (Btw-richtlijn 2006) in samenhang met punt 7 en punt 9 van Bijlage III bij deze richtlijn. Volgens punt 7 mogen de lidstaten het verlenen van toegang tot shows, schouwburgen, circussen, kermissen, amusementsparken, concerten, musea, dierentuinen, bioscopen, tentoonstellingen en soortgelijke culturele evenementen en voorzieningen aan een verlaagd omzetbelastingtarief onderwerpen en volgens punt 9 geldt dit ook voor diensten door en auteursrechten voor schrijvers, componisten en uitvoerende kunstenaars. Aangezien artikel 98, leden 1 en 2, Btw-richtlijn 2006 en de bijbehorende Bijlage III de lidstaten toestaan af te wijken van het beginsel dat het normale omzetbelastingtarief van toepassing is, moeten de in die bijlage gebruikte begrippen strikt worden uitgelegd, tegen de achtergrond van de context waarin zij worden gebruikt en overeenkomstig de in de omgangstaal gebruikelijke betekenis ervan (HR 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:453, BNB 2021/92).

5.4.
In het Besluit toelichting Tabel I Wet op de Omzetbelasting 1968 van 22 december 2017, nr. 2017-16288, Stcrt. 2017/72177 (het Besluit) staat, voor zover van belang, het volgende vermeld over de post b.14.d:

“Het verlenen van toegang tot een ‘show’ waarbij het geheel van het aangebodene wordt ervaren als cultureel amusement/vermaak valt onder de post. Het aangebodene kan dan als het geheel onderdeel uitmakend van de show bijvoorbeeld bestaan in het optreden van een band, een lezing, interviews met gasten over culturele onderwerpen, presentatie van een culturele agenda enz.”

En over post b.17 staat het volgende vermeld:

“Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een optreden door een uitvoerende kunstenaar is bepalend of een artistieke prestatie wordt verricht.

De post is ook van toepassing op uitvoerende kunstenaars die hun diensten door middel van een rechtspersoon verlenen.

De post is in ieder geval van toepassing op optredens door kunstenaars die uitvoeringen zijn als bedoeld in post b 14, onderdeel d. Het gaat daarbij om muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets. De toepassing van de post is echter niet beperkt tot dergelijke uitvoeringen. Ook de publieksoptredens van andere uitvoerende kunstenaars zoals komieken, goochelaars en buiksprekers vallen onder de post.”

5.5.
Het is aan belanghebbende om aannemelijk te maken dat het verlaagde omzetbelastingtarief van toepassing is. Belanghebbende stelt in dat verband dat [B] een uitvoerend kunstenaar is die door middel van zang, voordracht van gedichten, satire, stilte en beweging een artistieke prestatie levert. Het gaat om een vorm van belevingskunst, aldus belanghebbende, waarbij [B] satsangs en Vipassana retraites gebruikt om de boodschap “zijn” zo goed mogelijk over te brengen. “Door zich tijdens de voorstellingen met het allerhoogste te verbinden en in een soort trance te komen, probeert [B] zijn geest als het ware te verruimen”, aldus belanghebbende. Belanghebbende wijst verder op acht verklaringen van kunstenaars die zij bij haar nader stuk heeft overgelegd, waarin deze kunstenaars [B] onder andere beschrijven als “een spiritueel kunstenaar” en “een kunstenaar in de ruimste zin van het woord”.

5.6.
De Inspecteur stelt dat de groepssatsangs en de Vipassana retraites niet zijn aan te merken als toegang verlenen tot een artistieke prestatie en ook niet als optredens door een uitvoerend kunstenaar. Volgens de Inspecteur zijn de groepssatsangs en de Vipassana retraites te vergelijken met een seminar, omdat sprake is van begeleiding en deelnemers mee worden genomen in een beleving.

