Begrip onroerende zaak btw | definitie

Op deze pagina wordt het begrip onroerende zaak voor de btw behandeld. Waar de Nederlandse Wet op de omzetbelasting spreekt over onroerende zaken, gebruikt de Europese Btw-richtlijn overigens de term onroerend goed. Met beide wordt hetzelfde bedoeld.

De Nederlandse regels bij levering en verhuur van onroerende zaken/onroerend goed moeten namelijk worden uitgelegd volgens de daarmee corresponderende bepalingen in de Btw-richtlijn. Volgens vaste jurisprudentie van het HvJ vormen de in de Btw-richtlijn opgenomen vrijstellingen en de daarbij gehanteerde termen meestal autonome unierechtelijke begrippen (1).

De regels uit het nationale civiele recht van de lidstaten van de Europese Unie (in Nederland het Burgerlijk Wetboek (BW)) zijn dus niet van belang bij de uitleg van de vrijstellingen en de daarbij gebruikte begrippen. Zo is het begrip onroerende zaak btw een unierechtelijke begrip.

Begrip onroerende zaak btw

Onder een onroerende zaak voor de btw wordt verstaan: een zaak die vast is verbonden aan een welbepaald deel van het aardoppervlak (HvJ 7 september 2006, zaak C-166/05 (Heger)). Grond vormt als zodanig een onroerende zaak (HvJ 3 maart 2005, zaak C-428/02 (Fonden Marselisborg Lystbådehavn (FML)). Een onroerende zaak kan geheel of gedeeltelijk onder water liggen (bijvoorbeeld ligplaatsen voor boten; zie het hiervoor genoemde FML-arrest).

Vast met het aardoppervlak verbonden

Het vast met het aardoppervlak (de grond) zijn verbonden is een objectief criterium. Een zaak is vast met de grond verbonden als de zaak niet gemakkelijk is te demonteren of te verplaatsen. Het is niet noodzakelijk dat een zaak onlosmakelijk met de grond is verbonden (HvJ 16 januari 2003, zaak C-315/00 (Maierhofer)). Met niet gemakkelijk te demonteren of te verplaatsen wordt bedoeld zonder inspanningen en zonder aanzienlijke kosten (HvJ 15 november 2012, zaak C-532/11 (Leichenich), r.o. 23). Zaken die relatief gemakkelijk zijn te verplaatsen, zijn roerend. In beginsel kan daarbij worden gedacht aan portocabins, woonboten, stacaravans, en sommige warmtekrachtkoppelinginstallaties voor zogenoemde grootverbruikers. Alleen in de uitzonderlijke omstandigheden dat deze roerende zaken zodanig zijn verbonden aan de grond dat ze niet gemakkelijk kunnen worden losgemaakt, uitsluitend bestemd zijn om op die plaats duurzaam te worden gebruikt en op verschillende nutsvoorzieningen zijn aangesloten, is sprake van een onroerende zaak (HvJ 15 november 2012, zaak C-532/11 (Leichenich).

(1) HvJ 12 september 2000, zaak C-358/97 (Commissie/Ierland), HvJ 16 januari 2003, zaak C-315/00, (Maierhofer) en HvJ 12 juni 2003, zaak C-275/01 (Sinclair Collis)

Bron: besluit onroerend goed btw