Ontdek waarom een passage uit de legendarische Tolsma-uitspraak van het HvJ over een draaiorgelman nog altijd de invloedrijkste rechtsoverweging is in het btw-recht.
Op 27 juli hebben we de invloedrijkste btw-arresten op een rij gezet. Die vraag heeft een vervolg waarbij we dieper in de data zijn gedoken: welke overweging wordt het vaakst aangehaald? Een arrest van vijftig alinea’s kan één passage bevatten die belangrijk is terwijl de rest nooit meer wordt genoemd. Dat onderscheid was tot nu toe niet meetbaar — daarvoor moet je weten naar welke overweging (puntnummer) een later arrest verwijst, niet alleen naar welke zaak.
Cijfers uit het citatienetwerk van btwjurisprudentie.nl maken dat mogelijk, nu op het niveau van de afzonderlijke rechtsoverweging: 20.103 dragende overwegingen uit 1.020 arresten van het Hof van Justitie, met 11.321 gevalideerde verwijzingen daartussen.

Afbeelding: staafdiagram met de zeven meest geciteerde rechtsoverwegingen in het btw-recht, Tolsma r.o. 14 bovenaan met 26 verwijzingen
Nummer één: 57 woorden uit 1994
Bovenaan staat Tolsma (C-16/93), rechtsoverweging 14, met 26 verwijzingen door latere overwegingen van het HvJ:
“Uit het voorgaande volgt, dat een dienst enkel ‘onder bezwarende titel’ in de zin van artikel 2 van de Zesde richtlijn wordt verricht en dus enkel belastbaar is, wanneer tussen de verrichter en de ontvanger van de dienst een rechtsbetrekking bestaat waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld, en de door de dienstverrichter ontvangen vergoeding de werkelijke tegenwaarde vormt voor de aan de ontvanger verleende dienst.”
De zaak zelf is iconisch: een draaiorgelman op de openbare weg, een bakje voor vrijwillige bijdragen. Uit die casus komt de toets die het HvJ sindsdien in vrijwel elke discussie over “is dit wel een prestatie?” van stal haalt — bij subsidies (is de subsidie de tegenprestatie voor een levering of dienst?), bij de beloning van bestuurders en commissarissen (bestaat er een rechtsbetrekking met wederkerige prestaties, of is er geen reëel risico en dus geen zelfstandigheid?), bij gratis diensten (zonder vergoeding geen prestatie “onder bezwarende titel”) en bij onderlinge verrekeningen binnen een concern (is er een rechtstreeks verband tussen de verrichting en wat ervoor terugkomt?).
Tolsma heeft overigens nog drie andere overwegingen die worden aangehaald (r.o. 13 dertien keer, r.o. 19 acht keer), maar r.o. 14 is een begrip.
De top van de lijst
| x | Arrest | Zaaknummer & Jaar | r.o. | Waar het over gaat |
|---|---|---|---|---|
| 26 | Tolsma | C-16/93 (1994) | 14 | “Onder bezwarende titel”: rechtsbetrekking en tegenwaarde |
| 24 | CPP | C-349/96 (1999) | 15 | Vrijstellingen zijn autonome Unierechtelijke begrippen |
| 22 | Abbey National | C-408/98 (2001) | 24 | Doel van de aftrekregeling: volledige ontlasting |
| 22 | BP Soupergaz | C-62/93 (1995) | 18 | Aftrekrecht als integrerend deel van het stelsel |
| 19 | CPP | C-349/96 (1999) | 30 | Wanneer vormen meerdere elementen één dienst |
| 18 | Halifax | C-255/02 (2006) | 74, 75, 71 | De misbruiktoets, in drie afzonderlijke overwegingen |
| 15 | SDC | C-2/95 (1997) | 66 | Wanneer is een financiële handeling vrijgesteld |
Twee dingen vallen op. CPP staat er twee keer in met verschillende overwegingen — r.o. 15 over vrijstellingen als autonome Unierechtelijke begrippen, r.o. 30 over de samengestelde-prestatietoets. Dat arrest is dus
geen enkel leerstuk maar een bundeltje van minstens twee. En de misbruiktoets van Halifax is verdeeld over drie overwegingen die alle drie even vaak worden aangehaald: het HvJ citeert de toets als geheel, niet als één zin.