5.7.
Het Hof is met de Rechtbank van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de (meerdaagse) Vipassana retraites kunnen worden aangemerkt als muziek- dan wel toneeluitvoeringen. Uit de informatie die belanghebbende heeft verstrekt kan worden afgeleid dat de Vipassana retraites in het teken staan van het overbrengen van de boodschap “zijn” en gericht zijn op verlichting van het bewustzijn. Behalve muziek en voordrachten en interpretaties van [B] vormen stiltewandelingen en (stilte)meditaties daarvan een vast element, wat het belangrijkste verschil is met de evenementen die onder post b.14.d vallen. Er is meer begeleiding (bewustwording) en als gevolg daarvan meer interactie binnen de groep dan gebruikelijk is bij de evenementen die onder deze post vallen. De retraites vertonen in hun totaliteit beschouwd te weinig overeenkomsten met een muziek- of toneeluitvoering. Voor de groepssatsangs komt het Hof op basis van de toelichting van belanghebbende tot een ander oordeel. De groepssatsangs duren 2 tot 2,5 uur en bestaan voor het grootste deel uit live muziek en voordrachten van [B] , die vooral gedichten uit de Perzische dichtkunst en overige (Oosterse) stromingen interpreteert. Hierbij wordt ingespeeld op de actualiteit en de behoeften van het publiek, wat de groepssatsang het karakter geeft van een spirituele en geëngageerde conference. Gelet op dit oordeel over de groepssatsangs gaat het Hof voorbij aan het bewijsaanbod van belanghebbende, dat eruit bestaat om een groepssatsang bij te wonen.

5.8.
Naar het oordeel van het Hof is niet van belang of [B] bij de Vipassana retraites optreedt als uitvoerend kunstenaar. Post b.17 ziet op de diensten die de uitvoerend kunstenaar verricht in de schakel vóór het verlenen van toegang tot het evenement. Het gaat hier om de diensten die de kunstenaar in ruil voor zijn gage verleent aan de organisator van het evenement. Ten overvloede merkt het Hof op dat de handelingen die [B] verricht tijdens de retraite in hun totaliteit niet vallen binnen de reikwijdte van de post. Een belangrijk, vast onderdeel van de retraite is het geven van gelegenheid tot meditatie en het in de natuurlijke staat raken van de deelnemers.

Neutraliteitsbeginsel

5.9.
Belanghebbende beroept zich verder nog op het neutraliteitsbeginsel en voert aan dat de diensten van [B] soortgelijk zijn aan die van collega-kunstenaars die het verlaagde tarief toepassen. Op grond van het fiscale neutraliteitsbeginsel mogen soortgelijke goederen en diensten, die daarom met elkaar in concurrentie staan, uit het oogpunt van de omzetbelasting niet verschillend worden behandeld. Voor de beoordeling van de soortgelijkheid van twee diensten kan worden volstaan met de vaststelling dat de betrokken verrichtingen vanuit het oogpunt van de consument gelijk of soortgelijk zijn en aan dezelfde behoeften van deze laatste beantwoorden – waarbij het vergelijkbare gebruik de maatstaf is – en wanneer de verschillen die zij vertonen de beslissing van de consument om van de ene of van de andere dienst gebruik te maken niet aanmerkelijk beïnvloeden. Het gaat er dus om te beoordelen of de onderscheiden categorieën evenementen en voorzieningen als zodanig vanuit het gezichtspunt van de consument verwisselbaar zijn (HR 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:453, BNB 2021/92).

5.10.
Naar het oordeel van het Hof zijn de Vipassana retraites vanuit het oogpunt van de consument niet soortgelijk aan het toegang verlenen tot een muziek- of toneeluitvoering of aan de diensten van een uitvoerend kunstenaar. Het Hof heeft daarbij in overweging genomen dat belanghebbende zich richt op bewustwording van de deelnemers.

Belanghebbendes beroep op het neutraliteitsbeginsel kan daarom niet worden gehonoreerd.

Slotsom

5.11.
Op de groepssatsangs is het verlaagde tarief van toepassing. Het Hof zal de naheffingsaanslagen en de op aangifte voldane bedragen verminderen overeenkomstig de berekeningen van belanghebbende, die niet in geschil zijn.

5.12.
Het hoger beroep is gegrond.

Proceskosten en griffierecht
6.1.
Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende gemaakte proceskosten. Het Hof stelt deze kosten, op de voet van artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht in verbinding met het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage, vast op € 3.036 (4 punten à € 759) wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep.

6.2.
Voorts zal de Inspecteur worden veroordeeld de voor het beroep en het hoger beroep gestorte griffierechten aan belanghebbende te vergoeden.

