BTW-vrijstelling voor uitbesteed betalingsverkeer (betalingsverkeerprocessen)

Diensten voor uitbesteed betalingsverkeer BTW-vrijgesteld: vervullen essentiële en kenmerkende functies en brengen juridische en financiële wijzigingen mee

Een fiscale eenheid voor de omzetbelasting met daarin onder meer A B.V., levert IT-diensten en verzorgt bedrijfsprocessen voor klanten in de financiële sector. Sinds 2007 heeft bank B N.V. haar volledige operationele betalingsverkeer uitbesteed aan een rechtsvoorganger van A B.V., inclusief personeel en activa. Vanaf september 2020 werd dit vastgelegd in een nieuwe overeenkomst, waarin de betalingsverkeerprocessen apart werden benoemd van de overige IT-diensten. A B.V. voert namens B N.V. diverse taken uit, zoals het verwerken van uitgaande en inkomende betalingen, het beheren van klantgegevens en het beschikbaar stellen van e-banking. Opmerkelijk is dat A B.V. geen bancaire vergunning heeft, maar wel 99,9% van de betalingsopdrachten zonder tussenkomst van B N.V. verwerkt, inclusief het controleren van saldi en het direct debiteren en crediteren van rekeningen.

De vraag was of de diensten van A B.V. aan B N.V. (betalingsverkeerprocessen) kwalificeren als vrijgestelde betalingsverkeerhandelingen voor de BTW. De Rechtbank had eerder geoordeeld dat de diensten van A B.V. slechts van technische en administratieve aard waren en niet leidden tot juridische of financiële wijzigingen, waardoor de BTW-vrijstelling niet van toepassing was. De Belastingdienst was het hiermee eens en stelde dat A B.V. wel een essentiële, maar geen “kenmerkende” dienst verrichte, omdat er volgens hem geen eigendomsoverdracht van geld of juridische en financiële wijzigingen plaatsvonden door A B.V.. Belanghebbende stelde daarentegen dat A B.V. juist wél de kenmerkende en essentiële functies van een overmaking vervulde, omdat zij zelfstandig betalingen goedkeurde en rekeningen debiteerde en crediteerde, wat wel degelijk leidde tot veranderingen in de juridische en financiële positie van de rekeninghouders.

Gerechtshof Den Haag heeft in hoger beroep geoordeeld dat de diensten van A B.V. aan B N.V. wél onder de BTW-vrijstelling vallen. Het Hof concludeerde dat A B.V. feitelijk het gehele betalingsproces van B N.V. heeft overgenomen en alle noodzakelijke handelingen verricht om geld over te maken en te ontvangen, wat leidt tot het debiteren en crediteren van de rekeningen van de rekeninghouders. Dit brengt volgens het Hof juridische en financiële wijzigingen met zich mee, zoals vereist door de Europese rechtspraak. Het Hof benadrukte ook dat het voor de toepassing van de vrijstelling niet nodig is dat A B.V. eigenaar is van de gelden of een directe rechtsbetrekking heeft met de eindklant. Daardoor oordeelde het Hof dat de diensten van A B.V. essentiële en kenmerkende functies vervullen voor betalingsverkeersdiensten. De Belastingdienst moet daarom de betaalde omzetbelasting van €100.640 terugbetalen aan belanghebbende en de proceskosten vergoeden.

Belanghebbende beriep zich op de arresten Bookit en Cardpoint om aan te tonen dat een dienst onder de vrijstelling valt als deze over het geheel genomen een afzonderlijk geheel vormt dat de kenmerkende en essentiële functies van een overmaking vervult en daardoor leidt tot juridische en financiële wijzigingen. Het HvJ heeft in het arrest Sparekassernes Datacenter (SDC) expliciet overwogen dat zo’n wijziging plaatsvindt “in de rechtsbetrekking en de financiële relatie die bestaan tussen de opdrachtgever en de ontvanger enerzijds, en tussen hen en hun respectieve bank en eventueel tussen de banken anderzijds”. Dit SDC-arrest, bevestigd door Nordea Pankki Suomi Oyi, stelt ook duidelijk dat de btw-vrijstelling niet afhankelijk is van de voorwaarde dat de dienst wordt verricht door een instelling die een rechtsbetrekking onderhoudt met de uiteindelijke cliënt van de bank of dat er sprake is van eigendomsoverdracht van geld door de dienstverlener. Het Hof benadrukt verder, verwijzend naar SDC, dat de vrijstelling “ruim genoeg is om ook de door andere marktdeelnemers dan de banken verrichte diensten te omvatten”. Deze arresten onderstrepen dat het gaat om de inhoudelijke aard van de dienst die tot juridische en financiële wijzigingen leidt, en niet om de formele positie van de dienstverlener.

Bron: ECLI:NL:GHDHA:2025:1327

Scroll naar boven