Het onderzoek “Mega Havana Bakeliet” ging over grootschalige btw-fraude. De fraude vond plaats bij de handel in internationale belminuten (VoIP). Criminelen gebruikten twee manieren om btw te stelen of niet te betalen:
- De “contra-carrousellijn”: Hierbij zorgde de criminele groep ervoor dat ze btw-geld kregen dat eigenlijk naar de overheid moest.
- De “plofferlijn”: De btw-schuld werd hierbij doorgeschoven naar bedrijven die “ploffers” werden genoemd. Deze bedrijven betaalden geen btw en hielden geen goede administratie bij, waardoor de btw-schuld verdween.
De verdachten kenden elkaar vaak en werkten samen. Hun bedrijven (Ploffers, Buffers, Superbuffers) speelden allemaal een rol in dezelfde fraudeketen. Een Amerikaans bedrijf zorgde voor het geld dat nodig was voor de fraude. Dit bedrijf heeft later 7,7 miljoen dollar betaald in een schikking met de aanklager, vanwege hun rol in de criminele organisatie, de btw-fraude en het vervalsen van papieren. De totale schade door de btw-fraude in dit onderzoek is waarschijnlijk meer dan 7,7 miljoen dollar. Een strafzaak moet volgens de regels binnen twee jaar zijn afgerond, maar deze zaken duurden ongeveer 5,5 jaar. Daarom kregen de veroordeelde verdachten lichtere straffen (taakstraffen in plaats van onvoorwaardelijke gevangenisstraffen) dan normaal.
Zaak 1: Verdachte geboren 1972
• Aanklacht: Deelname aan een criminele organisatie, onjuiste btw-aangiften en valsheid in geschrifte.
• Veroordeeld voor: Deelname aan een criminele organisatie die btw-fraude pleegde.
• Vrijgesproken voor: Het niet of onjuist doen van btw-aangiften en het opmaken van valse facturen. De rechtbank vond dat hij geen echte controle had over de btw-aangiften. De facturen waren niet vals, omdat ze gebaseerd waren op echt telefoonverkeer, ook al was dit deels door computers gemaakt.
• Zijn rol in de fraude: Hij werkte voor een “ploffer” bedrijf. Hij paste facturen aan op aanwijzing van anderen. Ook bracht hij nieuwe bedrijven aan die konden meedoen aan de fraude. Hij wist precies hoe de btw-fraude werkte en dat de rollen van bedrijven in de keten konden wisselen.
• Straf: Een taakstraf van 160 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
• Opmerkelijk: Hij stelde actief vragen over de fraudestructuur, wat liet zien dat hij er veel van af wist en bewust meewerkte.
Zaak 2: Verdachte geboren 1960
• Aanklacht: Deelname aan een criminele organisatie, onjuiste btw-aangiften en valse facturen.
• Veroordeeld voor: Geen feiten. Hij is volledig vrijgesproken. De rechtbank oordeelde dat de verdachte niet wist van de btw-carrouselfraude. Zijn bedrijf was een “superbuffer” en betaalde zelf altijd alle btw netjes. Het bedrijf meldde zelfs aan een klant dat er ongewoon korte telefoongesprekken waren, wat de rechtbank onwaarschijnlijk vond als hij van de fraude af wist. De facturen werden ook niet als vals gezien, omdat er wel degelijk telefoonverkeer was, ook al kwam dat deels van computers.
• Opmerkelijk: Het feit dat zijn bedrijf meldingen deed over vreemde, korte telefoontjes, was belangrijk voor zijn vrijspraak, omdat dit niet zou gebeuren als hij wist van de fraude.
Zaak 3: Verdachte geboren 1971
• Aanklacht: Onjuiste btw-aangiften en valsheid in geschrifte.
• Veroordeeld voor: Valsheid in geschrifte (het maken van valse facturen), omdat hij er feitelijk leiding aan gaf.
• Vrijgesproken voor: Het doen van onjuiste btw-aangiften. De rechtbank vond dat zijn bedrijf in werkelijkheid geen diensten had geleverd waarover btw betaald moest worden. Daardoor was er in de praktijk geen belasting te weinig geheven.
• Zijn rol in de fraude: Middellijk directeur van een “buffer” bedrijf.
◦ Hij maakte valse facturen voor nep-transacties, zonder dat hij verstand had van VoIP of de benodigde technische apparatuur (“switch”).
◦ De datums op de facturen kwamen niet overeen met de echte contactmomenten.
◦ Hij was de enige medewerker van het bedrijf en gaf de valse facturen aan de boekhouder.
◦ Later installeerde hij op aanwijzing van anderen een switch en stuurde hij informatie over een Belastingdienstbezoek door.
• Straf: Een taakstraf van 120 uren.
• Opmerkelijk: Berichten lieten zien hoe hij aangestuurd werd om een switch te installeren toen de Belastingdienst op bezoek kwam, wat zijn betrokkenheid bij de poging tot het verbergen van de fraude benadrukte.
Zaak 4: Verdachte geboren 1958
• Aanklacht: Deelname aan een criminele organisatie en onjuiste inkomstenbelastingaangiften.
• Uitspraak – Veroordeeld voor:
◦ Deelname aan een criminele organisatie die btw-fraude pleegde.
◦ Opzettelijk onjuiste aangiften inkomstenbelasting doen, waardoor te weinig belasting werd betaald. Hij is deels vrijgesproken voor het samen plegen van dit laatste feit.
• Zijn rol in de fraude: Hij werkte voor de Engelse kant van de criminele organisatie. Hij bracht Nederlandse bedrijven aan die deelnamen aan de fraude. Hij wist dat contactpersonen valse namen gebruikten en begreep de codetaal die de rollen in de fraudeketen aangaf. Hij gaf ook aanwijzingen aan een medeverdachte om facturen aan te passen. Verder deelde hij zonder toestemming van de directie gevoelige bedrijfsinformatie. Bovendien gaf hij opzettelijk inkomsten uit de telecomindustrie en banktegoeden op een Belgische rekening niet op in zijn inkomstenbelastingaangifte voor 2016 en 2017.
• Straf: Een taakstraf van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
• Opmerkelijk: Zijn kennis van aliassen en codenamen voor rollen in de fraude toonde zijn bewustzijn van de illegale activiteiten. Een bericht van hem waarin hij sprak over “stilhouden vanwege de IRS” (de Amerikaanse belastingdienst) bevestigde zijn besef van de strafbare feiten.
Bron: ECLI:NL:RBAMS:2025:4635, ECLI:NL:RBAMS:2025:4636, ECLI:NL:RBAMS:2025:4637 en ECLI:NL:RBAMS:2025:4638