Beslissing
Het Gerechtshof:

– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;

– vernietigt de uitspraken op bezwaar, behoudens de beslissingen over de verzuimboetes;

– vermindert de naheffingsaanslag 2014 met € 5.762 tot € 6.687 en vermindert de belastingrente dienovereenkomstig;

– vermindert de naheffingsaanslag 2015 met € 6.014 tot € 6.673 en vermindert de belastingrente dienovereenkomstig;

– vermindert de naheffingsaanslag 2016 met € 5.991 tot € 6.192 en vermindert de belastingrente dienovereenkomstig;

– vermindert de naheffingsaanslag 2017 met € 18.404 tot € 8.836 en vermindert de belastingrente dienovereenkomstig;

– vermindert de naheffingsaanslag 2018 met € 14.317 tot € 10.283 en vermindert de belastingrente dienovereenkomstig;

– verleent een teruggaaf van € 4.159 voor het tweede kwartaal 2019;

– verleent een teruggaaf van € 4.576 voor het derde kwartaal 2019;

– veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 3.036; en

– gelast de Inspecteur aan belanghebbende een bedrag van € 895 aan griffierecht te vergoeden.

Deze uitspraak is vastgesteld door A. van Dongen, W.M.G. Visser en B.G. van Zadelhoff, in tegenwoordigheid van de griffier M.G. Kastelein. De beslissing is op 21 april 2022 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1 – bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 – (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 – het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. – de naam en het adres van de indiener;

b. – de dagtekening;

c. – de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. – de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

ECLI:NL:GHDHA:2022:716

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-06-2021
Datum publicatie
07-10-2021
Zaaknummer
AWB – 20 _ 4035
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2022:716, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg – enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Geen verlaagd btw-tarief voor diensten met betrekking tot groepssatsangs en vipassana retraites.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 7-10-2021
FutD 2021-3142
NLF 2021/1937
V-N Vandaag 2021/2411
V-N 2021/51.2.2
NTFR 2021/4191
Verrijkte uitspraak
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht

zaaknummers: SGR 20/4035, SGR 20/4037, SGR 20/4038, SGR 20/4040, SGR 20/4042, SGR 20/4044 en SGR 20/4045

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juni 2021 in de zaken tussen
V.O.F. [eiseres] , gevestigd te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. W.M. Hofman),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft aan eiseres naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de tijdvakken 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 1 januari 2015 tot en met

31 december 2015, 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 en 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018. Daarbij heeft verweerder ter zake van de naheffingsaanslagen over de tijdvakken 1 januari 2017 tot en met
31 december 2017 en 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 verzuimboetes aan eiseres opgelegd. Tevens heeft verweerder over alle naheffingsaanslagen belastingrente in rekening gebracht.

Eiseres heeft op aangifte omzetbelasting voldaan over het tweede en derde kwartaal van 2019.

Eiseres heeft bezwaarschriften ingediend tegen vorengenoemde naheffingsaanslagen en voldoeningen op aangifte.

Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar de verzuimboetes vernietigd en voor het overige de bezwaren ongegrond verklaard.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep vervolgens gesplitst in bovenvermelde zaaknummers.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2021.

Namens eiseres zijn verschenen haar gemachtigde en haar vennoten [vennoot 1] ( [vennoot 1] ) en [vennoot 2] ( [vennoot 2] ). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door
[A] en mr. drs. [B] .

Overwegingen
Feiten

1. Eiseres organiseert satsangs (individueel en in groepen) en Vipassana retraites. Eiseres is als zodanig als ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (de Wet). De satsangs en de Vipassana retraites worden gegeven door [vennoot 1] onder de naam [naam] .

2. Op de website van eiseres ( [website] ) staat – voor zover hier van belang – het volgende vermeld:

“Naropa
[naam] is een mysticus en kunstenaar. Toen hij 13 jaar was kwam hij spontaan in een verlichtings-ervaring.
“De wereld opende zich, liet haar levendigheid, samenhang en schittering zien in een gelukzalige intensiteit”.
Deze imprint werd niet vergeten en werd later een drijfveer om de onderliggende realiteit opnieuw tot leven te wekken.

(…)

Sinds 2008 geeft [naam] satsangs en retraites in binnen en buitenland.

Honderden mensen komen naar de bijeenkomsten en velen beleven hun natuurlijke staat.

Veel mensen schrikken zich ook te pletter van de effectiviteit en maken dat ze wegkomen.

Het gestolde leven komt onherroepelijk op zijn kop te staan wanneer de ware natuur-

die nooit overeenstemt met je verwrongen visie- zich aandient.

De tijd van compromissen en je goed trachten te voelen is definitief voorbij.

De tijd om jezelf te verbeteren en met spirituele waanbeelden te voeden is voorbij.

De tijd van angst en uitstel ook.