De tweede vondst: het HvJ schrijft zichzelf over (text-reuse)
Bij data-gedreven onderzoek naar de rechtspraak van het HvJ komt een opvallend fenomeen naar voren. Waar overkoepelende databases zoals die van het pan-Europese IUROPA-consortium (iuropa.org) de macro-patronen, procedureduren en citatienetwerken van het HvJ in kaart brengen, duikt het EU-gefinancierde POLINE-project (Principles Of Law In National and European VAT, zie ook de EUI-projectpagina) specifiek in de tekstuele mechanica van het btw-recht.
Uit deze computatieve analyses blijkt dat het HvJ naast formeel verwijzen nog iets structureels doet: via zogeheten text-reuse (het recyclen van Judicial Interpretative Formulas of de „LEGO-techniek”) neemt het HvJ zijn eigen gebeitelde passages decennialang vrijwel woordelijk over, hooguit met lichte stilistische redactie.
Het duidelijkste voorbeeld is de samengestelde-prestatietoets uit CPP (C-349/96, 1999, r.o. 30), die acht jaar later in Ludwig (C-453/05, 2007, r.o. 18) terugkeert:
CPP, 1999 (r.o. 30)
„Beklemtoond zij, dat er met name sprake is van één dienst ingeval een of meerdere elementen moeten worden geacht de hoofddienst te vormen (…) wanneer hij voor de klanten geen doel op zich is, doch een middel om de hoofddienst van de dienstverrichter zo aantrekkelijk mogelijk te maken.”
Ludwig, 2007 (r.o. 18)
„In dit verband is er van één dienst met name sprake ingeval een of meer elementen moeten worden geacht de hoofddienst te vormen (…) wanneer hij voor de klant geen doel op zich is, maar een middel om de hoofddienst van de dienstverrichter zo aantrekkelijk mogelijk te maken.”
Woord voor woord gelijk, op vier ondergeschikte woordjes na — én Ludwig voegt in de bronvermelding keurig een verwijzing naar CPP toe. Kopiëren en citeren gaan dus hand in hand.
Over de 40 meest geciteerde btw-overwegingen bracht de data-analyse 67 van zulke gevallen van teksthergebruik aan het licht. Wij hebben ze blind nagelezen — zonder de onderliggende indeling erbij — en dit bevestigde alle getoetste gevallen; niet één werd verworpen.
Voor de praktijk van rechtsvinding betekent dit concreet: wie de inhoudelijke toets uit CPP aanhaalt, kan die net zo goed uit het meest recente arrest citeren waarin deze integraal is overgenomen. De juridische norm is identiek, maar de vindplaats is actueler en sluit direct aan op de hedendaagse toepassing door het HvJ en het hedendaagse taalgebruik.
Hoe dit gemeten is
Uit elk arrest zijn de dragende overwegingen gehaald: de passages waarin het HvJ de rechtsregel formuleert, gescheiden van feiten, standpunten van partijen en procedurele beslissingen. Van de 20.989 verwijzingen die daarin staan, dragen er 15.286 een puntnummer (“C-4/94 punt 24”). Daarvan overleven er 11.321 drie controles: het doelarrest moet in het corpus zitten, dat puntnummer moet er werkelijk als dragende overweging bestaan, en de chronologie moet kloppen — een arrest kan geen jónger arrest citeren.
Wat deze cijfers niet zeggen
Dit is een rangorde binnen ons corpus: 1.020 arresten waarvan de overwegingen zijn ontsloten. Verwijzingen naar arresten daarbuiten tellen niet mee, en verwijzingen naar overwegingen die niet als dragend zijn aangemerkt evenmin. De absolute aantallen zijn dus ondergrenzen, geen totalen.
Ook telt alleen wat het HvJ zelf aanhaalt. Hoe vaak de Nederlandse rechter naar een specifieke overweging verwijst is een andere vraag — en een die de moeite van het onderzoeken waard is, want daar liggen de lijsten vermoedelijk
anders, net als bij de arresten.
De volledige ranglijst van 250 rechtsoverwegingen — doorzoekbaar, met de citerende overweging er telkens naast — staat voor je klaar. Liever eerst het bredere beeld op arrestniveau? Het citatienetwerk is gratis toegankelijk.
Bekijk de rechtsoverwegingen: https://app.btwjurisprudentie.nl/tools/overwegingen
Open het citatienetwerk: https://app.btwjurisprudentie.nl/tools/citatienetwerk
Stand van het citatienetwerk op r.o.-niveau op 13 augustus 2026 (1.020 HvJ-arresten met dragende overwegingen, 20.103 overwegingen, 11.321 gevalideerde verwijzingen). Dit stuk is AI-ondersteund geschreven en redactioneel nagelopen.