Btw-wijzigingen Belastingplan 2027: verlaagd tarief sierteelt en ballonvaarten geschrapt

In het wetsvoorstel Belastingplan 2027 zijn twee inhoudelijke tariefswijzigingen en een specifieke overgangsrechtelijke anti-misbruikbepaling opgenomen voor de Wet OB. De Overige fiscale maatregelen 2027 bevatten geen directe btw-wijzigingen.

Afschaffing verlaagd btw-tarief sierteelt

Met ingang van 1 januari 2028 vervalt post 48 van Tabel I, onderdeel a, bij de Wet OB. De levering van sierteeltproducten — zoals snijbloemen, kamer- en tuinplanten, bloembollen en boomkwekerijproducten (waaronder kerstbomen) — wordt per die datum belast tegen het algemene btw-tarief van 21% in plaats van het verlaagde tarief van 9%. De maatregel bouwt voort op het evaluatierapport verlaagde btw-tarieven (2023). Uit dit onderzoek bleek dat het verlaagde tarief op sierteelt ondoelmatig is: het prijsvoordeel komt niet specifiek bij lagere inkomens terecht (ongericht instrument) en de kosten om via deze weg werkgelegenheid te stimuleren bedragen € 70.000 tot € 100.000 per voltijdsbaan.

De maatregel past binnen de Europese btw-kaderrichtlijn (Richtlijn 2006/112/EG), die lidstaten verplicht een algemeen tarief te hanteren, maar niet verplicht om een verlaagd tarief voor sierteelt toe te passen. Voor bloemisten en detailhandelaren leidt de afschaffing tot een uitvoeringstechnische vereenvoudiging. Discussies over het btw-tarief bij samengestelde producten (bijvoorbeeld een combinatie van bloemen [9%] met een sierpot, vaas of lint [21%]) vervallen, doordat de gehele prestatie onder het 21%-tarief valt. Het afschaffen levert het Rijk een structurele opbrengst op van € 305 miljoen per jaar vanaf 2028.

Afschaffing verlaagd btw-tarief ballonvaarten 

Met ingang van 1 januari 2028 wordt Tabel I, onderdeel b, post 9, bij de Wet OB aangepast. Ballonvaarten werden historisch gerangschikt onder het verlaagde btw-tarief voor personenvervoer. Het kabinet stelt vast dat ballonvaarten primair een vrijetijdsbeleving vormen en geen functionele vervoersdienst om personen van A naar B te verplaatsen. Dit rechtvaardigt het schrappen van de uitzonderingspositie, waardoor het tarief stijgt van 9% naar 21%.

Post 9 wordt tevens verduidelijkt om het verlaagde tarief voor luchtvaartuigen uitsluitend nog van toepassing te laten zijn indien deze kennelijk zijn bestemd voor het vervoer van zieken of gewonden. De maatregel heeft een bescheiden budgettaire opbrengst van € 2 miljoen structureel vanaf 2028.

Overgangsrecht en anti-misbruikbepaling

Om te voorkomen dat belastingplichtigen en consumenten het hogere btw-tarief van 21% ontgaan door vóór 1 januari 2028 vooruitbetalingen te doen voor prestaties die pas in of na 2028 plaatsvinden, voorziet het wetsvoorstel in specifiek overgangsrecht. In afwijking van het hoofdregelartikel 13, tweede lid, Wet OB (waarin het ontvangen van de vergoeding het btw-tarief bepaalt), geldt bij diensten waarvoor het verlaagde tarief per 1 januari 2028 vervalt dat het btw-tarief wordt bepaald op het tijdstip waarop de dienst feitelijk wordt verricht. Voorbeeld: Indien een ballonvaart in augustus 2027 wordt geboekt en vooruitbetaald, maar de feitelijke vaart vindt plaats in april 2028, dan is daarover per saldo 21% btw verschuldigd.

Voor de overdracht van een voucher voor enkelvoudig gebruik (art. 2a lid 1 onderdeel u Wet OB) geldt dat de btw verschuldigd wordt berekend naar het tarief op het tijdstip van de feitelijke dienstverrichting waarop de voucher betrekking heeft. Hierdoor is het kopen van een cadeaubon of voucher in 2027 eveneens niet effectief om het 9%-tarief veilig te stellen.

Samenvatting en afbeelding: Gemini / redactie btwjurisprudentie.nl

Bron: Belastingplanstukken

Scroll naar boven