[naam] verkondigt geen leer, dogma, lifestyle of cultus.
Hij is niet in te delen bij een spirituele stroming.
Hij is een kunstenaar die een is met het natuurlijke creative proces.

Door simpelweg met hem samen te zijn in receptiviteit smelt het harnas van de persoonlijkheid en ontwaakt het Hart.
Net zoals muziek je mee kan voeren naar vervoering en stilte, brengt satsang je in verbinding met de essentie.
Soms is dat pijnlijk en confronterend, dan weer moeiteloos en vreugdevol.
Vanuit de persona bezien is het een operatie.
Vanuit bewustzijn een verademing.

Naropa is een expressie van de huidige tijd, van de Maitreya energie, van de nieuwe mens.
Zonder gebruik te maken van uiterlijk vertoon en hiërarchie,
zonder spirituele franje -bewondering ontmoedigend- is Leven tot kunst verheven.

Naropa moedigt eenieder aan om tot innerlijke en uitterlijke bloei te komen.
Niet volgens bepaalde richtlijnen, maar op originele wijze in verbinding met de universele kracht, de dharma.

Belevingskunst
Het tot bloei komen van wie je bent en manifest maken van je innerlijke code
is wat een mens tot vervulling brengt en wat een geschenk is voor iedereen.
DAT wordt wakker gemaakt in het samenzijn in stilte, met muziek of luisterend.
Het brengt je in de allerhoogste waarheid en is daarom de meest verfijnde kunstvorm die er bestaat.
Je zou het belevingskunst kunnen noemen.
Eenieder die dit ondergaat weet dat dit de wens van het bestaan is; om tot uitdrukking te komen door jou.
Deze innerlijke transformatie maakt deel uit van de evolutie van de mens,
op weg naar liefde, eerlijkheid, authenticiteit en vrijheid,
naar de mooiste en waardigste expressie van jezelf.

[naam] ’s grootse inspiratiebron is het leven.
Mensen die hierin naast de eerder genoemde meesters een grote rol hebben gespeeld zijn:
Vimala Thakar, Nisargadatta Maharaj, Neem Karoli Baba, Ananda MayiMa, Guru Nanak, Kabir, Rumi.
Ook de volgende kunstenaars zijn een bron van inspiratie: Herman Hesse, Hundertwasser, Mikhail Naimy.”.

“Satsang
Satsang is een ceremoniele viering in dienst van de waarheid.

“Luister naar me, precies zoals je naar muziek luistert, of naar de regen.
Interpreteer me niet, probeer me ook niet te begrijpen.
Deze muziek van bezieling, de spontane woorden,
halen je uit het denken en voeren je een andere dimensie binnen;
de dimensie van je originele en ongevormde Realiteit.
Spiritualiteit is een kunst en geen overtuiging, geloof, methode of therapie.
Het is het binnengaan van de realiteit die ten grondslag ligt aan alle verschijnselen.
Je openstellen en luisteren naar deze kunst transformeert je hele wezen,
of eigenlijk, legt het je wezen bloot en zet je aan tot creativiteit.

Authentieke religie is kunst.
Authentieke of objectieve kunst leidt tot religie.
Religie is de verbinding met de totaliteit.
Het is opgenomen worden door het geheel,
waarin alle wanen omtrent afgescheidenheid zijn opgelost.
Zoals Bach of Mozart je mee kunnen voeren naar het allerhoogste licht;
zoals je met de natuur kunt samensmelten,
zo voert satsang met Naropa je mee naar je diepste innerlijk.
Dit is een bevrijding van je kleine en beperkte staat van zijn en neemt je op in het Universele besef.”

Satsang is de subtielste kunstvorm, wat niet aangereikt kan worden door technieken en uitleg.
Het is voorbij oorzaak en gevolg.
Het is voorbij het begripsvermogen, net als Liefde.
Een kunstenaar staat open en is in verbinding met het allerhoogste
en is in staat expressie te geven aan wat niet met woorden gezegd of verklaart kan worden.

Satsang is een eeuwenoud concept;
Mensen komen bijeen in het veld van bewustzijn en liefde van een ontwaakte,
totdat ze beseffen dit ontwaakte en verlichte bewustzijn zelf te zijn.
In deze tijd van spirituele inflatie wordt deze term helaas gebruikt voor andere bijeenkomsten.
Naropa vertegenwoordigt de authentieke transmissie op een hedendaagse wijze.
Alle overbodige dogmatische en traditionele concepten zijn doorzien en losgelaten.
Hij vertegenwoordigt ’de nieuwe mens’.
Een mysticus is geen autoriteit maar een vriend.
Daar kijk je niet tegen op, noch bewonder je hem,
maar je bent bevriend met hem, omdat je wezenlijk niet anders bent: bewustzijn/liefde.

Deze gevaarlijke vriend is een spiegel, die je je ware gezicht en je leugenachtigheid toont.
Hij heeft je onvoorwaardelijk lief en confronteert je met je onwetendheid en pijn; je spirituele slaap.
Hij of zij helpt je met de totale integratie van je ontwaakte manifestatie.
Net zolang totdat je geen identiteit meer hebt,
Zodat je vrij bent van jezelf en de denkbeeldige anderen.

Verlichting
In het westen is dit concept vrijwel onbekend.
Het is dus niet zo vreemd dat mensen aan de haal gaan met dit beginsel.
Dat hoort bij Maya, de vertekening van de werkelijkheid.
Zo hoor je soms vertekeningen zoals ‘gesprekken over non-dualiteit’ of ‘dialoog over waarheid’.
Hier gaat het echter om de onmiddellijke realisatie en incarnatie van de werkelijkheid.
Die is voorbij het verbale en begripsmatige.
Die is peilloos diep en onomkeerbaar.
Die zorgt ervoor dat je alle psychologische en emotionele bagage passeert
en de ingrond, de leegte van het bestaan, beseft.
Waarbij de beseffer verdwijnt. Dit wordt verlichting genoemd.

Ontrold
Bij [naam] krijg je geen goedkope of mentale versies voorgeschoteld.
Zelfs de schaarse technieken zijn er – net als de mondelinge overdracht –
alleen maar om je aandacht in het veld van bewustzijn te brengen.
Het brengt je van verdeeldheid naar het zijn
en van het zijn, naar het niet-zijn.
Ook trekt hij geen spiritueel uniform aan om indruk op je te maken of je te verleiden.
Hij doet zich niet anders voor dan hij is.

Je kunt in de Sangha ook geen carrière maken omdat er geen posities zijn te verdelen.
Het is juist van belang om iedere positie of houding los te laten.
Niemand te zijn. Hij heeft geen rol. Hij is ontrold.
De meester verdwijnt zodra jij je realiteit ziet.
Hij probeert het je zeker niet naar de zin te maken.
Hij wil niet dat je hem begrijpt of dat je het met hem eens bent.
Hij voldoet niet aan je kinderachtige behoeftes.
Hij is zichzelf en nodigt jou uit dit ook te zijn.”.

“Vipassana Retraites
Een paar keer per jaar geeft [naam] een vipassana retraite in de ‘ [gebouw] ’ bij [plaats] en in ons Sacha retreat centrum ‘ [centrum] ’ in Tsjechië.
[naam] is in 1986 ingewijd in vipassana, sinds 2008 organiseert hij deze retraites.
Vipassana betekent inzicht en Zien.
Inzicht in je ware natuur.
Wie je werkelijk bent komt aan het licht.
Dit licht is je ware natuur.
Vipassana maakt dit wakker.
Maar ook alle rommel die vast zit.

[naam] heeft vipassana minder zwaar en serieus gemaakt.
Het observeren van de ademhaling heeft plaats gemaakt voor het samenvallen met de ademhaling.
Hierdoor wordt liefde wakker.
Liefde is de manifestatie van bewustzijn.
De retraites worden door de deelnemers als intens en krachtig ervaren.
Het is thuiskomen en thuis blijven.
Het zijn in aanwezigheid van een Hartmeester versterkt de kracht van vipassana.

Inhoudelijke instructie
De basis instructie luidt: ‘Wees één met de natuurlijke ademhaling’.
De adem is een poort naar het absolute.
Je gaat geen getuige doen, de natuurlijke getuige is er zonder meer.
Je verdeelt jezelf niet. Je bent.
Er zijn 5 of 6 zit sessies van een uur per dag. Deze worden afgewisseld met loopmeditatie. Je loopt aandachtig en geaard.
Tijdens het natuurlijke lopen ben je het lopen, je gaat nergens heen.
Als je handelt, ben je de handeling, je gaat op in de handeling.
Iedere ochtend reciteren we de Gayatri Mantra.
Na het avondeten is er een bijeenkomst met Naropa waar je inzichten kunt delen.
Begin een paar weken voor de retraite al met mediteren, zodat je tijdens de retraite moeiteloos in stilte en aanwezigheid kunt zijn.

“Wanneer je in staat bent je te grondvesten in de vitale ademhaling, dan word je manifest, precies zoals je bent”. (Nisargadatta Maharaj)”.

(…)

DE RETRAITE IS IN STILTE.

Ook is het niet de bedoeling om te lezen, schrijven, bellen, etc. We zijn naar binnen gekeerd zodat we zonder afleiding onszelf ontmoeten. Je slaapt in een 2/3/4 persoonskamer. In de zomer kun je ook in een tent overnachten. Handdoeken en beddengoed moet je zelf meenemen of je kunt ze huren.
Bij de prijs zijn alle vegetarische maaltijden inbegrepen. Dieetwensen kun je doorgeven aan ons.”.

3. Eiseres heeft ter zake van de individuele satsangs omzetbelasting naar het algemene tarief voldaan. Eiseres heeft over de tijdvakken 1 januari 2014 tot en met
31 december 2018 ter zake van de groepssatsangs en de Vipassana retraites omzetbelasting voldaan naar het verlaagde tarief.

4. Eiseres heeft verweerder bij brief van 4 december 2018 verzocht te bevestigen dat zij terecht over het grootste gedeelte van haar prestaties omzetbelasting naar het verlaagde tarief heeft voldaan. In reactie hierop heeft verweerder bij brief van 13 maart 2019 meegedeeld dat volgens hem op alle prestaties van eiseres het algemene tarief van toepassing is en eiseres verzocht dienovereenkomstig suppletieaangiften in te dienen.

5. Eiseres heeft vervolgens suppletieaangiften over de tijdvakken 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018 ingediend, op grond waarvan verweerder de onderhavige naheffingsaanslagen heeft opgelegd.

6. Op respectievelijk 5 juli 2019 en 30 oktober 2019 heeft eiseres over het tweede kwartaal en derde kwartaal van 2019 op aangifte omzetbelasting voldaan en daarin ter zake van de groepssatsangs en de Vipassana retraites omzetbelasting voldaan naar het algemene tarief.

Geschil
7. In geschil is of op de door eiseres verrichte diensten met betrekking tot de groepssatsangs en de Vipassana retraites het verlaagde tarief voor de omzetbelasting van toepassing is. Meer specifiek is in geschil of sprake is van het verlenen van toegang tot muziek- en toneeluitvoeringen als bedoeld in post b.14, onderdeel d, van de bij de Wet behorende Tabel I (post b.14.d) dan wel van een optreden door een uitvoerende kunstenaar als bedoeld in post b.17, van de bij de Wet behorende Tabel I (post b.17). Voorts is in geschil of eiseres voor een integrale proceskostenvergoeding in aanmerking komt.

8. Eiseres heeft uiteengezet dat de groepssatsangs beginnen en eindigen met muziek uitgevoerd door de groep Saviturya en verder bestaan uit het vertellen van verhalen met als doel de toeschouwers in een andere (ontspannen) gemoedstoestand te brengen. Een toestand waarin zij kunnen zijn zoals zij willen zijn. Er is daarom sprake van podiumkunst die wordt ervaren als cultureel amusement zodat wordt voldaan aan wat in de toelichting op post b.14.d is vermeld. Ter zitting heeft zij daaraan toegevoegd dat [vennoot 1] een performancekunstenaar is en dat zowel de groepssatsangs als de retraites moeten worden aangemerkt als bijeenkomsten zoals beschreven in de toelichting op post b.17. Volgens eiseres is er reden voor een integrale proceskostenvergoeding omdat verweerder heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

9. Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van muziek- of toneelvoorstellingen en dat [vennoot 1] niet optreedt als kunstenaar. Volgens verweerder worden de deelnemers aan de bijeenkomsten door [vennoot 1] begeleid bij het bereiken van een bepaalde bewustwording. Dat daarbij ook muziek wordt gemaakt, maakt niet dat het om een muziekvoorstelling gaat. De prestaties van eiseres kunnen daarom niet onder het verlaagde tarief voor de omzetbelasting worden gerangschikt.

Beoordeling van het geschil

Ontvankelijkheid bezwaar voldoening op aangifte tweede kwartaal 2019 (SGR 20/4044)

10. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of het bezwaarschrift tegen de voldoening op aangifte over het tweede kwartaal van 2019 ontvankelijk is.

11. Op 5 juli 2019 heeft eiseres over het tweede kwartaal van 2019 op aangifte omzetbelasting voldaan. Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. De bezwaartermijn van zes weken is op grond van artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) gaan lopen op de dag na die van de voldoening op aangifte en is daarom op 16 augustus 2019 geëindigd. Het bezwaarschrift is op 23 augustus 2019 door verweerder ontvangen en is dus te laat ingediend.

12. Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, moet het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig indienen van het bezwaarschrift betrokkene niet is toe te rekenen. Dan blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 6:11 van de Awb als gevolg van die te late indiening achterwege.

13. Eiseres heeft ter zitting als reden voor de termijnoverschrijding gegeven dat de vennoten voor haar zomerprogramma in het buitenland op tournee waren. Eiseres heeft hiermee niet aannemelijk gemaakt dat de termijnoverschrijding haar niet is toe te rekenen.

Niet gebleken is dat eiseres in de onmogelijkheid verkeerde om tijdig een bezwaarschrift in te (laten) dienen. Eiseres had, zo nodig, iemand kunnen verzoeken namens haar tijdig een bezwaarschrift in te dienen desnoods op nader aan te vullen gronden. Derhalve is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb die in de weg zou staan aan een niet-ontvankelijkverklaring.

14. Gelet op het vorenstaande had verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk moeten verklaren. Nu verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond heeft verklaard, is het beroep met zaaknummer SGR 20/4044 gegrond en dient de uitspraak op bezwaar te worden vernietigd. Gelet op artikel 8:41a van de Awb zal de rechtbank zelf in de zaak te voorzien en het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk te verklaren.

Wettelijk kader

15. Op grond van artikel 98 van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van
28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (de Btw-richtlijn) is het de lidstaten toegestaan een verlaagd tarief toe te passen op de in bijlage III bij de Btw-richtlijn vermelde categorieën goederen en diensten. Bijlage III vermeldt onder 7. “het verlenen van toegang tot shows, schouwburgen, circussen, kermissen, amusementsparken, concerten, musea, dierentuinen, bioscopen, tentoonstellingen en soortgelijke culturele evenementen en voorzieningen”. Bijlage III vermeldt onder 9. “diensten door en auteursrechten voor schrijvers, componisten en uitvoerende kunstenaars”.

16. Op grond van post.b.14.d zijn aan het verlaagde tarief onderworpen de prestaties bestaande in het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets, alsmede lezingen, met uitzondering van peepshows en andere optredens die primair zijn gericht op erotisch vermaak.

17. In het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 22 december 2017, nr. 2017-16288 (Omzetbelasting. Toelichting Tabel I), Staatscourant 2017, 72177 (het Besluit) is met betrekking tot post b.14.d onder meer het volgende opgenomen:

“(…)Het verlenen van toegang tot een ‘show’ waarbij het geheel van het aangebodene wordt ervaren als cultureel amusement/vermaak valt onder de post. Het aangebodene kan dan als het geheel onderdeel uitmakend van de show bijvoorbeeld bestaan in het optreden van een band, een lezing, interviews met gasten over culturele onderwerpen, presentatie van een culturele agenda enz.”.

18. Op grond van post b.17, zijn eveneens aan het verlaagde tarief onderworpen de prestaties bestaande uit het optreden door uitvoerende kunstenaars.

19. In het Besluit is met betrekking tot post b.17 onder meer het volgende opgenomen:

“Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een optreden door een uitvoerende kunstenaar is bepalend of een artistieke prestatie wordt verricht.

De post is ook van toepassing op uitvoerende kunstenaars die hun diensten door middel van een rechtspersoon verlenen.

De post is in ieder geval van toepassing op optredens door kunstenaars die uitvoeringen zijn als bedoeld in post b.14, onderdeel d. Het gaat daarbij om muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets. De toepassing van de post is echter niet beperkt tot dergelijke uitvoeringen. Ook de publieksoptredens van andere uitvoerende kunstenaars zoals komieken, goochelaars en buiksprekers vallen onder de post.(…)”.

20. De bewijslast dat het verlaagde tarief van toepassing is, rust op eiseres.

Toepassing post b.14.d

21. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de groepssatsangs als muziek- dan wel toneeluitvoeringen kunnen worden aangemerkt. Uit de wijze waarop eiseres zich via haar website aan het publiek presenteert, volgt dat niet. Daaruit kan slechts worden afgeleid dat eiseres zich richt op de bewustwording, ontspanning en vorming van de deelnemers aan haar bijeenkomsten en het bewerkstelligen van een spirituele ervaring. Dat de groepssatsangs muzikaal worden omlijst, is onvoldoende om aan de groepssatsangs de kwalificatie van een muziek- dan wel een toneeluitvoering te geven.

22. Eiseres heeft ook voor wat betreft de Vipassana retraites niet aannemelijk gemaakt dat deze retraites als muziek- dan wel toneeluitvoeringen kunnen worden aangemerkt. Uit de website van eiseres kan worden opgemaakt dat de Vipassana retraites in stilte plaatsvinden en dat de dagelijkse sessies worden afgewisseld met loopmeditaties. Er worden geen activiteiten vermeld waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een muziek- dan wel toneelvoorstelling. De stelling van eiseres ter zitting dat de opbouw van de Vipassana retraites, ondanks de meerdere stilte elementen, vergelijkbaar zouden zijn met die van de groepssatsangs en de retraites uit meerdere voorstellingen zouden bestaan, kan aan voormeld oordeel niet afdoen, nu de groepssatsangs, zoals hiervoor is overwogen, evenmin als muziek- dan wel toneeluitvoeringen kunnen worden aangemerkt.

Toepassing post b.17

23. Eiseres heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat [vennoot 1] zowel bij de groepssatsangs als bij de Vipassana retraites als uitvoerend kunstenaar optreedt. Uit de website van eiseres kan niet worden opgemaakt dat [vennoot 1] , zoals hij ter zitting heeft gesteld, als cabaretier of als performance kunstenaar bij de groepssatsangs en de Vipassana retraites optreedt. Eiseres heeft haar stelling dat [vennoot 1] als uitvoerend kunstenaar optreedt slechts onderbouwd met algemene betogen over kunstvormen en de veronderstelde meditatieve werking van diverse kunstuitingen. Dit zegt niets over het daadwerkelijk handelen van [vennoot 1] tijdens de groepssatsangs en de Vipassana retraites. Eiseres heeft geen concrete informatie verstrekt over wat er daadwerkelijk gebeurt op de bijeenkomsten, anders dan uit de website van eiseres kan worden afgeleid. Eiseres heeft geen bescheiden, zoals advertenties, posters, recensies of programmaboekjes, overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een optreden van een uitvoerend kunstenaar.

Slotsom

24. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat het verlaagde tarief bij de groepssatsangs en de Vipassanna retraites van toepassing is. De beroepen dienen daarom voor het overige ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

25. De rechtbank veroordeelt verweerder in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep met zaaknummer SGR 20/4044 redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Besluit) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 534 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank gaat uit van een wegingsfactor 0,5 omdat het beroep uitsluitend gegrond is verklaard omdat verweerder het bezwaar ten onrechte ontvankelijk heeft geacht.

26. Voor een integrale proceskostenvergoeding ziet de rechtbank geen aanleiding. Uit de gedingstukken en hetgeen eiseres heeft gesteld, volgt niet dat verweerder zodanig ernstig onzorgvuldig heeft gehandeld dat daarin grond is gelegen om van de forfaitaire regeling voor de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand af te wijken. Van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit is dan ook niet gebleken. Voor de stelling van eiseres dat de beslissingen op bezwaar onvoldoende zijn gemotiveerd, is geen steun te vinden in de feiten. Verweerder heeft een en ander immers in zijn brieven van 16 december 2019 en 8 april 2020 uitgebreid toegelicht. Van schending van artikel 3:2 van de Awb is evenmin sprake nu de naheffingsaanslagen zijn opgelegd overeenkomstig de suppletieaangiften van eiseres en aansluiten op de standpuntbepaling van verweerder in zijn brief van 13 maart 2019.

Beslissing
De rechtbank:

– verklaart het beroep met zaaknummer SGR 20/4044 gegrond;

– vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de voldoening op aangifte over het tweede kwartaal van 2019;

– verklaart het bezwaar tegen de voldoening op aangifte over het tweede kwartaal van 2019, niet-ontvankelijk;

– bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

– verklaart de overige beroepen ongegrond;

– veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 534;

– draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354 aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Ebbeling, rechter, in aanwezigheid van

mr. U.A. Salomons, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2021.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,

2500 EH Den Haag.

ECLI:NL:RBDHA:2021:10833

Scroll naar boven